nieuws

Shell bouwt in Japan waterstoftankstation

bouwbreed

den haag – Showa Shell bouwt met Iwatani International Corporation en de gemeente Tokyo het eerste waterstoftankstation. De oplevering volgt april volgend jaar. Showa Shell is een Japans bedrijf dat voor de helft eigendom is van Shell. De waterstofdivisie Shell Hydrogen levert de expertise voor het station.

Het waterstoftankstation is één van de vijf stations die het Japanse ministerie van Economische Zaken, Handel en Industrie in Tokyo laat bouwen. De stations leveren vloeibare en gecomprimeerde waterstof voor auto’s met brandstofcellen. Het station is eigendom van de gemeente Tokyo. In Nederland bereidt Shell Hydrogen een proef voor. Die voorziet in een bus die op een waterstofgestookte brandstofcel rijdt en in de constructie van een afvulpunt voor waterstof. De uitrusting van het voertuig loopt wat minder voorspoedig dan gedacht zodat het een vraag blijft of de proef volgens plan in de loop van het volgende jaar kan beginnen.

Energie

Het tanken van waterstof is wezenlijk anders is dan bijvoorbeeld tanken van LPG, meldt Shell. Het eigenlijke tanken vergt een aanmerkelijke hoeveelheid energie. De waterstof zit onder hoge druk en bij extreem lage temperatuur in een tank. Waterstof lekt geleidelijk weg uit zo’n tank. De industrie zoekt momenteel naar constructies die een tank absoluut dicht maken. Er bestaan ook mogelijkheden om waterstof langs metallurgische weg te binden en geschikt te maken voor transport. Te denken valt verder aan het splitsen van gewone brandstoffen als benzine in waterstof en restproducten zodat een auto onderweg niet hoeft te worden bijgetankt. In theorie lukt dat laatste goed maar in de praktijk levert deze constructie nogal wat problemen op, zo leerde Shell Hydrogen. De benodigde reformer vergt een forse investering en neemt veel ruimte in beslag. Wat betekent dat een niet onaanzienlijk deel van de verstookte waterstof opgaat aan het transport van de benodigdheden. De omvang van de omzetter is inmiddels wel wat afgenomen maar de verdere uitwerkling van deze tussenvorm neemt dermate veel tijd in beslag dat Shell twijfelt of die ooit op grote schaal wordt toegepast.

Productie

Ook de grootschalige productie van de waterstof gaat nog moeizaam. Dat kan bijvoorbeeld door water met behulp van elektriciteit te splitsen. Wordt daar ‘gewone’ elektriciteit voor gebruikt die in centrales is opgewekt dat vergt de omzetting volgens Shell meer energie dan die oplevert. Omzetting kan ook met behulp van zonnepanelen en windturbines. In het geval van zonnepanelen neemt de opstelling een aanmerkelijk oppervlak in beslag; in het geval van de turbine weegt de afhankelijkheid van de hoeveelheid wind zwaar. Shell Pernis zet overigens grootschalige aardgas om in waterstof voor eigen processen. Niet in de laatste plaats veroorzaakt het transport van het waterstof naar de toekomstige tankstations grote zorgen. Vervoer over de weg zoals nu met conventionele brandstoffen gebeurt, wordt als uitermate gevaarlijk gezien.

Ondergronds

Een mogelijke oplossing biedt de aanleg van een gegarandeerd gasdichte ondergrondse infrastructuur. De aanleg daarvan vergt evenwel een flinke investering. De vraag is wie die moet opbrengen en of het systeem de kosten ooit terugverdient. Want het aantal auto’s dat waterstof via een brandstofcel omzet in rij-energie is nog zeer beperkt. Fabrikanten houden de boot af zolang er niet in afdoende mate afvulpunten zijn. De oliemaatschappijen reageren eveneens terughoudend omdat het aantal auto’s dat er gebruik van zal maken nog uitermate klein is.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels