nieuws

Afscheid van Vinex

bouwbreed

In zowel de Vierde nota ruimtelijke ordening extra als in de Nota architectuurbeleid, beide uit het begin van de jaren negentig, stond niets over die relatie. De Vierde nota ging vooral over de vraag hoe en waar bouw je in tien jaar tijd 750.000 woningen. En de Nota architectuurbeleid ging vooral over verantwoordelijkheid van de opdrachtgever in dezen. De vormgeving van de Vinex-wijken zag men kennelijk als uitwerking. Het is een onderschatting geweest, stelt Arie de Klerk nu, want grootschalige woningbouw kent een heel eigen problematiek. Hij sprak onlangs op een congres over ‘Relatie architectuur en Vinex’.

Vinex had een vliegende start. Projectontwikkelaars kochten de gronden op en brachten die bij gemeenten in. Maar daarna werd Vinex gewoon ‘gepolder’. Op papier klopte het allemaal, maar met marktwerking had het niets te maken. Achteraf moet je zeggen dat corporaties eenvoudig zijn ingewisseld voor projectontwikkelaars en dat het merendeel van de 750.000 woningen wordt gebouwd op, voor bouw- en woonrijp maken, de duurste ondergrond van Nederland. Ook wat betreft onderhoud en beheer. Maar gedane zaken nemen geen keer. Aan de andere kant was er de stedenbouw en de architectuur. Die disciplines moesten de plannen maken. En juist die disciplines moeten het hebben van vergezichten, van luchten met stapelwolken en zo nodig onweer. En iedereen weet: polder en onweer, dat gaat niet goed samen. Stedenbouw verwerd tot locatieontwikkeling en er waren architecten die niet eens op Vinex wilden bouwen. Daar was wel wat voor te zeggen. Bij een Vinex-opgave ligt het programma vast: de afmetingen van de woning in vierkante en kubieke meters; het aantal kamers en het aantal verdiepingen; de verkoopcategorie en de bouwkosten. En als de koper iets wijzigt gaat dat zelfs vaak nog buiten de architect om. Op de Vinex-wijken kwam vrijwel direct kritiek. Geen woonwijk, maar de antistad: geen parken, geen pleinen, geen fonteinen, geen goed vervoer, geen voorzieningen, geen stedelijkheid. Saai, monotoon, dezelfde woningen achter alleen een andere gevel, een monocultuur van wonen, een zee van eengezinswoningen. Het ontlokte Carel Weeber zijn pleidooi voor het ‘wilde wonen’. Achteraf laat de kritiek zich goed verklaren. Op Vinex-locaties maakten gemeenten en projectontwikkelaars de dienst uit. En die lieten zich leiden door heel triviale zaken: verkoopbaarheid, de aanpak van naoorlogse wijken, grondposities, en de spanning tussen opbrengsten en exploitatie, maar ook het behalen van winst. Marketing kwam in de plaats van inspraak; alle woningen werden toch wel verkocht. Vinex was een toneelstuk waar de betalende bezoeker pas na afloop werd binnengelaten. Waar de plannenmakers zich op verkeken hebben is de dynamiek van de markt in relatie tot de planningsperioden van grootschalige woningbouw. Bij Vinex neemt de planvoorbereiding al gauw drie, vier jaar in beslag. En net in die periode waarin Vinex op stoom kwam begon de rente te dalen. Daardoor ontstond meer financieringsruimte voor kopers en daarmee voor ontwikkelaars -en niet te vergeten de gemeenten- ruimte om hogere VON-prijzen te vragen. En dus gingen die successievelijk omhoog. Ook de prijzen van woningen die ontwikkeld waren volgens opvattingen die drie, vier jaar daarvoor golden. Die woningen kwamen als het ware verouderd op de markt, maar wel voor hogere prijzen. Dat was ook de conclusie van Tweede-Kamerlid Adri Duivesteijn, toen hij een tour maakte langs Vinex-wijken. Daarbij bleek hem dat kopers 40.000 (toen nog) gulden voor lucht betaalden. En dat was een gemiddelde, want in het westen van Nederland was de prijs voor lucht nog hoger. En zo maakten we kennis met wat ik zou willen noemen opbrengstenarchitectuur: eengezinswoningen, smal, ondiep, lage plafonds, steile trappen, bij voorkeur een lessenaarsdak en zonder dakkapel. De huizen, die uitzien op een parkeerplaats, hebben een voortuintje dat groot genoeg is om te dienen als etalage voor het tuincentrum, en achter een stuk verkavelingsgrond, ingericht als een ren voor gestresste tweeverdieners, op zoek naar de ruimte die er in huis niet is. Woningen ‘verouderd’ maar wel duurder

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels