nieuws

Beurskoersen geen baken voor de bouw

bouwbreed

Beurskoersen geen baken voor de bouw

Het ging er flink aan toe de afgelopen weken op de beurs. Het laatste restje hoop op een wederopstanding van de nieuwe economie is nu wel vervlogen. Analisten, technisch of fundamenteel, het maakt niet uit, tasten volledig in het duister. Nog maar zeer onlangs werd van de kant van Robeco de 600-puntengrens voor de AEX in het vooruitzicht gesteld. Ik geef toe, het jaar is nog niet om en er kan nog van alles gebeuren. Er is echter geen enkele aanwijzing voor een voorspoedig economisch scenario. Als dit al wel het geval zou zijn, rijst de vraag of daarvan in de beurskoersen zoveel te merken zou zijn.

Dit is geenszins noodzakelijk, aangezien de recente koersdalingen niet veel meer betekenen dan de terugkeer naar normale rendementsverhoudingen. En ook het besef dat afschrijvingen op investeringen toch echt een onderdeel zijn van de kostprijs. Allemaal dingen die we al wisten, maar sommigen even hadden vergeten. De bouwaandelen lieten een normaal verloop zien. Daar treedt een daling op als het niet goed gaat met een bedrijf en de rest blijft stabiel bij voldoende presteren. Natuurlijk kunnen bouwaandelen zich niet geheel onttrekken aan de vrijwel algehele malaise, maar de koersdruk is beperkt.

Hebben de gedaalde beurskoersen grote betekenis voor de bouwnijverheid? In hoeverre is er sprake van een graadmeter voor de ontwikkeling in de vraag naar bouwproductie? Deze vragen zijn niet zo eenvoudig te beantwoorden. Laten we naar de drie onderdelen van de bouwmarkt kijken. De woningbouw heeft op het eerste gezicht weinig relatie met de koersen op de effectenbeurs.

De vraag naar woningen hangt samen met de huishoudensvorming en de verdiende inkomens en vooral ook de verwachtingen op dit laatste punt. Soms wordt aangevoerd dat verdiensten voortvloeiend uit succesvol handelen op de beurs een belangrijke rol heeft gespeeld in de vraag naar dure woningen. Het wegvallen van dit inkomensbestanddeel zou dan tot een sterke vraaguitval leiden. Naar mijn gevoel gaat het hier om een rimpeling die weinig verstoring zal opleveren. Dan de vraag naar utiliteitsgebouwen. Stellig heeft de problematiek bij IT-bedrijven geleid tot afstel en uitstel van bouwinitiatieven. In die zin is de situatie op de beurs voor deze bedrijven een graadmeter. De contouren van een nieuwe fase in de varkenscyclus die op dit moment bij vraag en aanbod in de kantorensector zichtbaar zijn, hebben slechts een beperkt verband met de beurs. De dalingen die op onderdelen van de utiliteitsbouw optreden, staan niet in verhouding tot de alsmaar dalende koersen.

De neerwaartse koers heeft ook een conjuncturele kant. Maar laten we vooral de correctie van de opgeblazen noteringen benadrukken. De macro-economische grootheden die de reële economie weerspiegelen staan er niet zo beroerd voor.

In de infrastructuurbouw heeft de collaps in de IT-wereld al duidelijke sporen nagelaten. Het kon natuurlijk niet uitblijven, dat de bodem op een bepaald moment verzadigd zou zijn met kabels. Die correctie is inmiddels in de cijfers duidelijk. De overige infrastructuur wordt in overwegende mate nog steeds opgedragen door de overheden. Met het aantreden van een nieuw kabinet bestaan er in ieder geval geen plannen om te schrappen in de programma’s.

Alles bij elkaar zie ik de voortgang van de bouwproductie zonniger in dan de richting van de aandelenkoersen suggereren. Zeker op dit moment vind ik de beurs dan ook geen baken voor de bouw. Of de beurs ooit wel als een baken kan fungeren is voor mij onduidelijk. De beurs zou volgens sommige kenners een halfjaar op de echte economie vooruitlopen. Dat ziet er niet mooi uit voor hen die daar geloof aan hechten. Evenmin als de nieuwe economie mij als supporter kon binden, geloof ik niet in deze voorspellende kracht van de beurs.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels