nieuws

Het ongelijk van professor Fortuyn

bouwbreed

Pim Fortuyn vindt dat de individuele huursubsidie moet worden afgeschaft. Tegen de achtergrond van de problematiek van de armoedeval stelt hij in zijn boek ‘De puinhopen van acht jaar Paars’, pagina 109: ‘Mensen met een klein inkomen krijgen bijvoorbeeld geen individuele huursubsidie meer, maar de sociale woningbouwvereniging stelt hen in staat tegen een redelijke huur te wonen.’ Kort samengevat komt het afschaffen van de individuele huursubsidie ten gunste van de overheid en het verlagen van de huren voor de lage inkomens ten laste van corporaties.

Wat is ook al weer de achtergrond van de individuele huursubsidie (IHS)? In de nota Volkshuisvesting (1972) van minister Udink wordt die voor het eerst genoemd en in de nota Huur- en Subsidiebeleid (1974) van minister Gruyters wordt het als instrument uitgewerkt: iemand die, afgemeten aan zijn inkomen de huur niet kan betalen, krijgt deze gedeeltelijk gesubsidieerd. Maar zoals altijd; dat was niet de enige reden dat de IHS werd ingevoerd. Als gevolg van de loonexplosie in de jaren zestig was het bouwen snel duurder geworden en dientengevolge werden de nieuwbouwhuren hoger. Om de bouwproductie op gang te houden, de sanering door te kunnen zetten en de nieuwbouw ook voor de gewone man toegankelijk te houden, moest de nieuwbouw gesubsidieerd worden. Dat gebeurde met zowel object- als subjectsubsidies; de IHS. Individuele huursubsidie diende dus niet in de laatste plaats het belang van de bouwproductie. Voor de bestaande voorraad was het ook gunstig. Door het vangnet van de IHS konden de huren worden opgetrokken en dat was goed voor de exploitatie van de voorraad aan huurwoningen: van zowel de corporaties, als van beleggers en particuliere verhuurders, die er toen nog veel waren. De indivuduele huursubsidie was dus in het belang van de bouwproductie, de sanering, het onderhoud van de voorraad aan huurwoningen en de betaalbaarheid van het wonen. Wat zullen de voorstellen van Pim gaan betekenen? In principe zal de bouw van huurwoningen volledig gaan stagneren, omdat kostprijshuren niet zijn op te brengen. Daar stelt Fortuyn tegenover dat hij terug wil ‘naar het systeem, van objectsubsidie aan de sociale-woningbouwvereniging ()’. Kortom, woningcorporaties krijgen subsidie voor de bouw van sociale (huur)woningen. Daarmee worden zij geacht de stichtingskosten zover drukken dat de kostprijshuur is op te brengen. Dat is een illusie. Zelfs wanneer de stichtingskosten tot de helft worden terugbracht kom je op huren uit die door de laagste inkomens niet zijn op te brengen. Fortuyn raakt wel een gevoelige snaar. Immers: op dit moment lijken er voldoende sociale huurwoningen te zijn om de kerntaak van corporaties – de huisvesting van de onderkant van de markt – te kunnen vervullen. Dat is dan wel getalsmatig gezien. Want tegelijk is de praktijk weerbarstig, denk aan de lokale verschillen en uitwassen als illegale onderhuur. Ronduit gevaarlijk van de voorstellen van Fortuyn dat hij het beleid van Remkes, die huurders naar een koopwoning wil leiden, op scherp zet. Gevaarlijk, omdat het afschaffen van de individuele huursubsidie en het verlagen van de huren direct ten laste komt van corporaties die dan niet anders kunnen dan de huur verhogen voor wie dit wel kunnen betalen. En over beperking van de huurverhoging zegt Fortuyn niets. Net als bij Remkes is dan een koopwoning het alternatief. Maar zolang ze die wens niet kunnen effectueren zullen binnen een complex de spanningen tussen de huurders met een midden en die met een lager inkomen gaan toenemen. Want er zijn grenzen aan de solidariteit. En Fortuyn jaagt die spanning juist op.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels