nieuws

‘Handhaving besluit moet strenger’

bouwbreed

delft – Een meldpunt voor ongeregeldheden rondom het Bouwstoffenbesluit is onvoldoende. De handhaving moet veel strakker worden aangepakt en onderzoeken sneller afgerond. Dat vindt prof. Ch. Hendriks van de TU Delft. De ‘tempospeler’ ziet best mogelijkheden voor versimpeling van de complexe regelgeving.

Concurrentie tussen certificeerders is wat Hendriks betreft een van de uitgangspunten van de gekozen certificatiestructuur. En dat heeft de bekende voor- en nadelen. Voordelen zijn dat bouwstoffenproducenten de keuze hebben en certificerende instellingen zich actief opstellen en elkaar scherp houden. Het nadeel kan zijn dat er over kwaliteit onderhandeld gaat worden, wat voor Hendriks absoluut uit den boze is. ‘Maar op het alternatief, dat elke partij bouwmaterialen apart wordt gekeurd, zit ook niemand te wachten’, aldus de hoogleraar civieltechnische materiaalkunde. ‘Dan zijn we weer vooral materialen naar testlaboratoria aan het slepen, in plaats van naar bouwwerken. Dat is veel te kostbaar en vergt te veel tijd. Want de uitloogproeven die het Bouwstoffenbesluit vereist duren lang. Dat gaat alleen binnen een certificeringsschema, waarbij het complete proces van een producent bewaakt wordt. Partijkeuren stuit bovendien nog op andere praktische bezwaren. Ga er maar eens aanstaan om een scheepslading breuksteen te bemonsteren. Dat is een kunst op zich. De mensen die dat beheersen vind je niet op de hoek van elke straat.’

Aanscherpen

Vorig jaar heeft hij er bij VROM al eens op aangedrongen de handhaving van het Bouwstoffenbesluit flink aan te scherpen. Het antwoord daarop, het instellen van een meldpunt, schiet wat hem betreft te kort. Dat de aan het licht gekomen kwesties rond certificeerders Kiwa en Eerland het gevolg zijn van onbekendheid met het relatief nieuwe Bouwstoffenbesluit, gelooft hij niet. Misschien dat kleine gemeenten een kennisachterstand hebben, maar verder wordt er al zo lang door iedereen meegedacht over het besluit dat iedereen ruim voldoende tijd heeft gehad om de systematiek te doorgronden. Snelheid, snelheid. Hendriks kan er niet genoeg op hameren. Want dat de onderzoeken naar bijvoorbeeld de staalslakkenaffaire in Nieuw Vennep zo lang duren, steekt hem. De onduidelijkheid die daarvan het gevolg is, is schadelijk voor het aanzien van de branche. Zelf laat hij ook soms al zijn werk en afspraken schieten, als hem in zijn hoedanigheid van voorzitter van de toetsingscommissie voor het Bouwstoffenbesluit geluiden bereiken dat er bij het opstellen van een beoordelingsrichtlijn fouten zijn gemaakt. Sommige dingen moeten snel worden opgelost. Prioriteiten moeten helder worden gesteld. Dat zouden de inspectie van VROM en justitie ook wel eens mogen doen. Zelf is hij geneigd te denken dat in Nieuw Vennep vooral onoordeelkundig is gewerkt. ‘De hoge zuurgraad die de vissen de das om deed nadat staalslakken op de bodem van de vijvers waren gestort, is iets waar het Bouwstoffenbesluit helemaal niet naar kijkt. Er is weliswaar een kleinere fractie toegepast dan volgens de BRL is toegestaan, maar het is de vraag of dat de enige fout is. In Nieuw Vennep werd een ontwerpfout gemaakt.’ Dat het Bouwstoffenbesluit een open boek is, zal niemand hem horen zeggen. Hendriks heeft er diverse boeken over geschreven, één telt meer dan 800 pagina’s. Dat zegt genoeg. ‘We hebben met ons allen gekozen voor een ingewikkeld systeem. Ik heb indertijd wel voorstellen gedaan voor ingrijpende versimpelingen, maar dat durfden de juristen toen niet aan. Die vreesden dat het niet te handhaven zou zijn.’ De laatste keer dat hij zich over versimpeling boog was vorig jaar in samenwerking met een projectgroep van VNO/ NCW. Maar VROM broedt naar zijn zin al weer te lang over die rationalisatie en de knelpuntenlijstjes. ‘Ik ben een tempospeler. Ook bij voetbal houd ik van snel spel. Dan mogen er best eens fouten worden gemaakt, als die ook maar weer snel worden hersteld . Maar in vredesnaam, doe wat!’

Mobiel

Mobiele brekers, dat moet hem van het hart, presteren hartstikke goed. We moeten zeker niet van de vaste brekers af, maar elke twijfel aan de kwaliteit van de certificatie van mobiele brekers spreekt hij met klem tegen. Hun kwaliteit zit aan de top. En naarmate slopers eerder bij bouwprojecten betrokken worden, zijn meer materialen ter plekke te verwerken. Dan gaan die vermalen bakstenen en betonnen kolommen van het afgedankte kantoor onder de wegen die het nieuwe complex ontsluiten. Of nog beter, ze komen terecht in de betonmortel die ter plekke wordt gemengd voor de nieuwbouw. ‘Dan lever je echt een bijdrage aan het terugdringen van vervoersstromen en gebruik van primaire grondstoffen. De branchevereniging voor mobiele brekers heeft vorig jaar niet voor niets een belangrijke prijs gekregen.’ ‘Het Bouwstoffenbesluit is natuurlijk nog niet af. Grotere of kleinere aanpassingen zijn nodig. BRL’s worden aangescherpt, procedures verfijnd. Maar er zullen in de toekomst ook grotere stappen nodig zijn. Niet alleen de samenstellende delen, maar complete bouwwerken worden naar mijn vaste overtuiging in de toekomst gecertificeerd. Daar heb je pas wat aan als opdrachtgever.’ Hij is er jaren terug met Ed Nijpels al eens over in gesprek geweest met toonaangevende verzekeraars. Helaas is die exercitie wat verslapt, maar hij gaat de draad beslist weer oppakken. Hij ziet het als zijn taak als hoogleraar om in zijn denkwerk de buitenwereld een paar stappen voor te zijn. ‘Als anderen zich een vraag voor het eerst stellen, moeten wetenschappers het antwoord al paraat hebben.’ ‘Ik heb voorstellen gedaan voor versimpeling, maar daar durfden de juristen niet aan’

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels