nieuws

‘Met zo’n papierwinkel kun je niet bouwen’

bouwbreed

hilversum – Bouwen lijkt tegenwoordig meer een juridische interpretatie van onleesbare en onbegrijpelijke risicoanalysen te worden. Met zo’n papierwinkel bouw je niet, al ben je nog zo gecertificeerd. Als we naar functioneel beschreven producten willen, moet er een ordening plaatsvinden van contractvormen die nu in Nederland worden gehanteerd.

Dit pleidooi hield ir. A. Roelofs gisteren op het jubileumcongres van de Betonvereniging in Hilversum tijdens een sessie over de organisatie van de bouw. De directeur van het projectmanagement- en adviesbureau BM Advies sprak daar over niet-conventionele contractvormen in de utiliteitsbouw in het licht van 75 jaar innovatie in de betonbouw. Met die contractvormen blijkt het in Nederland niet goed te zitten. Tegenwoordig bestaat er historisch, of in andere landen of algemeen internationaal een breed scala van contractuele verhoudingen. De laatste tien jaar is een vloedgolf van kretologieën over de bouwwereld gespoeld: design & contract, total engineering, pfi, dbfm, dm, dbfo, pps. Roelofs kent er meer dan vijftig. Achter de veelheid van begrippen en terminologieën schuilt echter een achterstand in het contractdenken in Nederland ten opzichte van de internationale grensoverschrijdende bouwproductie.

Prestatiecontract

In plaats van internationaal geteste basismodellen zijn in Nederland voor de contracten op zichzelf staande modellen geïntroduceerd. Bijvoorbeeld de UAV GC 2000 (een op geïntegreerde prestaties gericht, breed invulmodel voor ontwerp en uitvoering) en het prestatiecontract van de Rijksgebouwendienst (turnkey model met geheel eigen terminologie). Zonder structuur, jurisprudentie of ordening zijn velen begonnen aan een eigen interpretatie van Anglo-Amerikaanse kreten. Bouwen lijkt daardoor meer een juridische interpretatie te worden van onleesbare en onbegrijpelijke risicoanalysen. Roelofs: ‘Met zo’n papierwinkel kun je niet bouwen, zeker geen kwaliteit, al ben je nog zo gecertificeerd. Dat wekt verbazing, omdat we juist naar functioneel beschreven producten willen.’ Om de bouw weer op het goede spoor te zetten zou volgens Roelofs een basisindeling van contractvormen opgesteld moeten worden met een beperkt aantal herkenbare basisvormen. Een ordening die recht doet aan de ervaringen van mensen in het veld en aan het werk dat op het gebied van contractvormen al is gedaan.

Herbezinning

Mr.dr. C.E.C. Jansen van de Katholieke Universiteit Brabant pleitte in zijn voordracht over innovatief aanbesteden voor een herbezinning van het juridisch kader. Dat innovatief aanbesteden gaat over het totstandkomen van een contract. Voor complexe projecten kan een ‘design and construct’-contract waarbij opdrachtnemer zowel ontwerp als uitvoering doet, erg geschikt zijn. Er is wel al veel gedaan om bijvoorbeeld inhoud van dergelijke contracten te verbeteren. Maar dat is volgens hem niet genoeg geweest. De praktijk leert dat de inhoud van zo’n contract wordt gebruikt om problemen op te lossen die zijn ontstaan bij het tot stand komen ervan. Om dat te vermijden moet het aanbestedingsproces anders worden ingericht. Het ideale aanbestedingsproces heeft volgens Jansen een aantal specifieke kenmerken. Zo moet de aanbesteder de markt vrijlaten in de keuze van oplossingsrichtingen. Ook moeten risico’s worden ondergebracht bij bouwpartijen die ze kunnen beheersen. Jansen benadrukte in dit verband een voorstel zoals hij dat in zijn recente boek over ‘design and construct’-contracten heeft opgenomen. Belangrijkste onderdeel van het voorstel is dat een procedure wordt gevolgd waarbij de aanbesteder snel en efficiënt tot een keuze van een aanbieder komt en dat met de verkozen aanbieder zonder voorbehoud een d&c-contract wordt afgesloten. Het voordeel van dit voorstel is volgens Jansen dat het de aannemer scherp houdt en dat het de opdrachtgever zekerheid biedt.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels