nieuws

Nauwelijks dynamiek in Europese woningmarkt

bouwbreed

amsterdam – De Europese woningmarkt is momenteel uiterst weinig dynamisch. Dat constateren de in Euroconstruct samenwerkende statistische bureaus voor bouwzaken. Hoewel de vooruitzichten somber zijn, komt ruim 45 procent van het Europees bouwvolume in dit segment tot stand.

Het gebrek aan dynamiek verklaart Euroconstruct uit de demografische ontwikkeling in de meeste landen. Met de totale beschikbare woningvoorraad kan inmiddels goed tegemoet worden gekomen aan de kwantitatieve woningvraag van de langzaam verouderende Europese bevolking. Vooral de ontwikkeling op de Duitse bouwmarkt springt in het oog. Terwijl het aantal voltooide woningen eind jaren negentig nog meer dan 400.000 bedroeg, wordt dit jaar met slecht 265.000 nieuwe woningen een dieptepunt bereikt. Voor 2003 en 2004 komt de verwachting uit op een gemiddelde productie van ongeveer 300.000 nieuwe woningen per jaar. Naast de politieke en economische onzekerheid bij onze oosterburen, gelden de grote woningvoorraad en de – op langere termijn – verwachte daling van de bevolkingsomvang als belangrijkste verklaring voor de zwakke vraag. Opvallend is de verwachte groei van de Belgische woningbouw. Na een daling van het bouwvolume in 2001 en 2002, neemt de productie van nieuwe woningen in 2003 en 2004 met respectievelijk 5 en 8,5 procent toe. In aantal bouwvergunningen wordt een groei van 40.000 woningen in 2001 naar 50.000 woningen in 2004 verwacht. Vooral de (verwachte) relatief hoge economische groei in België (2,5 à 3 procent per jaar) stimuleert de vraag naar nieuwe woningen.

Utiliteitsbouw

Ruim 33 procent van de omzet van de Europese bouwnijverheid betreft utiliteitsbouw. Omdat de ontwikkeling van de utiliteitsbouw voor een belangrijk deel wordt bepaald door de conjunctuur, zal het geen verbazing wekken dat de vooruitzichten voor de utiliteitsbouwproductie dit en volgend jaar weinig opbeurend zijn. De meest positieve verwachting dit jaar geldt voor Spanje (+4,3 procent). In 2003 en 2004 kent de vraag naar utiliteitsgebouwen in België de sterkste groei met gemiddeld ongeveer 4 procent per jaar. Renovatie en onderhoud worden over het algemeen minder scherp getroffen door de op- en neergaande conjunctuur dan nieuwbouw. Hier zien we dan ook in de meeste landen een groei van 2 tot 3 procent in de komende jaren. Alleen Duitsland blijft achter, met een groei van slechts 0,7 procent per jaar. De perspectieven van de grond-, water- en wegenbouwkundige investeringen zijn, zoals gezegd, met een gemiddelde groei van 3 procent of meer in 2003 en 2004 het meest gunstig. Ruim 20 procent van de Europese bouwproductie betreft grond-, water- en wegenbouwkundige werken. Zestig procent daarvan is bouwproductie voor transportinfrastructuur (wegen, spoorlijnen, enzovoort). Nutsvoorzieningen en rioleringen nemen ongeveer 20 procent van de markt voor hun rekening. Binnen de transportinfrastructuur groeit het aandeel van de rail-infrastructuur ten koste van de wegenbouw. In veel landen wordt fors geïnvesteerd in hogesnelheidslijnen en in aanpassingen aan het bestaande spoorwegnet. Ook op de gww-markt bevindt Duitsland zich in de achterhoede. Hoewel Frankrijk en Nederland met een gemiddelde groei van ongeveer 1,5 procent per jaar in 2003 en 2004 eveneens achter blijven bij het Europees gemiddelde, bedraagt de groei in Duitsland slechts 1 procent per jaar. Perspectieven in gww zijn het meest gunstig

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels