nieuws

Onderkomen bouwkunde als leerobject

bouwbreed

arnhem – Studenten en docenten bouwkunde en civiele techniek aan de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen (HAN) kunnen vanaf volgend jaar hun hart ophalen in en om het eigen schoolgebouw in Arnhem. Dan betrekken zij de nieuwbouw waarin de studenten overal elementen zullen vinden om te bestuderen en theorie in praktijk te brengen.

Het nieuwe deel van de hogeschoolcampus in Arnhem wordt gebouwd op dezelfde plek als het oude pand voor de studie bouwkunde en civiele techniek en sluit met een gang aan op de omliggende bebouwing. Het is ontworpen door Maarten Grasveld van LIAG architecten en bouwadviseurs uit Den Haag. Dit bureau ontwierp al meerdere gebouwen van de HAN in Arnhem en Nijmegen. Juist omdat het schoolgebouw zelf als lesmateriaal gaat dienen, wordt het zo transparant mogelijk gebouwd. Op de begane grond situeerde Grasveld de praktijkruimtes van de opleidingen: het oude waterloopkundig laboratorium dat behouden blijft in de nieuwbouw, een nieuw betonlaboratorium, een grondlaboratorium, een asfaltlaboratorium, een testruimte voor bouwfysica en een sonderingsruimte waar de studenten zelf boringen kunnen doen.

Onbedekt

In een centrale werkplaats kunnen de studenten hun ruimtelijk inzicht versterken door maquettes en andere modellen te bouwen, een kozijn te timmeren, of van uiteenlopende materialen gevelplaten te maken. Aan de buitengevel die ónder de overstekende derde bouwlaag uitkomt, laat Grasveld drie frames in de gevel onbedekt voor de studenten. Grasveld: ‘Daar kunnen ze verschillende soorten gevelplaten, eventueel eigengemaakte, zelf toepassen en aan bouwfysische tests onderwerpen. Vanuit de centrale werkplaats is de achterkant en de doorsnede van de aangebrachte gevelbekleding door glas zichtbaar.’

Proefmateriaal

Als de studenten hun nieuwe schoolgebouw in gebruik nemen, wordt echter niet verwacht dat ze gelijk gevelplaten klaar hebben. De architect: ‘We willen de frames eerst invullen met materialen die uit de nieuwste ontwikkelingen voortkomen.’ ‘Daarover’ zegt hij, ‘zijn we in gesprek met fabrikanten die graag proefmateriaal beschikbaar willen stellen. Zo is er een firma die experimenteert met een zelfreinigende tegel met een titaniummengsel dat zo afstotend is, dat opgebrachte verf of graffiti al na één regenbui verdwenen is. Ook is er een studente materiaalkunde uit Delft die afstudeert op glasgebonden beton, waarmee een tegel door de glasbrokjes veel diepte krijgt. De studenten kunnen beginnen met slijt- en krachtproeven op deze materialen.’ Zowel op de begane grond als op de tweede bouwlaag worden de gevels transparant gemaakt door ze aan de noord- en oostzijde in glas en aan de zuid- en westzijde in matglazen bouwprofielen met transparant isolatiemateriaal uit te voeren. De binnenwanden worden waar mogelijk ook doorzichtig gemaakt.

Akoestiek

Eveneens op de tweede bouwlaag zijn snufjes zichtbaar en testbaar voor de bouwkundigen in spe. ‘Zo krijgt de collegezaal een eivorm, wat in principe een slechte akoestiek met zich meebrengt. Door langs de wanden verplaatsbare gordijnen te hangen, kunnen de studenten zien welke invloed vorm en wandbedekking op akoestiek hebben’, verduidelijkt Grasveld. Ook liet de architect in zijn ontwerp de luchtkanalen voor het ventilatiesysteem ongegeneerd door de wand van het ‘college-ei’ prikken, waarbij juist zo weinig mogelijk aan het zicht wordt onttrokken: ‘Zelfs de geluiddemper voor het luchtkanaal wordt niet weggewerkt.’ Op deze eerste verdieping bevindt zich tevens het informatiecentrum, waarboven de tweede verdieping een vide vormt. In het informatiecentrum treffen de studenten elkaar in het hart van de school, waar alle jaren door elkaar lopen en waar maquettes, modellen, materialen, naslagwerken en materiaalcatalogi te vinden zijn. Drie gelamineerde liggers dragen stalen dakplaten, met zestien daklichten die voor het licht in de vide zorgen. De oplegging van de liggers op de stalen schoen blijft eveneens zichtbaar. Naar de eerste verdieping komt in de toekomst een loopbrug, die het gebouw aan de noordzijde met het andere deel van de campus, aan de overzijde van de straat, verbindt. ‘Bij die uitgang hoorde eigenlijk glas in de gevel. Door een fout met intekenen was glas echter niet meer mogelijk. Dat foutje wordt verdoezeld door de matglazen bouwprofielen van de westzijde, een klein stukje om de hoek door te laten lopen op de noordzijde.’ Grasveld betreurt het foutje niet: ‘Er komt een informatiebordje bij dat de studenten uitlegt wat er mis ging en is zo weer een leermoment geworden.’

Kijkbuizen

De derde bouwlaag bestaat hoofdzakelijk uit computer- en leslokalen voor theorie, welke rondom de vide worden gegroepeerd. Deze verdieping krijgt in tegenstelling tot de twee onderste een dichte gevel. Kleine glasmozaïektegeltjes in twee kleuren groen zorgen voor een patroon dat langzaam van licht naar iets donkerder loopt. Vanaf deze verdieping kunnen studenten hoogtemetingen verrichten door ‘kijkbuizen’ in de vloer, die op elke verdieping terugkomen en waardoor men tot op de grond kan meten.

Lift

Ook het liftmechanisme is iets dat de school en de architect de studenten niet willen onthouden. De lift wordt voorzien van ramen, en een meereizende lamp, waardoor studenten steeds zien wat er gebeurt als zij de lift gebruiken. Ook wie buiten staat te wachten, kan vast spieken door kleine vensters in de schacht. Wie liever de trap neemt, ontdekt dat er een hijsoog zichtbaar is gelaten, waaraan prefab trappen op hun plaats worden gehesen tijdens de bouw. De ‘school om van te leren’ biedt straks plaats aan vijfhonderd studenten, die gebruik maken van 4500 vierkante meter bvo. De bouw kost zes miljoen euro en zal in januari 2003 gereed zijn. Mertens Bouwbedrijf BV uit Weert tekende voor de uitvoering. Artist’s impression van het nieuwe gebouw met de overhangende derde bouwlaag.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels