nieuws

WAC wilde malafide praktijken beteugelen

bouwbreed

den haag – Om malafide praktijken rond aanbestedingen in de bouw tot een minimum te beperken speelden prijsregelende instanties zoals de WAC jarenlang een bemiddelende rol. Tijdens de officiële vergaderingen met een onafhankelijke voorzitter waren volgens WAC-directeur P. van Nieuwenhuizen slechts twee uitzonderingen op de normale gang van zaken.

De laagste inschrijver mocht onder het mom van miscalculatie het werk na bekendmaking van de prijs alsnog weigeren. Een aannemer had het recht om nog een keer zijn calculatie na te kijken als deze zeer afwijkend was van de andere inschrijvingen. Wie zich beriep op miscalculatie kreeg wel een boete van 1 tot 5 procent van de inschrijfsom. Ook hadden aannemers de mogelijkheid om preferentie aan te vragen. Een bouwer moest dan zwaarwegende motieven hebben dat specifieke werk te willen uitvoeren. Pas als alle andere deelnemers daarmee instemden, mocht dat. ‘Dat leverde wel eens wat geschuifel in de zaal. Het moment om preferentie te vragen was nádat alle formulieren waren ingeleverd bij de voorzitter, maar vóórdat ze waren opengemaakt. Het kwam niet vaak voor en nog minder vaak gaven de collega’s toestemming. Wanneer dat wel gebeurde was de aannemer overigens verplicht het werk uit te voeren voor het bedrag van de laagste inschrijver, ongeacht zijn eigen calculatie.’ De directeur had slechts vermoedens dat aannemers prijsafspraken maakten buiten de officiële regeling om. ‘Een keer of vijf heeft de Economische Controle Dienst zich bij ons gemeld met vermoedens van overtreding van de mededingingswet. Dan zochten we keurig het verslag op van de betreffende vergadering en gaven die ter inzage.’ De directeur herinnert zich maar één keer een geval in Amsterdam waarbij het uiteindelijk tot een schikking is gekomen tussen justitie en de betreffende bouwer. ‘Dat soort incidenten deed bij mij wel vermoedens rijzen dat bedrijven nog wel eens buiten de pot piesten. Maar ik heb geen idee of dat incidenteel of structureel was. Ik kan in alle oprechtheid zeggen dat ik het echt niet weet.’ Volgens Van Nieuwenhuizen kwam in 1992 een ommekeer in de dagelijkse praktijk van de WAC. ‘Van de ene op de andere dag moesten we stoppen van de Europese Commissie. Een zeperd naar mijn mening. Tot 1998 zijn er nog gesprekken gevoerd met ‘Brussel’ om tot nieuwe werkafspraken te komen. De prijsregelende organisatie was juist een passend antwoord op malafide praktijken.’ Tussen 1992 en 1998 moest de WAC haar activiteiten beperken tot een soort administratiebureau. De vergaderingen werden afgeschaft en gegadigden meldden zich schriftelijk voor aanbestedingen. Dezelfde procedure werd min of meer gevolgd maar dan alleen nog maar op papier. In 1998 zette de Europese Commissie definitief een streep door activiteiten van de prijsregelende organisaties. ‘Jammer, want op ambtelijk niveau hadden we een nieuwe werkwijze al helemaal rond.’ De WAChad toen zelf al besloten om de handdoek in de ring te gooien en de activiteiten te stoppen. ‘Als een soort mosterd na de maaltijd volgde toen in november 1998 een officieel verbod van de Nederlandse Mededingings autoriteit’, beschrijft Van Nieuwenhuizen het einde van de WAC.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels