nieuws

Landhuis financiert natuurontwikkeling; ‘Groen door rood’ kans voor rommelige gebieden

bouwbreed

nijkerk – Nederland heeft te weinig Wassenaars. Bovendien is Brasschaat bijna volgebouwd. Aanleiding voor Amstelland Ontwikkeling een concept te maken waarbij nieuwe landgoederen in combinatie met natuur worden ontwikkeld. De ontwikkelaar neemt desgewenst een butler en tuinman ‘turn key’ mee in de oplevering.

Henk Zuuring en Henk de Graaf van Amstelland Ontwikkeling trekken het project ‘Groen door rood’. Vooral ‘verrommelde’ gebieden in een straal van 10 kilometer rond steden achten zij bij uitstek geschikt voor het concept, aansluitend aan de plannen voor het platteland van staatssecretaris Faber (natuurbeheer). Daarbij snijdt het mes aan twee kanten: herinrichten van verloederde gebieden in combinatie met aanleg van natuur én inspelen op het gat in de markt van kwalitatief zeer hoogwaardige woonlocaties. ‘Trek een lijn om een gebied waarvan de inrichting wordt gekenmerkt door her en der vage gebouwen en opstallen, wat losse bedrijven en boerderijen. Maak dan een plan waarbij natuurontwikkeling het uitgangspunt is en bereken aan de hand daarvan hoeveel ‘rode’ elementen nodig zijn om het gebied opnieuw in te richten met bos, natuur en recreatie. Daarbij moet ook rekening worden gehouden met eventuele vervuiling, sloop en uitplaatsing. Daar rolt een sommetje uit waarbij nieuwe bebouwing de sluitpost vormt om het project rond te krijgen’, legt Zuuring uit. Het concept heeft dan ook de naam ‘Groen door rood’ meegekregen en is zelfs gepatenteerd.

Houtwallen

We hebben afgesproken op landgoed Salenstein bij Nijkerk. De ontwikkelaars vinden het omliggende gebied bij uitstek geschikt om te laten zien wat zij bedoelen. Enerzijds wordt het landschap gedomineerd door grote gebieden als Appel, Hell en Valenburg die van oudsher in handen waren van grootgrondeigenaren. ‘Die delen worden nu nog gekenmerkt door het zogenaamde coulisselandschap waarbij houtwallen, bosjes en weide elkaar afwisselen’, licht De Graaf toe. Een stukje verder betreden we de ‘Groene woestijn’. Het gebied tussen Barneveld en Kootwijkerbroek wordt gedomineerd door intensieve veehouderij, industriële bedrijven, een vuilstort en braakliggende velden met de resten van maïsstoppels. ‘Juist de stukjes land van keuterboertjes zijn in de loop van de tijd rommelig geworden. Een allegaartje waarvan de charme allang is verdwenen. Veel van de agrariërs zullen de komende jaren stoppen en dan is het zaak om weer iets moois te maken van het platteland.’

Revolutionair

Het idee om natuur centraal te stellen is vrij eenvoudig, maar klinkt tamelijk revolutionair uit de mond van ‘stenenstapelaars’. De heren winden er geen doekjes om, natuurlijk is met het concept ook geld te verdienen. Bovendien zal het rode element in de vorm van landhuizen slechts bereikbaar zijn voor vermogende kopers. ‘In principe is het bouwen voor de rijken, maar voorwaarde is wel dat 90 procent van het gebied openbaar toegankelijk is. In het overgrote deel is het dus mogelijk om te wandelen en te genieten van de omgeving’, licht De Graaf toe. Hij weet alles van financiering van groenprojecten. De koper moet minimaal zeven à acht ton op tafel leggen om zo’n droomlocatie te realiseren, maar het resultaat is wel helemaal toegesneden op de wens van de consument. Een niveau hoger en duurder van de al veel breder verspreide concepten voor particulier opdrachtgeverschap. ‘De koper geeft precies aan hoe het huis en de omliggende omgeving moet worden ingericht. Amstelland kan het huis dan turn-key opleveren en zorgt eventueel ook voor de verhuizing, de butler en het onderhoudscontract voor de hovenier’, filosofeert Zuuring.

Natuurschoonwet

Uitgangspunt is gebruik te maken van de Natuurschoonwet 1928 van het ministerie van Landbouw. Op een stuk land van 5 hectare komen een hoofdgebouw met allure en twee bijgebouwen. Maximaal 10 procent is afgebakend privéterrein en de eigenaar verplicht zich voor dertig jaar het beheer voor het gehele gebied op zich te nemen. Het Rijk subsidieert een deel van herinrichting en onderhoud. De praktijk is vaak weerbarstig en andere partijen blijken behoorlijk huiverig te staan ten op zichte van het concept. ‘Je bent toch die gladde jongen in die grote auto. En het is dan op zich begrijpelijk dat vooral ambtenaren terughoudend reageren als je een verhaal op tafel legt waaruit blijkt dat in een gebied dat al lang niet echt groen meer is, toch zou moeten worden bebouwd om het echt groen te maken.’ De heren zijn voorzichtig met het noemen van concrete locaties. Bang dat een concurrerende ontwikkelaar hen toch nog een slag voor zal zijn. Ze bemerken bij ook andere ontwikkelaars een zekere nervositeit over het nieuwe concept en voelen dat zij met argusogen worden gevolgd. Zuuring verwacht nog dit jaar contracten te kunnen afsluiten voor concrete projecten.

Park

In een van de vier grote steden bijvoorbeeld heeft hij een 20 hectare groot verwaarloosd stadspark op het oog. ‘Het hoeven niet per se delen van het buitengebied te zijn. Soms kunnen binnenstedelijke locaties ook geschikt zijn. En wat te denken van al die voormalige Defensieterreinen. Het Chasséterrein in Breda is een geslaagd voorbeeld van herinrichting. Maar Deelen bij Arnhem-Noord en de Zeven Provinciën op de Veluwe zouden zich daar ook voor lenen’, vindt Zuuring. Zuuring en De Graaf zijn al wezen praten bij Domeinen. Ze zijn er ook van overtuigd dat het Groene Hart op deze manier kan worden beschermd. ‘Van het plassengebied moet je echt afblijven en in beheer geven van bijvoorbeeld Natuurmonumenten. Maar veel andere stukken kunnen een stuk mooier. Het is hard nodig dat daar ook natuur wordt aangelegd, want grasland is geen garantie op natuurschoon.’

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels