nieuws

‘Baggerindustrie blijft met groot materieel zitten

bouwbreed

utrecht – De Nederlandse en Belgische baggerindustrie neemt grote risico’s door te blijven investeren in alsmaar groter baggermaterieel. Door de wereldwijde economische teruggang dreigen schepen op termijn onrendabel of zelfs helemaal overbodig te worden.

Met die onheilsboodschap komt Cap Gemini Ernst & Young. Het consultancybureau onderzocht de toekomstige kansen en bedreigingen voor de Nederlandse en Belgische baggerconcerns. Voornaamste bedreiging is volgens de onderzoekers de zucht naar steeds grotere baggerschepen voor het vervoer van zand. Vanwege de grote landaanwinningsprojecten in met name Singapore zijn die nu nog uitermate rendabel, ‘maar bij een veranderende marktvraag zijn dergelijke schepen minder inzetbaar voor bijvoorbeeld kleiner, specialistisch werk’. Een ‘onrendabele benuttingsgraad van de opgebouwde capaciteit’ ligt daarmee op de loer. Nu nog floreert de door de Nederlandse en Belgische bedrijven gedomineerde baggerindustrie, constateert Cap Gemini Ernst & Young. Boskalis, Ballast HAM Dredging en Van Oord ACZ uit Nederland, Jan de Nul en Deme uit België hebben gezamenlijk zo’n 70 procent van de open markt in handen. Een markt die goed is voor een omzet van ongeveer 2,5 miljard euro.

Devies

Mede onder invloed van de grote landaanwinningsprojecten in het Verre Oosten hebben de baggeraars de afgelopen jaren flink geïnvesteerd in hun vloten. Hoe groter hoe beter, leek daarbij het devies. Directeur J. Rovers van de Vereniging van waterbouwers van Bagger-, Kust- en Oeverwerken (VBKO) ontkent niet dat er veel geld is uitgegeven aan nieuw materieel, maar deelt de zorgen van de onderzoekers geenszins. Grotere schepen zijn volgens hem nodig om de steeds groter wordende vaarafstanden op te vangen. ‘Als de vaarafstand toeneemt, heb je wel een groter schip nodig om efficiënt te kunnen werken’, zegt de VBKO-directeur. ‘Op de Noordzee zie je dat zandwinning steeds meer wordt geconcentreerd, om tegemoet te komen aan de belangen van vissers, milieuorganisaties en vogelrichtlijnen. Dat proces zal wereldwijd plaatsvinden met als gevolg dat de vaarafstanden alleen maar verder toenemen.’ T. Godri, directeur van Ballast HAM, is niet bang dat er op termijn schepen aan de ketting moeten omdat er onvoldoende werk voor is. ‘Ook de grote schepen zijn redelijk algemeen inzetbaar’, zegt hij. ‘Wij twijfelen niet aan onze investeringen. En wat Singapore betreft. Als het werk daar stopt zijn er wel weer andere projecten.’ Met een – historisch gezien – jaarlijkse groei van de baggermarkt van tussen 5 en 10 procent maakt bestuurslid P. Berdowski van Boskalis zich ook al geen zorgen. Er is werk genoeg. ‘Onze vloot is voor de komende twee jaar uitverkocht.’ Berdowski vindt dat de onderzoekers te veel hebben gekeken naar de nieuwe capaciteit. ‘Ze zijn voorbij gegaan aan het feit dat er ook schepen uit de vaart worden genomen.’ De onderzoekers van Cap Gemini Ernst & Young waarschuwen ook voor kennisverlies bij de baggerbedrijven doordat in de komende jaren een grote groep deskundig baggerpersoneel met pensioen of de vut gaat. Rovers erkent dat dat een probleem is. ‘Maar zowel de ondernemingen als de bedrijfstak doen er veel aan om de kennis op peil te houden. ‘ De brancheorganisatie maakt zich veel grotere zorgen over de interesse bij jongeren voor baan in de baggerindustrie. ‘Daar moeten we veel energie in stoppen.’

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels