nieuws

Rekenvergoeding voor Zuiderzeelijn is uitzondering

bouwbreed

den haag – Minister Netelenbos (verkeer) zal 10 miljoen euro aan rekenvergoedingen betalen bij de aanbesteding van de Zuiderzeelijn. Het is een van de uitzonderlijke gevallen dat Rijkswaterstaat bouwers tegemoet komt in de kosten van het calculeren. Het Rijk is namelijk helemaal niet scheutig met de toekenning ervan, ook al is de mogelijkheid expliciet onderdeel van het nieuwe Uniforme Aanbestedings Reglement (UAR).

analyse

Mogelijk speelt ook de bouwfraude als remmende factor op de toekenning van rekenvergoedingen. Zodra in de Tweede Kamer het woord valt, associëren de Kamerleden dat meteen met fraude. Dit bleek bijvoorbeeld afgelopen week tijdens het debat in de Tweede Kamer over de Zuiderzeelijn. Het duidt vooral op een gebrek aan kennis, want de rekenvergoeding is keurig en rechtsgeldig geregeld in het UAR. Dat de link met de bouwfraude wordt gelegd, is op zich niet vreemd. De enquêtecommissie onderzoekt namelijk wel degelijk rekenvergoedingen, maar dan die welke aannemers elkaar onderhands zouden toeschuiven. De bouwer die een bepaald werk uitvoert, betaalt zijn collega’s voor het inschrijven bij aanbestedingen. Een praktijk die legaal was tot 1992, maar mogelijk tot op heden is blijven bestaan.

Facultatief

De rekenvergoeding die wordt toegekend door opdrachtgevers is echter volkomen legaal en bedoeld als tegemoetkoming in de kosten die aannemers moeten maken voor reken- en tekenwerk. Conform het UAR mogen opdrachtgevers afhankelijk van het bestek een vast percentage vergoeden. De rijksoverheid heeft zichzelf sinds afgelopen september de verplichting opgelegd om alle rijksopdrachten conform het UARaan te besteden. Maar op verzoek van diezelfde rijksopdrachtgevers is de rekenvergoeding facultatief onderdeel van het reglement geworden. Dat betekent in de praktijk tot nu toe dat de rekenvergoeding bijna nooit wordt toegepast. Het Adviescentrum Aanbestedingen deed recent onderzoek naar de rekenvergoedingen in de burgerlijke en utiliteitsbouw. Tussen september en december vorig jaar zijn twaalf rijksprojecten in die sector aanbesteed, waarvan slechts één voorzag in een rekenvergoeding. Ook Rijkswaterstaat heeft als stelregel om geen rekenvergoedingen toe te kennen. Offertes maken wordt beschouwd als reguliere acquisitie- en bedrijfskosten. ‘Alleen bij innovatieve contracten is een inschrijvingsvergoeding redelijk’, stelt de dienst in zijn eigen richtlijn. Dat betekent dat maar bij 1 procent van alle contracten sprake zal zijn van een rekenvergoeding. De Zuiderzeelijn past dus in deze regel. De prijsvraag die Rijkswaterstaat in december uitschrijft, zal het nodige rekenwerk vergen. Het gaat om een miljardenproject, waarbij zowel aanleg als exploitatie zijn betrokken. Voor rekenvergoedingen is een stelpost van 10 miljoen euro opgenomen.

Verdeeld

Dit bedrag is op geen enkele manier gebaseerd op een percentage, maar wel op de ervaringen die zijn opgedaan bij de aanbesteding van de HSL-Zuid, bevestigt een woordvoerder van het ministerie. Afhankelijk van het aantal inschrijvers zal het bedrag worden verdeeld. Twee combinaties zullen het project tot in detail uitwerken in een ‘best and final offer’. Zij kunnen rekenen op een hogere bijdrage. Minister Netelenbos vindt zes biedingen ideaal, maar is niet van plan het bedrag aan te passen als onverhoopt het aantal inschrijvingen hoger uitpakt. Bij de HSLzijn recentelijk ook rekenvergoedingen uitbetaald door het ministerie. De toegekende bedragen zijn zeker niet kostendekkend. Het winnende consortium Infraspeed voor de bovenbouw investeerde zo’n 5 miljoen euro om het project binnen te halen.

Uitkomen

Het is ook niet te verwachten dat het consortium Transrapid, dat voor zowel voor een magneetbaan als een HSLbij de Zuiderzeelijn wil inschrijven, met de rekenvergoeding uit de kosten zal komen. Alleen als zij het project ook daadwerkelijk gaan uitvoeren, bestaat de kans dat de jarenlange lobby zijn geld oplevert.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels