nieuws

‘Hoogbouw is voor hoge inkomens’

bouwbreed

amsterdam – Aan het Koningin Wilhelminaplein staat sinds 1998 de koopflat van architect G. Baneke. Als een kamerscherm rust een fraaie gevel van aluminium en fris hout een beetje zigzag op een sokkel van natuursteen. ‘Een mooi complex van negen en twaalf etages dat goed ligt.’

Dat oordelen twee projectontwikkelaars, B. Jonker van Lingotto en H. Meuwese van UBA. Ze zijn op hoogbouw-excursie in Amsterdam ter gelegenheid van de presentatie van een bewonersonderzoek. Meuwese: ‘De bereikbaarheid is goed, de achterkant is prachtig groen. Kwaliteit van materialen en goed beheer is cruciaal voor de marktwaarde van hoogbouw op de lange duur.’ Jonker, projectsecretaris van een consortium dat nu aan de Zuidas wil ontwikkelen: ‘Flexibel bouwen met meerdere inrichtingsmogelijkheden wordt steeds belangrijker. Een slaapkamer later erbij, of er af. Ruimtes die kunnen wisselen van kantoor en woonfunctie.’ Zo kan hoogbouw aantrekkelijk zijn voor middeninkomens, die nu op de Amsterdamse woningmarkt tussen wal en schip vallen. Een bus vol deskundigen bezocht flatgebouwen die zijn onderzocht in de studie ‘Wonen in Compacte Amsterdamse hoogbouw’. De gemeente vroeg de bewoners hun oordeel. Ruim 800 bewoners werkten mee.

Geluidsisolatie

De Branding in Noord is twintig verdiepingen hoog. De duurdere huurflats zijn sinds 1995 in gebruik. De bewoners komen voor tweederde van buiten Amsterdam, vooral omdat ze dichter bij het werk wilden wonen. Ze zijn tevreden, zegt het onderzoek. De architect wijst op het succes van de verdiepinghoge aluminiumpui, die een deel van het appartement omsluit. Een serre wordt flexibel gebruikt als buitenkamer èn als werkkamer. Maar de bewoners klagen over slechte geluidsisolatie. En zij niet alleen. Inpandige geluidshinder, vooral afkomstig van buren, is een veel genoemd nadeel. ‘De kwaliteit kan een stuk beter’, zegt een technisch adviseur van de Stedelijke Woningdienst. ‘We verwachten veel van het nieuwe Bouwbesluit per 1 januari 2003. In hoogbouw horen zwevende, goed aangelegde, dekvloeren. Ze worden te weinig toegepast.’ Een grote woning is de belangrijkste wens, zo blijkt uit het onderzoek, gevolgd door een goede buitenruimte. Een aantal flats voldoet hier aan, maar veel mensen willen twee balkons of dakterrassen met veel privacy. De woonomgeving is ook belangrijk. Slechts bij twee van de dertien complexen zijn de straten en pleinen schoon genoeg. Toren De Mirador, bij De Meervaart in Osdorp, is twintig verdiepingen hoog. Het vijf jaar oude gebouw oogt vriendelijk en in de entree, nog als nieuw, hangt trots een reclameaffiche van toen met de aanprijzing ‘Wonen aan de Sloterplas’. Het wooncomfort is volgens een projectontwikkelaar goed, maar de plafonds laag. Over de woonomgeving zijn de meningen verdeeld. ‘Wonen boven een winkelcentrum heeft als voordeel dat de voorzieningen dichtbij zijn’, vult een makelaar aan. ‘Maar soms is het uitzicht lelijk. Platte lelijke daken, veel grind.’ Gebouw Pacman aan het H. Fortuynplein, Oostelijk Havengebied, telt acht verdiepingen. Het blok heeft ruim 200 woningen, middensegment huur. Negentig procent van wie er woont is jonger dan veertig. ‘Niet fantastisch’, concludeert het gezelschap wanneer het op de sobere binnenplaats omhoog kijkt naar het overal aanwezige traliehekwerk. Fietsen staan noodgedwongen hieraan geketend. De bewoners willen meer licht en grotere balkons. Het huis zelf is ruim. ‘Maak alleen dure hoogbouw’, zegt gemeenteraadslid Kalt van Anders/De Groenen. ‘Het beheer van de gemeenschappelijke ruimte en directe omgeving kost namelijk veel geld. Dat vereist hoge inkomens van bewoners.’

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels