nieuws

Professor Jon Kristinsson stelt zijn leven lang domme vragen

bouwbreed

deventer – Hij moet voortdurend schakelen tussen zijn linker- en zijn rechterhersenhelft; tussen de rationele analyticus en de gevoelsmatige ontwerper. Die niet aflatende interne strijd leverde een stroom opmerkelijke producten op, en even zovele markante ontwerpen. Jon Kristinsson nam onlangs afscheid als hoogleraar milieutechnisch ontwerpen van de TU Delft.

‘Eigenlijk ben ik architect’, zegt prof. ir. Jon Kristinsson bijna verontschuldigend tegen het eind van het gesprek. Dit nadat hij ruim twee uur heeft gesproken over ademende vensters, zelfkoelende daken, klemmende houtverbindingen, waakvlamloze geisers en andere innovaties waarvan hij aan de wieg stond. ‘Maar architectuur is waar ik altijd van geleefd heb. En niet van productontwikkeling, zoals iedereen altijd denkt. Dat lijkt misschien zo omdat ik er zoveel over praat. Dat is ook nodig, omdat de ontwikkeling van een nieuw product zo’n lange adem vergt en je veel mensen moet bewerken en overtuigen. Vijf jaar is niks.’ Het gesprek vindt plaats aan een grote tafel in het souterrain van zijn architectenbureau in een oud herenhuis in de binnenstad van Deventer. Aan die tafel, gemaakt van een oude schuifdeur – ‘want je gooit geen dingen weg’ – zijn in de loop der jaren al die innovaties bedacht. Door Kristinsson zelf en door al die mensen van uiteenlopende disciplines waar zijn bureau mee samenwerkte.

Piepschuim

Hij pakt er een Cobouw bij van twee weken terug, waarin gewag wordt gemaakt van piepschuimkorrels die het klimaat in de kruipruimte aanzienlijk verbeteren. Het is aangetoond door TNO in opdracht van de leverancier van die korrels, welk materiaal tot nog toe vooral als verpakkingsmateriaal worden gebruikt. In een advies aan de gemeente Amsterdam uit 1984, dat hij tevoorschijn heeft getoverd, voorspelt hij hetzelfde effect. ‘Achttien jaar geleden al weer’, benadrukt hij, om nog eens goed te laten doordringen hoe lang de invoering van nieuwe ideeën soms vergt. Gelukkig gaat hij daar nog onverdroten mee door, al vertrok hij in juni als hoogleraar milieutechnisch ontwerpen aan de TU Delft. Natuurlijk was hij eenoog in het land der blinden toen hij zich na zijn studie Bouwkunde in Delft toelegde op de bouwfysica. Het was compleet onontgonnen terrein; het wiel moest nog worden uitgevonden. En dat deed hij dan maar, zoals hij er nooit voor terugdeinsde om basale vragen te stellen; bijna op het domme af. Dagelijks stelt Kristinsson zich wel een paar domme vragen. En de goede daarvan houden hem jaren bezig. Zo werkt hij nu aan een ademend raam. Een raam dat computergestuurd ventileert, verwarmt en de vochtigheidsgraad in de achterliggende ruimte reguleert. Hij kan er niet te veel over kwijt want de octrooiering loopt. Daarvoor gebruikt hij onder andere het geld van de Koninklijke Shell-prijs die hij in 1998 mocht ontvangen en die een belangrijke erkenning betekent voor zijn eigenzinnige werk.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels