nieuws

Europese afvalstoffenlijst is stap terug

bouwbreed

gouda – Op 1 mei treedt de Nederlandse versie van de Europese afvalstoffenlijst (Eural) in werking. Deze vervangt de bestaande besluiten en regelingen voor afvalstoffen. Een groot deel van het bouw- en sloopafval komt terecht in de complementaire categorie, die niet per definitie gevaarlijk of ongevaarlijk is.

Het wordt daarom noodzakelijk die reststroom, waaronder ook de meeste grond valt, per partij te analyseren en te toetsen. Dat hoeft niet per container, want de Eural laat overleg tussen de ontdoener, de acceptant en de overheid toe. Het is bijvoorbeeld mogelijk af te spreken dat één op de acht containers wordt getoetst. Als het gehalte aan gevaarlijke stoffen niet wordt overschreden, kan het bijvoorbeeld één op zestien worden. Als het wel wordt overschreden, kan bijvoorbeeld worden overgeschakeld op één op de vier. Dat stelde drs. A.M.G.R. Schwegler op het Nationale Congres Bouw- en Sloopafval in de Goudse Schouwburg. Schwegler is werkzaam bij Royal Haskoning in Nijmegen en heeft zich intensief beziggehouden met de invoering van de Europese afvalstoffenlijst.

Zorgen

Prof. dr.ir. Ch.F. Hendriks van de Faculteit Civiele Techniek en Geowetenschappen van de TUDelft verwoordde de zorgen van de afvalstoffenbranche. Voor 15 procent van de in de Eural genoemde afvalstoffen geldt dat zij gevaarlijk zijn, terwijl de huidige Nederlandse regelgeving (BAGA, RAGA en RAAGA) aangeeft dat zij ongevaarlijk zijn, of omgekeerd. Voor de complementaire stoffen (noch per definitie gevaarlijk noch per definitie ongevaarlijk) wordt gevreesd voor problemen bij de interpretatie. Puin uit selectieve sloop is bijvoorbeeld ongevaarlijk, maar wat is selectief slopen? Bovendien, op welke chemische stoffen moet worden getoetst? Schwegler relativeerde: ‘De Eural noemt geen stoffen. Het is niet nodig het hele periodiek systeem te toetsen. Het gaat alleen om stoffen die mogelijk in het afval zijn te verwachten.’ Schwegler pleitte voor een toename van de scheiding aan de bron, dus op de bouwplaats. Het is vooral van belang de per definitie gevaarlijke en ongevaarlijke stoffen te scheiden.

Gelijkwaardigheid

Hendriks wees op de voor- en nadelen van recycling van afvalstoffen. ‘Het verhoogt het risico dat er gevaarlijke stoffen in omloop komen. Ook kan de bewerking extra energie vragen. Voor wat betreft de bruikbaarheid, levensduur en onderhoud doen gerecyclede stoffen echter niet onder voor nieuwe grondstoffen. De gelijkwaardigheid is ruimschoots aangetoond.’ Ook Hendriks pleitte voor scheiding aan de bron. Hij gaf asbest als voorbeeld. Selectie en gescheiden opwerking wordt steeds belangrijker. Volgens Hendriks is het jammer dat de kennis en ervaring van de branche niet in de Eural is verwerkt. ‘VROM wil de lijst niet verder splitsen. Dat zou een wijziging zijn en dat is niet toegestaan.’

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels