nieuws

Brinkman wil af van laagste prijs

bouwbreed

den haag – Zolang er geen evenwichtigheid bestaat tussen opdrachtgevers en opdrachtnemers in de aanbestedingsregels, zullen de problemen in de bouw blijven bestaan. Dit liet AVBB-voorzitter L.C. Brinkman de parlementaire enquêtecommissie weten.

Tijdens zijn verhoor bracht de bouwwerkgeversvoorman naar voren dat wat hem betreft vooral het gunningscriterium ‘laagste prijs’ op de helling moet. Dat punt zorgt samen met leuren voor een dusdanige moordende concurrentie dat het voortbestaan van bedrijven en de kwaliteit van bouwwerken in de knel kan komen. Brinkman verwees daarbij naar de nieuwe aanbestedingsrichtlijn van de Europese Unie die momenteel in de maak is. ‘De nieuwe richtlijn zegt nadrukkelijk dat gunnen op de laagste prijs tot problemen leidt in de sfeer van continuïteit en kwaliteit. Als je wilt dat infrastructuur en mobiliteit goed worden geregeld en mensen goed kunnen wonen, kun je bedrijven niet blijven uitknijpen.’ Het grootste probleem voor de bouwsector zit volgens hem vooral in de aanbestedingsfase. Daarin wordt concurrentie uitgenodigd, waarbij de opdrachtgevers een oppermachtige rol hebben. Bovendien is in die fase sprake van weinig vertrouwen tussen opdrachtgevers en opdrachtnemers. Dat kan volgens hem niet goed gaan. ‘Als je niet de tweezijdigheid terugbrengt, dan hou je problemen’, aldus Brinkman.

Uitzonderingen

Als groot gevaar ziet hij daarnaast dat er in de toekomst allerlei strakke regelgeving komt. ‘We moeten voorkomen dat we in contractvormen terechtkomen waarin hoe langer hoe meer uitzonderingen staan waardoor bij elk geschil de rechter wordt ingeschakeld’, waarschuwde Brinkman. Dat gevaar dreigt doordat het imago van de bedrijfstak een behoorlijke knauw heeft gekregen. ‘Wij zijn geen sjacheraars die de hele dag in de seksclub zitten.’ De commissie haastte zich te verklaren dat dit niet het beeld is dat zij van de bouw heeft. Verwarring ontstond toen werd gesproken over de bereidheid van de bouw en individuele bedrijven mee te werken aan onderzoek. De commissie had het idee dat die medewerking voorzichtig gezegd niet altijd even enthousiast werd verleend. Daarbij baseerde zij zich vooral op de uitspraken van J. van den Hoven van Heijmans, die verklaarde geen onderzoek in zijn bedrijf te willen doen omdat hij meer naar de toekomst wilde kijken.

Snelheid

Volgens Brinkman zijn er ook met de raden van bestuur van de beursgenoteerde ondernemingen afspraken gemaakt over de onderzoeken. ‘Wij begrepen zeer wel dat er medewerking aan onderzoek moest worden verleend en een schikking er niet in zat. Dat heb ik ook met Kist (directeur-generaal van de NMa, red.) besproken. Wat wij willen, is snelheid. De bouwers zeggen mij dat dit geen 10 jaar moet duren, want zij moeten aan het werk.’ Kist heeft toen een dringend beroep gedaan op Brinkman om ‘niet mijn formele, maar materiële invloed aan te wenden om bedrijven te laten meewerken’. Brinkman moest echter erkennen dat bedrijven individueel uitmaken in welke mate en hoe zij dat doen. Dat de bouw in de hele affaire aan zelfreiniging wil doen, blijkt volgens hem ook uit een aantal voorstellen die zijn gedaan, onder meer de gedragscode en de handhaving daarvan. ‘We moeten het momentum gebruiken om de problemen op te lossen. Maar dat kan niet zonder de overheid’, hield Brinkman de commissie voor.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels