nieuws

Bevorderen biobrandstof levert weinig op

bouwbreed

den haag – Het Europese milieubureau (EEB) verwacht weinig van de accijnsverlaging waarmee de Europese Commissie (EC) het gebruik van biobrandstof wil bevorderen. De maatregel levert volgens het EEB weinig economische, energietechnische en ecologische voordelen op.

De EC wilde dat 2 procent van de gebruikte motorbrandstoffen in 2005 van biologische aard zou zijn. In 2010 zou dat 5,75 procent moeten zijn. De lidstaten konden daarvoor de branstofaccijns met 50 en in uitzonderlijke gevallen zelfs 100 procent verminderen. De biobrandstof zou volledig van agrarische oorsprong moeten zijn. Het EEB vindt dat hierdoor aanmerkelijke ecologische schade ontstaat. De planten die aan de biobrandstof opgaan, bevorderen de monocultuur en vergen veel chemische bestrijdingsmiddelen, nemen veel grond in beslag en vervuilen de bodem en het grondwater.

Raapzaad

Het EEB noemt de milieuvoordelen van biobrandstof vooralsnog onbekend. Bekend is wel dat de aanmaak van 2 tot 3 liter biobrandstof uit raapzaad metylester één liter fossiele brandstof vergt, onder meer voor tractoren. Raapzaad verbruikt ook grote hoeveelheden stikstof (kunstmest) om te groeien. Het EEB verwacht meer van biobrandstof uit houtresten; hier levert één liter fossiele brandstof 17 liter biobranstof op. Nader onderzoek moet leren hoe organisch afval brandstof kan opleveren. De verlaagde accijns kunnen dan bijvoorbeeld ook voor biogas, DME en omgezet slachtafval gelden. Een efficiënter transport spaart het milieu wellicht meer dan het verstoken van alternatieve brandstoffen. Die kunnen meer transport in de hand werken. Het EEB adviseert de EC autofabrikanten te belonen voor het ontwikkelen van zuiniger voertuigen en wijst op een prototype van VW dat met 1 liter diesel 100 kilometer aflegt.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels