nieuws

Ernstige vertraging bij infraprojecten

bouwbreed

amsterdam – Veertig van de 138 infrastructurele projecten in hetMeerjarenprogramma Infrastructuur en Transport (MIT) loopt ernstige vertraging op. Bovendien is er een financieel gat van 1,8 miljard euro om geplande projecten straks tijdig uit te kunnen voeren.

Dat blijkt uit het jaarlijkse onderzoek van het Economisch Instituut voor de Bouwnijverheid (EIB) naar de planning en uitvoering van infrastructurele werken. Het Algemeen Verbond Bouwbedrijf (AVBB), opdrachtgever van het onderzoek, spreekt van een ‘zeer ernstig signaal’. De koepel van bouwwerkgeversorganisaties wil daarom snel meer duidelijkheid over de oorzaken van de vertragingen. ‘Het is nog onduidelijk of de vertragingen een rechtstreeks gevolg zijn van het ontbreken van voldoende financiële middelen’, zegt AVBB-woordvoerder P. Wouters. ‘Wij zullen daar een vervolg-onderzoek naar laten instellen.’ Voor de projecten in het meerjarenprogramma die zich in de planfase bevinden is 2,6 miljard euro beschikbaar. Het EIBconcludeert echter dat zeker 4,5 miljard nodig is tot 2006. Een tekort derhalve van 1,8 miljard euro. Het onderzoeksinstituut stelt verder vast dat tegenover de veertig vertraagde projecten slechts vier versnelde MIT-projecten staan. Dat is ‘beduidend minder’ dan in het vorige onderzoek, aldus het EIB. Vertragingen doen zich vooral voor bij lokale en regionale infraprojecten. Net als het AVBB zegt ook brancheorganisatie Vianed geschrokken te zijn van de onderzoeksresultaten. ‘Wij hebben er altijd op gerekend dat wat in het MIT komt volgens planning wordt uitgevoerd’, laat woordvoerder H. Dragt weten. ‘Dat blijkt nu dus ook niet zo te zijn. Als uitvoerend bedrijfsleven wil je weten wat je kunt verwachten. Wordt daar aan gemorreld dan is dat ernstig.’ Volgens Dragt voert de regering een falend beleid. ‘Met als gevolg dat de drie overheidslagen voortdurend geconfronteerd worden met veranderingen in hun investeringsruimte en opdrachtnemers steeds minder zicht krijgen op het marktvolume en hun mogelijke eigen werkvoorraad.’ Vorige week nog moest minister Jorritsma toegeven dat nieuwe investeringen in infrastructuur onder druk staan vanwege tegenvallende opbrengsten van de aardgasverkoop en staatsdeelnemingen. Een groot deel van de bij het rijk ingediende infrastructurele projecten door gemeenten en provincies zou daardoor niet gehonoreerd kunnen worden. Volgens het EIB geeft het ministerie van Verkeer en Waterstaat dit jaar 5,3 miljard euro uit aan de realisatie van infrastructuurprojecten. Daarvan is 3,8 miljard euro bestemd voor aanleg en 1,5 miljard voor beheer en onderhoud. Van die 5,3 miljard wordt 4,6 miljard uitbesteed aan bouwbedrijven. De rest betreft uitgaven van Rijkswaterstaat zelf. Tot 2006 is in totaal bijna 17 miljard euro beschikbaar. Daarvan is 33 procent, oftewel 5,7 miljard, bestemd voor de uitvoering van zogenaamde megaprojecten, zoals de HSL en de Betuwelijn.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels