nieuws

Terwijl overheid nog aarzelt slaat bedrijfsleven toe

bouwbreed

den haag – Voor de winning van energie uit wind lopen momenteel in Nederland twee initiatieven. Het Near Shore Windmolenpark (NSW) van de overheid en het off-shore park Q7-WP van E-connection en partnerbedrijven, beide in zee voor de kust van Egmond. De commercie handelt slagvaardiger dan de overheid.

Onderzoek naar geschikte plekken voor de winning van windenergie op zee heeft aangegeven dat de omstandigheden voor de kust bij Egmond daarvoor het best zijn. De Vlakte van de Raan, een ondiepte iets ten zuiden van de mond van de Westerschelde, viel als mogelijkheid af omdat daar te weinig energie te winnen zou zijn. De Belgische bedrijven Jan de Nul en Electrabel hebben inmiddels wel vergunningen voor een windpark, maar er loopt nog een beroepsprocedure. De provincie Zeeland heeft bij de Belgische Raad van State beroep aangetekend tegen de komst van de vijftig windmolens twaalf kilometer voor de kust van Knokke-Heist, onder meer vanwege mogelijke verstoring van de radarinstallaties van de schepen op de Westerschelde.

Concurrerend

De Nederlandse overheid koos voor het laten bouwen van Near Shore Windmolenpark voor een locatie voor de kust bij Egmond. Doel is het verkrijgen van meer inzicht in de mogelijkheden van energiewinning op zee. De ervaringen met winning van windenergie op het land zullen op zee niet direct bruikbaar zijn. De wind waait op zee beduidend harder dan op het land, maar de onderhoudskosten op zee zullen ook hoger zijn dan bij een park met turbines op het land. Onderzoek is gewenst om te komen tot concurrerende prijzen van elektriciteit die uit windenergie te winnen is. Bovendien is inzicht in de effecten van windparken op de natuurwaarden in zee van belang. Voor vogels vormt zo’n park een barrière, de turbines kunnen onderwater geluiden en trillingen afgeven die mogelijk het leven van vissen en zeezoogdieren beïnvloeden. Daarom wordt een omvangrijk programma voor monitoring en evaluatie uitgevoerd, het Monitoring en Evaluatie Programma (MEP). Het NSW komt in zee op tien kilometer voor de kust bij Egmond. Inmiddels is het consortium NoordzeeWind van Shell en Nuon door de overheid geselecteerd om het park te bouwen en te exploiteren. Er komen 36 windturbines met elk een vermogen van 2,75 megawatt. De vergunningen voor dit park zijn nog niet rond. De milieueffectrapportage (mer), voorwaarde voor een milieuvergunning, kan naar verwachting in 2003 afgerond zijn. Of dan direct met de bouw kan worden begonnen, is de vraag. E-connection met zijn partnerbedrijven hebben alle vergunningen voor de bouw en de exploitatie van een 120 megawatt windmolenpark op ruim 23 kilometer uit de kust voor Egmond en in waterdiepten van 20 tot 25 meter. Het bedrijf uit Bunnik initieert en realiseert complexe en vernieuwende projecten met een hoog milieurendement, in het bijzonder duurzame energieprojecten.

Gesloten gebied

Q7-WP ligt in blok 7 van het Nederlands Continentaal Plat. Er komen zestig windturbines te staan met elk een vermogen van 2 megawatt. De onderlinge afstand tussen de windturbines bedraagt circa 600Êmeter. Het Ministerie van Verkeer & Waterstaat verklaart het windpark en een zone van 500 meter daaromheen tot gesloten gebied voor alle scheepvaart. E-Connection verwacht een gemiddelde productie van 350 miljoen kWh per jaar. Daarmee heeft E-Connection mogelijkheden gezien die de overheid nog wil onderzoeken. Directeur M.A.J. Kortenoever van E-connection verwacht in april 2003 met de bouw van het windmolenpark te kunnen beginnen. In september 2003 kan het park dan in bedrijf zijn. Kortenoever voorziet geen synergie met het verder naar de kust geprojecteerde Near Shore Windmolenpark. Dat is zover nog niet. Volgens hem is al wel iets te leren van projecten in Denemarken en België waar ook Vestas de turbines levert. Bovendien komen de turbines daar ook op een diepgefundeerde monopaal te staan.

Goedkoper

In de Verenigde Staten heeft de overheid aan het bedrijf Pyramatrix Structures onlangs een subsidie verleend om het composiet constructie van koolstofvezel verder te ontwikkelen voor mogelijke toepassing als ondersteuning voor windturbines, ook op zee. Het bedrijf claimt dat zijn composiet torens de helft goedkoper zijn dan stalen torens voor de windturbines. Daarmee zouden de kosten van de elektriciteit van de windturbines 20 procent goedkoper uitvallen. Bij de constructies van Pyramatrix gaat het niet om volwandige buizen. Het betreft ijle constructies van staven koolstofvezel. Knikken en plooien zoals bij vollewand liggers van welk materiaal dan ook treedt niet op. Constructies van dit composiet materiaal kunnen enorme gewichten dragen: een cilinder van 460 millimeter kan volgens het bedrijf meer dan 4 ton hebben. De subsidie van de overheid wordt gebruikt voor het ontwikkelen van een constructie die een windturbine van 1,5 megawatt moet kunnen dragen. Onderzoek om concurrerende prijs te krijgen

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels