nieuws

Nieuwe tram Siemens vermindert onderhoud

bouwbreed

amsterdam – Om en nabij 2 tot 3 ton minder dan de oude trams wegen de 155 Combino’s die het gemeentevervoersbedrijf van Amsterdam bij Siemens bestelde. Met het gevolg dat deze nieuwe 42,6 ton zware trams de spoorstaven en de onderbouw minder zwaar belasten. Mede daardoor verkleint volgens de fabrikant de frequentie van het baanonderhoud. De lichtere trams verbruiken ook minder energie waardoor de exploitatie goedkoper uitvalt. De fabrikant verkocht wereldwijd inmiddels vijfhonderd Combino’s.

Amsterdamse Combino ook bestand tegen graffiti en glassnijdersDe aandrijving van de Amsterdamse Combino vermindert eveneens de behoefte aan onderhoud. De tegenover elkaar gelegen wielparen zijn mechanisch ontkoppeld wat slip in langsrichting bij bochten voorkomt en dus de bijbehorende slijtage aan spoor en wielen. Het Amsterdamse vervoersbedrijf liet tevens een speciale lak mengen die de schoonmaakmiddelen die de grafitti verwijderen goed weerstaat. Anti-krasfolie maakt de ruiten aan de binnenkant bestendig tegen glassnijders. Siemens rekent een technische levensduur van minstens dertig jaar voor.

Uiterlijkheden

De opdrachtgever kan tot op zekere hoogte de uitvoering van de Combino bepalen. Dat kan in elk geval bij uiterlijkheden zoals het ontwerp van de kop, de kleur en het koetswerk, mits de eigen voorstellen uitgaan van de basisstructuur. Amsterdam hechtte veel waarde aan een ‘vriendelijk’ ogend ontwerp. Ook de inrichting is net als het aantal deuren en de uitvoering van de bestuurdersplek vrij te bepalen. Wel ziet Siemens graag dat de opdrachtgever zich aan bepaalde rastermaten houdt; anders moeten de ingenieurs nieuwe statische berekeningen maken. De Combino wordt uit modules opgebouwd. Op die manier kunnen vervoerbedrijven binnen zekere grenzen de lengte van de voertuigen bepalen. De kleinste eenheid meet 20 meter; de langste 40 of 55 meter en bestaat dan uit negen modulen achter elkaar. De Amsterdamse variant beslaat een lengte van 43 meter. Uiteenlopende koppelingen combineren de trams tot langere eenheden. De modulen zijn om en om aangedreven waarbij de voorste en laatste altijd een aandrijving hebben. De tussenliggende modulen krijgen die naar keuze. De aandrijving ligt aan de buitenkant en heeft een laag zwaartepunt. De aandrijving is vast met de carrosserie verbonden en is niet in een draaistel ondergebracht.

Kosten

Vervoerbedrijven willen soms de kosten drukken door de motoren uit het oude materieel aan te bieden voor inbouw in het nieuwe. In het geval van de Combino noemt Siemens dat lastig omdat de fabrikant dan het rijwerk moet veranderen zodat de opbouw er op past. Dat vergt nieuwe berekeningen en dus een hogere investering. Het onderstel is uit staal gelast. Daarop staat de behuizing die uit aluminium profielen is opgebouwd. Het voorste deel bestaat uit glasvezelversterkte kunststof. Wanden en vloeren zijn uit aluminium opgebouwd en het dak uit aluminium hardschuim sandwichplaten. De elektrische componenten komen van Kiepp uit Düsseldorf en van Siemens zelf. Vervangende onderdelen blijven tot dertig jaar na aflevering van de laatste tram in het magazijn. Vervoerbedrijven kunnen de onderdelen via het internet bestellen bij de 24-uursdienst die Siemens daarvoor opzette. De fabrikant beschikt zelf over de gereedschappen voor ‘moeilijke’ grote onderdelen als onderstellen en aluminium profielen en gecompliceerde structuren uit glasvezelversterkte kunststof. Siemens legt in overleg met de vervoerder reserveonderdelen op voorraad en gaat na welke onderdelen het vaakst worden vervangen. Vervoerders kunnen voor de productie daarvan ook zelf gereedschappen aanschaffen.

Toeleveranciers

Siemens brengt via aanbestedingen de Combino onder de aan- dacht van oostelijk Europa. Veel opdrachten hoopt de onderneming te boeken in de landen die uit Joegoslavië voortkwamen. De prijs ligt grotendeels vast. Wel kan worden bekeken welke onderdelen van plaatselijke toeleveranciers kunnen komen en welke delen ter plaatse kunnen worden samengesteld. De constructie van het onderstel valt daar buiten omdat Siemens daarop patenten heeft. Ook de carrosserie wil het Duitse bedrijf zelf bouwen omdat die van een speciale lijmtechniek gebruik maakt. Externe bedrijven kunnen daarentegen wel bijvoorbeeld de bekabeling voorfabriceren en de inrichting produceren.

De Combino, de meest linker tram, is blauw en oogt ‘vriendelijk’. De inrichting heeft het Amsterdamse vervoersbedrijf zelf kunnen bepalen, evenals het aantal deuren en de uitvoering van de bestuursplek.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels