nieuws

Vechtlust nodig voor allianties

bouwbreed

rotterdam – Het klinkt bijna utopisch: opdrachtgever, aannemer en ontwerper die als gelijkwaardige partners in alliantieverband aan een project werken. Maar in de praktijk kan het er soms hard aan toe gaan. Volgens P. Kuypers van TNO Bouw zijn allianties alleen succesvol als partijen wel af en toe met elkaar een robbertje durven vechten en elkaar scherp houden.

Een van de parallelsessies van het Bouwbetercongres dat de Stichting Bouw Research gisteren in Rotterdam organiseerde, was gewijd aan het alliantiecontract. Dat is die nog vrij onbekende contractvorm die schoorvoetend zijn entree maakt binnen de bouw. Het Floriadeterrein kreeg op die manier gestalte; een deel van de Betuweroute wordt uitgevoerd door de zogenaamde Waardse alliantie. Voor andere voorbeelden moet men al gauw buiten de bouw terecht. In de offshore bijvoorbeeld en in de procesindustrie. Albert Heijn koos voor de grootschalige ombouwoperatie van de winkels niet voor niets Philips Licht als partner in plaats van een aannemer. De traditionele bouwers lachten de grootgrutter vierkant in het gezicht uit toen die het plan voorlegde om iedere week twee winkels in het land compleet te verbouwen. Philips Licht weet als geen ander hoe nauw de tijdsbewaking komt bij het opzetten van lichtstraten en compleet nieuwe fabrieken. Bij de volgende-week-open-operatie van Albert Heijn wordt het bouwproces niet op de week maar op het kwartier gepland.

Scherp spelen

Met een geitewollensokkenclub heeft het in ieder geval niets van doen, zo maakte directeur A. van Eekelen van PRC Bouwcentrum tijdens de sessie duidelijk. De alliantie is niet het vleesgeworden poldermodel waarin alles tot de laatste komma wordt uitgepraat. Zijn bevindingen uit de praktijk werden gestaafd door TNO’er P. Kuypers die verslag deed van zijn onderzoek naar het functioneren van dergelijke samenwerkingsvormen. ‘Alliantiepartners moeten zaken scherp durven spelen. Op die manier ga je met elkaar tot het randje.’ Cruciaal in het alliantiecontract is de rol van de opdrachtgever. Vervult die bij een bouwteam nog een duidelijk leidende rol; binnen een alliantie is die teruggebracht tot een van de partijen, die zonder enige hiërarchische relatie allemaal gelijkwaardig zijn. Dat is niet voor elke opdrachtgever gemakkelijk, maar een onafhankelijke proces facilitator moet hem zo nodig bijsturen. Net zo goed als die de aannemers soms op hun rol moet wijzen. Maar het onderzoek van Kuypers leerde dat aannemers die deelnamen aan een alliantie op het laatst bijna op dezelfde manier tegen zaken aankijken als de opdrachtgevers. Dat is het gevolg van het gemeenschappelijk belang dat voorop staat bij een alliantie.

Goed overleg

Een mooi voorbeeld van hoe effectief zo’n samenwerking kan zijn, voltrok zich onder Kuypers ogen bij de Waardse alliantie. Daarin participeren onder andere Rail Infra Beheer, Heymans en Van Hattum en Blankevoort. Het referentieontwerp voor dit deel van de Betuweroute voorzag in een grondkerende damwandconstructie. De aannemers hikten daar nogal tegenaan vanwege de hoge kosten. Binnen een traditioneel samenwerkingsverband zou de opdrachtgever volgens Kuypers voet bij stuk hebben gehouden, maar hier werd in goed overleg gekozen om tijdens de bouw de grondbewegingen zorgvuldig te monitoren en alleen indien nodig maatregelen te nemen. Uiteindelijk konden ze het zonder damwand doen. Zo konden kosten en baten voortdurend tegen elkaar worden afgewogen en was de opdrachtgever ook beter af. Volgens Kuypers bedraagt de kostenreductie als gevolg van de alliantievorm gemiddeld zo’n 10 tot 15 procent; neemt de bouwtijd met 15 tot 30 procent af en worden de faalkosten met zeker de helft teruggebracht. De TNO-onderzoeker voorspelt dat binnen vijf jaar er een verdubbeling plaats zal vinden van het aantal alliantieprojecten. Kuypers: ‘Het alternatief is het conflictmodel, waarin partijen elkaar steeds meer met claims achter de broek zitten. Dat wil toch niemand?’

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels