nieuws

De hangende steigers van Geertruidenberg

bouwbreed

Twee dakrandbeveiligingssystemen heeft het bedrijfje Hesja al op de markt. Ten eerste het Hesja 1a leuninghoudersysteem, een dakrandbeveiliging voor platte daken met een helling kleiner dan 15 graden, en ten tweede het vergelijkbare Hesja 2 systeem voor kunststofdaken. Een derde systeem is in ontwikkeling. octrooi

nummer: 1019494 houder: Hesja Dakrandbeveiliging Geertruidenberg uitvinders: H.E.S. en J. van Haagen

‘Toen we met onze eerste dakrandbeveiliging in de technische bladen kwamen, kregen we uit de bouwwereld vragen naar een systeem voor daken met een helling van meer dan 60 graden, en daar zijn we nu mee bezig’, licht H. van Haagen toe. Samen met zijn zoon Jan zette hij ongeveer een jaar geleden het bedrijfje op, waarbij ze zo te zien op traditionele wijze de naam baseerden op beider voornamen. Van Haagen senior is gepensioneerd scheepswerktuigbouwkundige en de technische man van de onderneming, junior, doet bij Hesja de commerciële kant en werkt daarnaast bij een dakbedrijf. Het Hesja 3 systeem, gebaseerd op octrooi 1019494, Êis nog in ontwikkeling en Van Haagen kan nog niet zeggen wanneer het op de markt komt. De tamelijk magere website van het bedrijf besteedt er dan ook nog geen aandacht aan. Bij de ontwikkeling van de nieuwe dakrandbeveiliging bleek het prototype zoveel draagkracht te hebben, dat uitbreiding met een hangende steiger mogelijk bleek. Zo gezegd, zo gedaan en het octrooi heeft uiteindelijk als titel: ‘Werkwijze en inrichting voor het aan een gevel bevestigen van een draaggestel’, waarin de dakrandbeveiliging slechts een ondergeschikte rol speelt.

T-vormig

Het octrooi verwijst naar de gewoonlijk provisorische manier waarop een vrijstaande steiger aan een gevel wordt bevestigd: bijvoorbeeld met spijkerbaar materiaal dat tegen de gevel wordt geslagen en waaraan de steigerconstructie met band, kabel, strop of bout wordt verbonden. Met kans op instabiliteit en het ontstaan van gevaarlijke situaties. Ê De geoctrooieerde vinding gaat uit van het op of in de gevel aanbrengen van uitsparingen in de vorm van rails, waarin bevestigingselementen kunnen worden aangebracht die zijn verbonden met een draaggestel. ÊZo’n Êbevestigingselement bestaat uit een bout met een T-vormige kop die na het insteken in de rails een kwartslag wordt gedraaid en muurvast vergrendeld. Het draaggestel is voorzien van een platform en vormt zo een hangende steiger. En anders dan bij staande steigers zijn er in dit geval geen hinderlijke obstakels op het trottoir. Het geheel is nog uit te breiden met een dakrandbeveiliging, waarvoor extra verbindingsmiddelen beschikbaar zijn. Het grootste probleem voor toepassing van het systeem lijkt het al bij de bouw aanbrengen van of de complete rails, of de voor de verwijderbare rails benodigde verankeringspunten. Van Haagen: ‘Die verankeringspunten zijn kleine plaatjes metaal die moeten worden meegemetseld. En metselaars houden daar niet zo van, die willen meters maken.’ Een ander probleem is natuurlijk de bestaande bouw, waar je achteraf nogal wat breekwerk zou moeten verrichten. Om dit probleem te omzeilen, is Hesja in onderhandeling met het Almeerse bedrijf Borgh over een combinatie van het systeem met een al bestaande, na de bouw aan te brengen plug als basis voor verankering.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels