nieuws

Verbouwing studentenburcht maakt einde aan chaos

bouwbreed

ENSCHEDE – Architect Piet Blom (1934-1999) dacht met de Enschedese studentenburcht de Bastille een structuralistisch bouwwerk af te leveren dat zou excelleren in flexibiliteit en herbruikbaarheid. Maar die opvatting blijkt dertig jaar later ruimschoots achterhaald. Een verbouwing die zelfs de hoofddraagconstructie niet ongemoeid laat, moet het merkwaardige bouwwerk redden van de slopershamer. En recht doen aan het structuralistisch concept.

‘Je zult er verbaasd van staan dat in deze tijd met rijksgelden werkelijk een stuk chaos kan worden gemaakt,’ sprak Blom eind jaren zestig zelf trots over de labyrintische mensa, die volgens hem te typeren viel als ‘een anarchistisch gebouw’. Maar anno 2002 krijgen chaotisch ingedeelde gebouwen het aan de stok met de brandweer. Zeker als er grootschalige studentenfeesten als de ‘Batavierenrace’ plaatsvinden. Veiligheid is agendapunt nummer 1 bij de verbouwing van De Bastille (1967).

Uitgekookt

‘De vluchtwegen zijn te klein en te grillig, de plattegrond onduidelijk en onoverzichtelijk’, somt architect Robert Winkel op. ‘Moeilijk om daarvoor een oplossing te vinden. Want hoewel structuralisme stond voor flexibiliteit, is de structuur zo stug als wat. Hoe hoger de architectuur, hoe minder de flexibiliteit. Die vuistregel gaat altijd op.’ De Bastille – jaarlijks wordt hij bestormd door een nieuwe lichting studenten – is pas ruim dertig jaar oud, maar stamt niettemin nadrukkelijk uit een ander tijdperk. De centrale ‘speakerscorner’ bijvoorbeeld, een betonnen zitkuil bestemd voor discussie tussen studenten, is een element dat in hedendaagse architectuur ondenkbaar is. Dertien verschillende niveaus, talrijke trapjes, doorkijkjes en gangetjes moesten de studenten dwingen tot een ontdekkingstocht naar de ruimtes en zitjes in het complex. Maar de praktijk wees uit dat studenten zich in De Bastille slecht konden oriënteren. Een mislukt gebouw dus? ‘Nee’, vindt Winkel, die met Beltman Architecten een uitgekookt ontwerp voor de verbouwing bedacht. ‘Er is alleen het een en ander misgegaan. Blom had een metabolistisch plan, dat erin voorzag dat het gebouw door bleef groeien. Maar voor uitbreiding was geen ruimte en de dichte gemetselde gevels die er in kwamen, maakten het functioneren er ook niet eenvoudiger op.’

Straatklinkers

De Bastille, gelegen op het terrein van de Universiteit Twente, is een weerslag van Bloms idee van ‘het gebouw als stad’. Met straatklinkers op de begane grond, een speakerscorner als marktplein en draperieën aan plafonds die fungeerden als de wolken. Opmerkelijk is dat de uitgangspunten van het structuralisme die aan De Bastille ten grondslag lagen op het eerste gezicht overeenstemmen met wat nu IFD-bouwen heet. Structuralisme (definitie: het samenvoegen van gelijkvormige elementen tot een bouwkundige structuur die op verschillende manieren kan worden ingevuld) had mogelijkheden moeten bieden tot uitbreiding en groei, flexibiliteit en een ontwerp binnen een duidelijk grid. Verder moest de constructie bepalend zijn voor de ruimtewerking en werd gestreefd naar functiemenging. Maar om die doelstellingen anno 2002 in De Bastille te halen, moet er binnenshuis eerst op grote schaal worden gesloopt. ‘Inmiddels hebben we het principe van ‘sectional building’ geleerd’, zegt Winkel. ‘Om een gebouw te kunnen hergebruiken moet je de hoofddraagconstructie scheiden van vloeren en gevel. Eind jaren zestig was daarvan nog geen sprake.’ Consequentie voor De Bastille is dat van de betonnen vloeren 700 vierkante meter wordt weggebroken. Op de begane grond en eerste verdieping wordt ongeveer de helft van alle wanden en nog overgebleven zitjes verwijderd, de tweede verdieping wordt volledig leeggemaakt en opnieuw ingedeeld. Omdat met name in het hart van het gebouw delen van de draagstructuur moeten wijken, zal om te beginnen flink moeten worden gestut. ‘We gaan enorme stalen balken aanbrengen ter vervanging van vier kolommen die een dakdeel van 15 bij 15 meter dragen. Dat wordt een huzarenstukje’, vertelt Winkel. De constructie van 1,20 meter hoge balken wordt in de vorm van een molenwiek bevestigd aan omliggende kolommen. Het stalen frame moet met een hijskraan in één stuk door het opengemaakte dak worden gehesen. Door het hart van het gebouw open te breken en te verruimen ontstaat een atrium dat groot genoeg is voor het organiseren van popconcerten. Zowel aan de noord- als aan de zuidzijde wordt door doorbraak van gevel en binnenwanden een ruime entree en route naar het hart van het gebouw gecreëerd.

Installaties

Ook de installaties van het gebouw krijgen een grondige beurt. Anders dan nu het geval is, krijgt in de toekomst iedere ruimte zijn eigen ventilatie. Een aantal van de vele trapjes in het complex worden gesloopt en verbouwd tot leidingschacht. De functiemenging waarvan Blom hield, blijft: de mensa verhuist naar een nieuw gebouw, maar rond het atrium blijft een groot aantal ruimtes bestaan voor studieverenigingen, kroegjes en winkeltjes. Piet Bloms zoon Abel, die eveneens architect is, houdt in een ‘klankbordgroep’ in de gaten of zijn vaders creatie geen schade wordt aangedaan. Ir. Jan Hoogstad, supervisor van het masterplan voor de Universiteit Twente besloot hem bij het proces te betrekken. Hij handelde daarmee in de geest van de ontwerper van de Bastille, die altijd een vinger aan de pols hield. Piet Blom woonde zelfs een tijd op de campus in een theehuis om de voortgang van planontwikkelingen in de gaten te houden en dreef zijn Bastille-bouwteam ‘Werkplaats voor Publieke Werken’ tot faillissement door tijdens de bouw twee keer per maand per vliegtuig langs te komen. Voor zijn dood heeft Piet Blom overigens nog ingestemd met verbouwing van zijn geesteskind. ‘Het is ook onzin om een gebouw als een soort monument te laten staan wanneer het niet meer functioneert. Zeker een bouwwerk van Blom, die architectuur beschouwde als iets levends. Je moet in zo’n geval slopen of reanimeren. Dat mogen ze met mijn gebouwen ook doen als het zo ver is’, zegt Winkel, die eerder naam maakte met revitalisatie van de voormalige Rotterdamse Schiecentrale. Na de verbouwing staat een uitbreiding van De Bastille op het programma. Winkel: ‘We denken aan een lichte krans. Met behoud van de bestaande gevels en in de geest van het structuralisme. Maar zonder nog meer van die potdichte gevels.’ Projectgegevens

Ontwerp: Robert Winkel Architecten, Rotterdam/ Beltman Architecten & Ingenieurs BV, Enschede Opdrachtgever: Student Union, Universiteit Twente Aannemer: Plegt-Vos BV, Oldenzaal Bouwsom: 2,1 miljoen euro Bouwmanagement: Nieuwenhuijse Bouwmanagement, Enschede Adviseur installaties: Valstar Simonis, Apeldoorn Start bouw: eind mei 2002 ‘Je moet in zo’n geval slopen of reanimeren’

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels