nieuws

De blauwe schat

bouwbreed

De blauwe schat

Waterproblemen niet afwentelen, is het advies van de commissie-Tielrooij over het waterbeheer in de 21ste eeuw aan het adres van de waterschappen. Per deelstroomgebied, waarvan Nederland er vele kent, moet het waterhuishoudboekje op orde zijn. Elke ingreep in de waterhuishouding, bijvoorbeeld door het plannen van een nieuwbouwwijk, moet worden gecompenseerd door maatregelen elders, zodat toch dezelfde hoeveelheid water kan worden vastgehouden. In die zin zijn ook provinciale en gemeentelijke bestuurders aan zet. Elke vijftig jaar verdubbelt echter de bebouwde oppervlakte in Nederland. Op al die versteende en geasfalteerde oppervlakken kan het water niet in de grond wegzakken. Deze gronden zijn dus verloren voor de waterberging. ‘Water is voor politici de grote onbekende’, zei Frans Tielrooij bij de presentatie van het rapport van zijn commissie. ‘Dat blijkt telkens weer uit hun daden. Kijk waar ze woningen bouwen, waar ze wegen aanleggen. De uiterwaarden zijn totaal ongeschikt voor woningbouw, die men daar nog steeds plant. De politiek beseft niet wat er gaande is.’ Nederland heeft tientallen miljarden geïnvesteerd in dijken, gemalen, Deltawerken en zandsuppletie. Maar het water gaat toch zijn gang. Het is een illusie te denken dat water via deze technische ingrepen blijvend kan worden bedwongen. Water moet worden beheerd volgens de lijnen die het zelf heeft gekozen. Er is dus veel meer inzicht nodig in de bewegingen van het water. Waar het oppervlaktewater zich bevindt, is goed in kaart gebracht. Maar veel is nog onduidelijk over de overdracht van oppervlaktewater tussen verschillende stromingsgebieden – om nog maar te zwijgen van de overdracht via het grondwater. Zo betekent het droogmalen van de zes meter diepe Horstermeerpolder dat het nabijgelegen Naardermeer uitdroogt. Het is een geheel nieuwe manier van denken om de loop van het water per stromingsgebied in samenhang te bezien. Nu al biedt de Wet op de ruimtelijke ordening de mogelijkheid om de gevolgen van nieuwe projecten voor het watersysteem te toetsen. Toch gebeurt dit vaak niet. Vandaar dat het kabinet een half jaar geleden de watertoets heeft geïntroduceerd. Elke wijziging in een bestemmings- of streekplan moet getoetst worden aan de gevolgen voor de waterhuishouding. Na evaluatie wordt de watertoets in 2002 wettelijk verankerd. Probleem is dat hiermee voor de zoveelste keer de al zo druk bewandelde weg van toetsing en regelgeving wordt ingeslagen. Voor bestemmingsplannen zijn al telkenmale artikel 19-procedures nodig (bedoeld als noodgreep om tussentijdse wijzigingen door te voeren), omdat deze plannen jaren achterlopen op de werkelijkheid. De praktijk zal waarschijnlijk zijn dat de watertoets een papieren wereld wordt, die niet zal leiden tot meer integratie van de waterproblematiek. Duurzaam bouwen, milieubewust bouwen, overal moet tegenwoordig op worden getoetst, het is soms om gek van te worden. Het ruimte geven aan water moet met liefde worden ingevuld. Die toetsende sfeer helpt niet echt. ‘Waterschappen moeten de waterbak uit’, stelde Thea de Roos, dijkgraaf van waterschap Het Lange Rond. Er kan pas iets gaan veranderen als zij intensief gaan meedenken over ruimtelijke ordening en landschapsbeheer. Ze moeten als kenniscentra gaan fungeren, die watersystemen boven en onder de grond in kaart brengen en inspirerende ideeën spuien over het bouwen van vlondersteden, of het verbouwen van zeekraal op ondergelopen landbouwgronden. Zo kan een manier van denken wortel schieten waarbij water gezien wordt als een kans en niet als een bedreiging. Want dat is het paradoxale: Nederlanders doen niets liever dan kamperen aan het water, pootje baden of wonen aan het water. Water is een rustpunt in onze snelle samenleving. Die positieve beleving van water handen en voeten geven in de planologie, dáár gaat het om.

Drs.ir. Fred Sanders Directeur woningcorporatie ZVH

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels