nieuws

‘Ook opdrachtgevers vertegenwoordigd in arbitrage’

bouwbreed

den haag – Omdat ook opdrachtgevers in arbitragecommissies zitting hebben, is het uitgesloten dat vonnissen altijd in het voordeel van de aannemers uitvallen. Dat meent ir. B. van der Bilt van het adviescentrum aanbestedingen, ACA GWW. En het europese hof hoedt ervoor dat de Nederlandse arbitrage niet uit de pas loopt met geschillenbeslechting in andere landen.

Opdrachtgevers die worstelen met het niet-passend verklaren van een aanbieding. Daarom draaien veel zaken die bij de enquêtecommissie bouwfraude voorkomen. De Nederlandse publieke opinie lijkt verbluft hoe opdrachtgevers in de tang kunnen zitten van aannemers en niet onder de laagste inschrijver uit kunnen, ook al geeft die een prijs die 70 procent boven de raming ligt, zoals het geval was bij de Kamper Kering. Het verweer van de Raad van Arbitrage, gevraagd naar deze praktijken, lijkt een beetje gemakkelijk. ‘Wilt u dat wij andere uitspraken doen? dan moet u in Brussel zijn, waar de regels worden opgesteld.’ Zo luidt ongeveer de redenering zoals die verwoord staat in een open brief aan de parlementaire enquêtecomissie van secretaris J.A.G. Van Eimeren van de Raad. ‘Wij volgen strikt de regels uit de handleiding bij de richtlijn Werken.’ Ja, ja hoor je veel lezers denken. Juridische teksten lijken voor velen immers van elastiek. Het is maar wie ernaar kijkt en welke advocaat het sterkste pleidooi afsteekt. Maar iemand die weet hoe in er omringende landen wordt omgegaan met dit deel van het Europese aanbestedingsreglement, UAR EG, blijkt niet gemakkelijk te vinden. Directeur M. Chao-Duivis van het Instituut voor Bouwrecht geeft toe dat daar een lacune ligt. ‘Er zijn niet veel personen die het hele veld overzien. Tijdens internationale congressen hebben we een keer een casus laten uitwerken door bouwrechtjuristen uit verschillende landen. Maar dat zijn betrekkelijke ad hoc ondernemingen. We moeten de internationale situatie beter in kaart brengen.’

Streng

Ook ir. B. van der der Bilt van het adviescentrum aanbestedingen ACA GWW pretendeert niet het Europese overzicht te hebben. Maar het Europese Hof in Luxemburg waakt volgens hem streng over de ontwikkelingen in de verschillende lidstaten. Het moet hem vooral van het hart dat de strenge manier van ondervragen van de parlementaire enquêtecommissie getuigt van vooringenomenheid ten aanzien van de raad van Arbitrage. De meeste kritiek die de Raad krijgt, betitelt hij bovendien als onzin. Grote bouwopdrachtgevers als Rijkswaterstaat zijn net zo goed vertegenwoordigd in de arbitragecommissies als de bouwers. Zij zorgen ervoor dat de balans niet eenzijdig doorslaat naar de aannemersbelangen. Hij verwijst ook naar het jaarverslag van de Raad van Arbitrage,waaruit blijkt dat in het jaar 2000 in 31 procent van de gevallen de opdrachtgever helemaal gelijk kreeg en in 35 procent tenminste voor de helft. In 23 procent van de gevallen had de opdrachtgever bij een geschil helemaal ongelijk. Een jaar eerder was dat overigens 41 procent.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels