nieuws

Hoge uitstroom jongeren ondanks verbetering arbeidsomstandigheden

bouwbreed

Er vinden minder ongevallen plaats in de bouw . Daarbij daalt ook het ziekteverzuim. Toch hebben de verbeteringen niet het gewenste effect op het behoud van jonge arbeidskrachten. Sterker nog: de arbeidsomstandigheden vormen vaak het breekpunt.

Veel jongeren verlaten de bouw na enkele jaren weer, omdat zij het werk bijvoorbeeld te zwaar vinden. De conclusie: we slagen er onvoldoende in de groep jonge werknemers ervan te overtuigen dat het niet slecht, maar juist goed gaat met de veiligheid en gezondheid in de bouw. In het septembernummer van Bouw/Werk publiceert het Economisch Instituut voor de bouwnijverheid (EIB) een artikel over de uitstroom van jonge werknemers. Veel jonge mensen die worden opgeleid voor een baan in de bouw, blijken de bouw ook weer snel weer te willen verlaten. Gemiddeld de helft van de jongeren stroomt twee jaar na toetreding de bedrijfstak alweer uit. De animo om terug te keren is klein: slechts 10 procent van de jonge uittreders zegt weer in de bouwnijverheid te willen werken, een derde houdt nog een slag om de arm. Op deze manier verliest de bouw een groot deel van zijn met zorg opgeleide jonge arbeidskrachten; 65 procent van de jongere bouwwerknemers tot 25 jaar die in 2001 de bouw verlieten, ging in een andere bedrijfstak werken. De uitstroom betekent vaak dat werkgevers opdrachten moeten laten lopen door een gebrek aan personeel. Werknemers krijgen bij het vertrek van collegaís bovendien veelal te maken met hogere werkdruk. Het is opvallend dat van de jeugdige uitstromers maar liefst 52 procent zegt dat hun vertrek te voorkomen was geweest. Wat had de werkgever kunnen doen? Uit het onderzoek blijkt dat hij bijvoorbeeld ruim vier van de tien jongeren langer aan zijn bedrijf had kunnen binden als hij tijdig maatregelen op het gebied van de arbeidsomstandigheden had genomen. Denk daarbij aan minder fysiek belastend werk en lagere werkdruk. Ook de werkinhoud (meer variatie in het werk, ander werk of meer vrijheid) blijkt een teer punt; 36 procent van de uitstromers zegt dat ook dit meespeelde bij de beslissing om naar ander werk uit te zien. Tegenover dit verontrustende nieuws, staat in dezelfde editie van Bouw/Werk te lezen hoe de bouw gezonder en veiliger wordt. Op de lange termijn daalt het ziekteverzuim. Ook vinden minder ongevallen plaats: het aantal arbeidsongevallen daalde in 2001 met 8 procent. Kregen er in 2000 nog 19.900 werknemers een ongeval tijdens het werk, het EIB schat dit voor 2001 op 18.300. Het aantal ongevallen dat tot verzuim leidde, daalde in de afgelopen jaren nog sterker. Dat aantal wordt voor 2001 geschat op 11.500, terwijl dit een jaar eerder nog 13.300 was: een afname van 13 procent. Uit bovenstaande vloeit ÈÈn belangrijke conclusie voort: de bedrijfstak is goed op weg de arbeidsomstandigheden te verbeteren, maar weet dit nog onvoldoende over te brengen op, in dit geval, de jonge arbeidskrachten in de bouw. Het verbeteren van de arbeidsomstandigheden is een belangrijke stap, maar is onlosmakelijk verbonden met de volgende belangrijke stap. De bedrijfstak zal zich moeten blijven verbeteren, maar daarbij vooral ÈÈn aspect niet vergeten: het geven van bekendheid aan de resultaten. De doorgewinterde bouwvakker zal de verbetering in zijn arbeidsomstandigheden nog wel opmerken, de jongeren zouden intensiever van de verbeteringen op de hoogte moeten worden gebracht.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels