nieuws

Voelen en ruiken aan wonderlijke materialen

bouwbreed

delft – Fosforiserend beton dat oplicht in het donker, scheidingswanden van reusachtige schuim, triplex dat moeiteloos met de hand is te buigen. Op de tentoonstelling Future Materials in het Techniek Museum in Delft kunnen bouwers zich laten inspireren door nieuwe materialen met onverwachte eigenschappen die schreeuwen om toepassing.

In een soort materiaalkundig rariteitenkabinet heeft ze de kleine zaal van het Techniek Museum in Delft omgetoverd. Els Zijlstra van bureau Materia stalde er een grote verzameling wonderlijke materialen uit waaraan bezoekers zich kunnen vergapen. En bij wijze van uitzondering mogen ze de tentoongestelde objecten niet alleen bekijken met hun ogen, maar kunnen ze ook hun handen, neus of andere zintuigen de kost geven. En dat doen ze volop, getuige de kleine beschadigingen die sommige monsters inmiddels ontsieren. Beneden in de zaal legde Zijlstra een beperkte hoeveelheid meer conceptuele materialen neer; materialen die nog in ontwikkeling zijn. Boven zijn tientallen materialen te zien die al wel in productie zijn, maar niet via de reguliere bouwmaterialenhandel verkrijgbaar. Materialen kortom, die architecten en bouwers niet zo gauw op hun weg vinden. Zoals folies die maar alleen in bepaalde hoeken licht doorlaten, ingenieuze breisels van staaldraad, of glaspanelen gevuld met kippenveertjes. Ze zijn gerangschikt naar vier categorieën: bouwfysica, milieu, constructie en multisensorisch. Maar aan die indeling hecht Zijlstra niet te sterk. Elke categorisering drukt materialen meteen weer zo duidelijk een bepaald stempel op en dat is juist waar ze met haar bedrijf Materia voortdurend mee probeert te breken.

Beurzen

Sinds de oprichting vier jaar terug struint ze systematisch allerlei niet aan de bouw gerelateerde beurzen af op zoek naar materialen die een toepassing verdienen in de bouw. Van textielbeurzen, kunststofbeurzen en andere bijeenkomsten komt ze altijd wel met een intrigerend materiaal thuis dat een toepassing verdient in de bouw. Zo vormt ze het intermediair tussen materiaalfabrikanten en ontwerpers. Ze behoedt de laatsten ervoor zelf het wiel uit te vinden, want dat ene materiaal met die specifieke eigenschappen dat ze zoeken, bestaat vaak allang. Zijlstra: ‘Je moet het alleen weten te vinden. Omgekeerd helpt ik materiaalproducenten bij hun productontwikkeling. Want zij kunnen zich vaak niet goed verplaatsen in de positie van ontwerpers. In hun afvalbakken vind ik soms de mooiste dingen, die als mislukt worden afgedankt, maar waarvoor ik prachtige onvermoede toepassingen zie.’

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels