nieuws

Onenigheid over opvang overtollig Rijnwater

bouwbreed

arnhem – Het moet een hernieuwde samenwerking worden: de strijd tegen het hoge water van de Rijn. De provincie Gelderland en de Duitse deelstaat Noordrijn-Westfalen staan soms echter lijnrecht tegenover elkaar. Met name over de plek waar het overtollige water in geval van nood kan worden opgevangen zijn beide partijen het allesbehalve eens.

Dit bleek gisteren tijdens de derde hoogwaterconferentie in Arnhem, waar Gelderland en het Duitse Bundesland afspraken maakten om gezamenlijk het gevaar van het hoge water tegen te gaan. Gelderland wil liever niet in eigen land zogenaamde noodoverloopgebieden aanleggen, maar in Duitsland. Hiervan zouden beide landen kunnen profiteren. Naast gebieden in Noordrijn-Westfalen ziet de provincie mogelijkheden om in de meer stroomopwaarts gelegen deelstaat Hessen ruimte te reserveren waar in noodsituaties het overtollige water wordt opgeslagen. ‘Sommige maatregelen in Hessen kunnen zorgen voor een verlaging van 70 centimeter’, gaf gedeputeerde J. de Bondt de visie van het provinciebestuur weer. Minister B. Höhn van Noordrijn-Westfalen is minder optimistisch over het Gelderse voornemen. Zij meent dat er vooral bij de bevolking in het noorden van de deelstaat ‘enorme weerstand’ bestaat bij de aanleg van calamiteitenpolders.

Bang

Daarentegen ziet ook de minister weinig in noodoverloopgebieden als het Rijnstrangengebied en de Ooijpolder, die mogelijk voor dit doel worden ingericht. Noordrijn-Westfalen is bang dat het opgevangen water vervolgens terugloopt naar de deelstaat. En juist het noorden van die regio is zeer dicht bevolkt en sterk geïndustrialiseerd, met name rondom Keulen. Het Rijk staat vooralsnog niet te springen om in Duitsland calamiteitenpolders in te richten. Volgens staatssecretaris De Vries (waterstaat) moet Nederland ‘zelf de verantwoording nemen’ bij het bestrijden van het hoge water.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels