nieuws

Marktordening veronderstelt evenwichtigheid partijen

bouwbreed

De zogenoemde bouwfraude is een gevolg van de gebrekkige marktordening zoals die na 1992 jarenlang heeft bestaan. En de overheid draagt mede schuld aan de bouwfraude. Dat is het beeld dat deskundigen aan de vooravond van de openbare verhoren van de parlementaire enquête schetsen.

den haag – In de aanloop naar de parlementaire enquête bouwnijverheid heeft menig deskundige al van zich laten horen. Daarbij tekent zich een opmerkelijke consensus af. Als er al sprake is van bouwfraude, dan moet die worden aangepakt. Maar dan wel op de juiste manier. Dat wil zeggen dat moet worden gekeken naar de wijze waarop de markt geordend is. Gelijkwaardigheid van partijen is daarbij een vereiste. Op verschillende manieren heeft volgens diverse deskundigen de overheid op zijn minst bijgedragen aan de malversaties. De belangrijkste oorzaak is wel dat de overheid als opdrachtgever vrijwel uitsluitend geïnteresseerd is in de laagste prijs. Daar komt de laatste jaren ook nog bij dat de overheid de risico’s hoe langer hoe meer bij de aannemer wil leggen. En dan is zij verontwaardigd dat de prijs hoger wordt dan de opdrachtgever zelf had uitgerekend. Het meest recente voorbeeld hiervan is de Noord-Zuidlijn, de roemruchte Amsterdamse metrolijn die als boortunnel moet worden aangelegd. De aanbesteding ervan is mislukt, omdat de aanbiedingen ver boven het budget van de opdrachtgever uitkwamen.

Spelletje

Dat is niet onlogisch gezien de risico’s van het project. Het zal je immers maar gebeuren dat de Munttoren scheef zakt. Curieus in dit verband is dat opdrachtgever Amsterdam de risico’s toch redelijk moet kennen. Er ligt althans een rapport dat angstvallig geheim wordt gehouden. Zelfs een beroep op de Wet openbaarheid van bestuur helpt niet, het argument om het rapport niet vrij te geven is dat het de onderhandelingspositie van Amsterdam zal schaden bij een nieuwe aanbesteding of onderhandelingsronde. Hiermee is dan tegelijkertijd het tweede probleem bij aanbestedingen geschetst: de evenwichtigheid tussen partijen. Zij uit zich onder andere in wederzijds vertrouwen. Is dat er niet, dan verwordt aanbesteden tot een spelletje wie de leepste is. Een bekend verhaal is dat de aannemer die de meeste fouten in een bestek weet te vinden de laagste prijs kan offreren en achteraf het meest heeft verdiend. Want de fouten leiden maar al te vaak tot meerwerk, waarmee de winst wordt gemaakt. Opvallend is dat zowel in de aannemerij als bij de overheid volop ideeën leven hoe het wel zou kunnen. Zo lijkt het alliantiecontract aan populariteit te winnen. In deze contractvorm wordt ervan uitgegaan dat voordelen, behaald tijdens de uitvoering, keurig worden gedeeld tussen aannemer en opdrachtgever. Vertrouwen en eerlijkheid tussen de partijen is daarbij uiteraard cruciaal. Nog interessanter is het aangaan van langdurige relaties, door beheer en onderhoud gedurende een aantal jaren bij de uitvoerende partij neer te leggen. Eén van de grote problemen in de bouw is immers continuïteit. Juist door het aantal grote projecten dreigt die in gevaar te komen. Het capaciteitsbeslag daarvan is immers groot, terwijl bouwbedrijven bij het aflopen van de projecten in een dip terecht dreigen te komen. Bijkomend voordeel is dat hiermee ook innovaties worden gestimuleerd. Als, zoals bij de bovenbouw van de HSL-Zuid is gebeurd, de aannemers worden betaald op basis van de beschikbaarheid van de infrastructuur, zullen zij hun uiterste best doen het werk zo onderhoudsarm mogelijk te maken. Dan wordt niet gekeken naar de initiële investering, maar naar de levensloopkosten. Dit is mogelijk ook een oplossing voor het probleem van budgetoverschrijdingen bij de overheidsopdrachtgever. Nu wordt dat maar al te vaak opgelost door de risico’s bij de uitvoerende partij neer te leggen, ook de risico’s die de aannemer niet kan beheersen. Dat heeft op zich een opwaarts effect op de prijzen. Dat bleek bijvoorbeeld bij de onderbouw van de HSL-Zuid waar de aanbiedingen zo’n 30 procent boven de ramingen lagen. Daar is het probleem na interventie van de Raad van Arbitrage voor de bouwbedrijven in Nederland opgelost door een andere risicoverdeling en een risicoverzekering. Over één ding zijn de deskundigen het eens: een fundamentele gedragsverandering binnen de bouw is nodig. Maar dat kan niet als niet ook de opdrachtgevers oog gaan krijgen voor de noden bij bouwbedrijven. Daarbij zal er een oplossing moeten komen voor de aanbestedingskosten. Als de enquête dit voor elkaar kan krijgen, dan kan die wel eens een blessing in disguise zijn. Beheer en onderhoud voor langere tijd leggen bij uitvoerende bouw

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels