nieuws

Glasvezel storingvrij met met nieuwe aansluiting

bouwbreed

den haag – Glasvezelkabel functioneert in bepaalde toepassingen aanmerkelijk beter dan koperkabel. Maar anders dan een koper-ader laat het uiteinde van een glasvezel zich uitermate moeilijk verbinden.

Bij koper volstaat een strak aangedraaide schroef of soldeer; bij glas moeten talrijke vezels onder een specifieke hoek geknipt en gemonteerd worden zonder het materiaal te beschadigen. Een beschadiging verstoort de lichtstroom en dus het signaal. Pas wanneer de verbinding gebruiksklaar is gemaakt blijkt of die voldoet. Northrop Grumman bedacht een betere methode voor de aansluitingen. Die voorziet tijdens het productieproces van de vezel in het prepareren van de uiteinden voor de verbindingen. De ‘eindmonteur’ hoeft zich zo niet druk te maken over de kwaliteit van de verbinding omdat die volgens de fabrikant altijd goed is. Omdat de uiteinden in de fabriek worden gevormd ontstaan tegen relatief lage kosten identieke kabeleinden die een minimale kans op storingen geven. geschikt voor elke toepassing die optische transmissie gebruikt. Een glasvezel bestaat uit een kern die het licht transporteert. Rond de kern zit een glazen tussenlaag die licht dat uit de kern ontsnapt tegenhoudt. Een tweede afscherming uit glas met een toeslagstof houdt licht tegen dat door de eerste afscherming breekt. Deze constructie garandeert een nagenoeg verliesvrij en ongestoord signaal van afdoende sterkte. Als het uiteinde van de glasvezel bij het aansnijden beschadigt, kan een deel van het signaal in de kabel weerkaatsen. Wanneer deze reflectie te sterk uitvalt kunnen oscillaties ontstaan die het signaal aantasten. Om dat te voorkomen moet het uiteinde onder een hoek van 15 tot 20 graden worden afgesneden. De vezel meet evenwel een diameter van minder dan 125 micron en dus is de kans groot dat de opgegeven hoek niet wordt gehaald.

Taps uiteinde

Northrop Grumman voorziet de vezel van een taps uiteinde. Daardoor komen de afschermingen dichter op de kern. In het tapse deel ontsnapt meer licht uit de kern dat in de tweede afscherming verdwijnt. De mate waarin de tweede afscherming een overmaat aan reflecties opvangt wordt bepaald door de hoeveelheid toeslagstof in het glas en de lengte en de vorm van het vlak dat het licht absorbeert. Het signaal valt daardoor altijd goed, ongeacht de kwaliteit van het uiteinde. Met deze absorptietechniek kan de signaalsterkte op elke plaats waar in de vezel een taps gedeelte zit worden gecontroleerd. De tweede afscherming is niet aan een bepaalde vorm gebonden en hoeft ook niet rond de kern te zitten zolang er maar voldoende absorberend vermogen is.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels