nieuws

Bewoners betrekken bij plannen geen straf

bouwbreed

Overheid, woningcorporaties en andere marktpartijen zijn steeds vaker samen verantwoordelijk voor stedelijke vernieuwings- en herstructureringsprojecten. Grote vraag is echter vaak op welke wijze nu bewoners, bedrijven en andere belangstellenden bij de planontwikkeling en -uitvoering kunnen worden betrokken. Veel partijen hikken hier nogal eens tegen aan. Maar volgens Michel Buhrs is het betrekken van direct betrokkenen geen straf.

Het betrekken van anderen dan de direct verantwoordelijken levert onder aan de streep niet alleen betere projecten, goede onderlinge verhoudingen en tijdswinst op, er is ook veel meer begrip voor de vaak ingrijpende ontwikkelingen. Voorwaarde is wel dat het traject van bewonersparticipatie goed georganiseerd is. Veel partijen betrokken bij grootschalige stedelijke vernieuwingsprojecten staan wat onwennig tegen de inrichting van participatieprocessen. Maar helaas voor hen, de tijd dat gemeenten plannen maakten en daarvoor automatisch draagvlak bij de bewoners kregen, ligt al jaren achter ons. Projecten in het stedelijke gebied raken bewoners nu eenmaal direct in hun leefomgeving. Er zijn voorbeelden te over waar dergelijke plannen op groot verzet stuitte en daardoor jarenlange vertraging opliepen. Vooral wanneer de plannen, zeg maar, over de hoofden van de bewoners zijn geformuleerd óf er keurig inspraak is georganiseerd maar er uiteindelijk niets met de resultaten ervan is gedaan, is het verzet er tegen in de wijk snel een feit. De onderlinge verhoudingen tussen bestuur, corporaties en bewoners zijn verziekt en uitvoering van de vaak, broodnodige, vernieuwing verder weg dan ooit.

Actief

Bewoners maar ook bedrijven en andere belangstellenden moeten dus op een actieve manier bij de planvorming en ook uitvoering worden betrokken. Enerzijds creëert deze betrokkenheid enthousiasme bij bewoners, zij worden immers serieus genomen en er wordt iets met hun inbreng gedaan, anderzijds zorgt het dus voor het nodige draagvlak wat de uiteindelijke slagingskans van de plannen aanzienlijk vergroot. Weliswaar zijn veel gemeenten hier wel van overtuigd maar menigeen hikt, samen overigens met corporaties en marktpartijen, nog al aan tegen de wijze waarop zij een dergelijke interactief proces moeten ingaan.

Structureren

De beste – en enige- manier om deze interactieve beleidsprocessen, want daar hebben we het feitelijk over, op touw te zetten is ze vooraf goed te structureren. Wij hebben hier bijvoorbeeld een raamwerk voor ontwikkeld wat kan worden gezien als een leidraad bij het betrekken van bewoners en belanghebbenden bij de planvorming en – uitvoering. Voorop staat dat gemeenten, corporaties en soms ook marktpartijen het eerst samen eens zijn over de vraag wat nu eigenlijk de inbreng van betrokkenen moet en kan zijn. Publieke en private doelstellingen moeten hier op één lijn komen. Daarvoor kunnen zij kiezen uit drie modellen: het inspraakmodel, waarbij de gemeente het beleid bepaalt en de bevolking zo goed mogelijk over de achtergronden van en motieven voor de keuzes worden geïnformeerd, het consultatiemodel, waarbij de gemeente de plannen ontwikkelt en de direct betrokkenen laat meedenken en tenslotte het zogenoemde co-productiemodel, wat feitelijk het meest vergaande model is als het gaat om betrokkenheid van bewoners. Immers, bij dit laatste model worden bewoners ook al bij het maken van een probleemanalyse van buurt en wijk betrokken waarna in gezamenlijkheid naar adequate oplossingen worden gezocht. Is eenmaal een keuze voor één van deze drie modellen gemaakt, dan kan het interactieve proces stapje voor stapje worden afgewerkt. Ieders rol is duidelijk en er is een heldere richtlijn voor de inzet van communicatiemethodieken en -middelen. Door op deze wijze te werken is het inspraaktraject voor iedereen inzichtelijk en bovenal controleerbaar. De eerste ervaringen met het raamwerk zijn goed. Zo gebruikt de gemeente Weesp het als onderlegger voor al zijn participatieprojecten en bij de herstructurering van de Amsterdamse Westelijke Tuinsteden biedt het houvast aan vier stadsdelen en drie consortia van woningcorporaties om eenheid te brengen in de procesvoering van een groot aantal vernieuwingtrajecten. Beste voorbeeld van een succesvol participatietraject is te vinden in de gemeente Zaanstad. Halverwege de jaren negentig presenteerde de gemeente een visie op de ontwikkeling van het stationsgebied. Grote oppositie van de bevolking zorgde ervoor dat het plan in de la belandde. Later probeerde de gemeente het opnieuw en betrok vele partijen bij de probleemanalyse en de mogelijke kansen voor Zaanstad. Vooraf werd aan de partijen goed duidelijk gemaakt wat van ze verwacht werd en wat zij van de gemeente mochten verwachten. Het proces raakte in een versnelling, het ontwikkelingsgebied werd flink uitgebreid, en alle partijen staan achter de ontwikkelingen van Inverdan, zoals het gebied inmiddels heet. Zaanstad staat nu, met enkele ontwikkelpartners aan de vooravond van de uitvoering van het ambitieuze project.

Overleg

Duidelijk is dat interactieve processen niet de eenvoudigste klussen voor gemeenten en hun ontwikkelpartners zijn. De bewuste keuze om eraan te beginnen vergt het nodige overleg. Daarna kost het, zeker in het begin, hoe dan ook tijd en veel energie om plannen in nauwe samenspraak met betrokkenen tot stand te brengen. Daar tegenover staat echter als groot voordeel de meerwaarde die een dergelijk proces voor de plannen heeft. Niemand is er bij gebaat wanneer plannen met flinke vertraging en tegenzin worden gerealiseerd, of uiteindelijk door bewoners of andere betrokkenen zelfs worden getorpedeerd. Met een goed afgebakend en bovenal inhoudelijk interactief proces is dit laatste zeer onwaarschijnlijk. Aan het einde van het traject is er in de stad, buurt of wijk namelijk iets gerealiseerd waar velen hun steentje aan hebben bijgedragen en dus een project waar iedereen ook met recht trots op kan zijn.

Michel Buhrs Rutten Communicatie, Amsterdam Niemand is gebaat bij vertraging van de plannen

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels