nieuws

Rijk bouwt relatief dure kantoren

bouwbreed

amsterdam – Het Rijk betaalt gemiddeld 100 euro per vierkante meter kantoorvloer meer dan particuliere opdrachtgevers. Daarmee is de overheid 14 procent duurder uit. Dit blijkt uit onderzoek van de Stichting voor Economisch Onderzoek SEO in samenwerking met TNO Inro. Het past in de serie deelonderzoeken naar de zogenaamde bouwfraude.

Op de kantorenmarkt is het Rijk slechts een relatief kleine speler. In de periode 1990 tot 2000 liet de overheid jaarlijks zo’n 140.000 vierkante meter neerzetten. Particuliere opdrachtgevers vroegen in dezelfde periode jaarlijks voor 1,4 miljoen vierkante meter vergunningen aan. De prijsverschillen werden waargenomen in alle grootteklassen kantoren, maar was het grootste voor kantoren met een oppervlakte tussen de 1000 en 5000 vierkante meter. De onderzoekers geven aan dat zij niet hebben gekeken waar deze enorme prijsverschillen vandaan komen. Toch hebben ze wel een aantal verklaringen voor dit fenomeen. Verschillen in kwaliteit, bouwwijze (volledig ingericht tegenover casco) en wijzigingen in bestek en tekeningen gedurende de rit zouden oorzaken kunnen zijn. Ook het bouwen op duurdere locaties door de overheid en verschillen in aanbestedingsmethodiek behoren tot de mogelijkheden. De onderzoekers hebben ook gekeken naar de jaarlijkse prijsstijgingen in de bouw de afgelopen tien jaar. Die bedroeg gemiddeld 2,8 procent per jaar. Dat is 1,5 procentpunt hoger dan in de industrie. De onderzoeksbureaus veronderstellen dat dit verschil in prijsstijging te maken heeft met de loonontwikkeling in de bouw gecombineerd met de ontwikkeling van de arbeidsproductiviteit. Die laatste heeft zich negatief ontwikkeld. Daarnaast zou de prijsontwikkeling van het verbruik een rol gespeeld kunnen hebben, maar juist daarover zijn geen cijfers beschikbaar. De onderzoekers weten bijna zeker dat de winstontwikkeling in de bouw nauwelijks een rol gespeeld kan hebben. Daarvoor was die te marginaal. Ook de kapitaalkosten kunnen niet de oorzaak zijn omdat de langetermijnrente laag is geweest.

Prijsstijgingen

Wordt gekeken naar de hele periode dan blijken de prijsstijgingen in de b&u sterker te zijn geweest dan in de gww-sector. De gespannen verhouding op de woning- en de utiliteitsmarkt wordt geacht hiervan de oorzaak te zijn. Vanaf 1997 draait het beeld echter om. Vanaf die tijd stijgen de prijzen in de gww sterker dan in de b&u. Vanaf die tijd kwamen er in toenemende mate grote infrastructurele werken op de markt waardoor ook de bezettingsgraad steeg. De onderzoekers geven in dit verband niet aan dat het verleggen van veel risico’s van de opdrachtgever naar de aannemer eveneens een oorzaak geweest kan zijn. Vooral in de gww is dit in toenemende mate het geval.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels