nieuws

‘Museumdirecteur is niet geschikt als hoofd van een bouwteam’

bouwbreed

rotterdam – Na 7,5 miljoen euro overschrijdingen in vier bouwprojecten in de kunstsector eist de Rotterdamse gemeenteraad meer voortgangsrapportages en duidelijker regeling van opdrachtgeverschap.

Als vuistregel moet gelden dat het OntwikkelingsBedrijf Rotterdam (OBR) als opdrachtgever fungeert en dat Gemeentewerken in de rol van gedelegeerd opdrachtgever het bouwmanagement voor zijn rekening neemt. Twee gemeentelijke raadscommissies onderschreven deze week de belangrijkste bevindingen van een quick scan die onderzoeksbureau Berenschot uitvoerde naar bouwplanprocessen in vier grote Maasstedelijke culturele bouwprojecten. Bij alle vier moest de gemeente keer op keer miljoenen bijpassen om het project rond te krijgen. Bij twee van de vier liepen de tekorten op tot 30 procent van de totale bouwsom. Van de vier geldt het nieuwe Luxor Theater op de Kop van Zuid, ondanks twee noodzakelijke kredietverhogingen, als een project dat qua organisatie uitstekend is verlopen. Alleen bij hier is vooraf een projectanalyse en een deugdelijk projectplan opgesteld en vooraf aan de gemeenteraad voorgelegd. Dat moet in de toekomst standaardprocedure worden. Bij andere projecten liepen zaken soms ernstig mis. De wijze van organisatie en sturing speelde daarbij een belangrijke rol, constateert Berenschot. Zelden blijkt het een goed idee een museumdirecteur – gespeend van ervaring in het leiden van complexe bouwopgaven – aan het hoofd van het bouwteam te stellen. Dat gebeurde wel bij de nieuwbouw van Boijmans Van Beuningen en het Wereldmuseum. ‘Bij bouwen in de kunstsector zijn we kwaliteitsgedreven en proberen we soms de grenzen op te rekken van wat mogelijk is’, aldus directeur C. de Wijs (Gemeentewerken). ‘Voor een museumdirecteur liggen kosten en tijd van een project op een lager niveau dan de kwaliteit.’

Kettingreactie

Gebrekkige organisatie kan eenvoudig leiden tot een kettingreactie aan problemen op het moment dat onvoorziene tegenvallers opdoemen. En dat gebeurde op drie van de vier projecten veelvuldig. Bij de nieuwbouw van De Doelen knapten ramen herhaaldelijk uit de sponningen, deden zich twee branden voor en lag bijna iedereen overhoop met de bouwplaatsleider. Omdat OBR zich op het laatste moment terugtrok als opdrachtgever en die taak delegeerde aan onafhankelijke adviseurs, ontbrak het in de optiek van wethouder H. Kombrink aan ‘onderling vertrouwen’. Hij ziet, als politiek gedelegeerde hoofdrolspeler, niets in de aanbeveling van Berenschot dat hij in het vervolg op afstand van de bouwprojecten wordt gehouden. Het Rotterdamse college van B en W steunt hem daarin, ‘gezien het maatschappelijk belang van dit soort projecten’. Kombrink wijst er zelf op dat het enige project waarbij hij op enige afstand bleef – het Wereldmuseum – bepaald niet beter presteerde. Kombrink: ‘Had ik er dichter op gezeten, dan was de gemeente eerder op de hoogte geweest van problemen.’ De totale kosten kwamen hier uit op 7,3 miljoen euro, bij een beschikbaar budget van 5,4 miljoen euro. Bij andere bouwprojecten sprong hij in om knopen door te hakken. ‘Sommigen zeggen dat de wethouder de projecten De Doelen en Boijmans Van Beuningen heeft gered’, zei Kombrink over zichzelf. Als ambtelijke opdrachtgever moet Gemeentewerken Rotterdam in de toekomst rechtstreeks aan het stadsbestuur rapporteren bij problemen. Een checklist voor de raad moet voorkomen dat missers worden begaan bij de kredietverlening.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels