nieuws

Supersnelle lift meestal onrendabel

bouwbreed Premium

veenendaal ­ Supersnelle liften spreken tot de verbeelding, maar leveren doorgaans niet het rendement dat er van wordt verwacht. Naarmate een lift meer snelheid ontwikkelt, vergt de installatie meer voorzieningen en dus hogere investeringen wat betreft de veiligheid. Volgens B. de Waard en P. van Heusden van Mitsubishi Elevator Europe (MEE­WDE) in Veenendaal valt een tempo van meer dan 12,5 meter per seconde in de praktijk onrendabel uit. De snelste Nederlandse lift legt zo’n 6 meter per seconde af.

Sinds 1993 maakt de Landmark Tower in het Japanse Yokohama gebruik van een snellift van Mitsubishi. De toren telt zeventig verdiepingen. De snellift overbrugt de 296 meter tussen de tweede en negenenzestigste etage in circa 40 seconden. Daarmee bereikt de lift een snelheid van 12,5 meter per seconde, oftewel 750 meter per minuut, oftewel 45 kilometer per uur. De fabrikant noemt dat de snelste operationele lift in de wereld; met de nadruk op operationeel. In testtorens staan snellere liften opgesteld, maar die zijn niet bedoeld voor dagelijks gebruik. En dat zit er volgens Van Heusden ook niet in. De Landmark­lift remt de laatste twee, drie verdiepingen voor de top en de begane grond al af om zonder overlast voor de gebruikers tot stilstand te komen. Een snellere lift moet eerder afremmen, zodat de tijdwinst wegvalt tegen de remweg.

Supertechnieken

Mitsubishi presenteerde eerder een lift die 18 meter per seconde aflegt, maar kan vooralsnog geen project bedenken waar die snelheid nuttig kan worden gebruikt. Wel kunnen bepaalde ‘supertechnieken’ toepassing vinden in het reguliere programma. Bij hoge gebouwen weegt het aspect snelheid vooral zwaar bij de rechtstreekse bediening van de hoogste verdieping(en). Dan nog stelt het comfort van de gebruikers grenzen aan het versnellen en vertragen. In een hoog gebouw bedienen de liften doorgaans groepen verdiepingen. De ene lift ontsluit bijvoorbeeld de eerste tien verdiepingen, de andere de volgende tien verdiepingen, enzovoort. Ook de liften voor de hoogste verdiepingen halen volgens De Waard vrijwel nooit de ‘catalogussnelheid’. Daarbij vergen snelle liften onder meer forse geluidwerende voorzieningen. Spoilers aan de onder­ en bovenkant van de kooi beperken suizen door luchtverplaatsing. Elk van die spoilers heeft ongeveer de afmetingen van de kooi en vraagt meer ruimte in de kop en de put van de schacht. Tevens moet de schacht aan beide zijden flinke ventilatieopeningen hebben. Een super snelle lift neemt zo beduidend meer ruimte in beslag dan een conventionele installatie. In Japanse gebouwen wordt volgens Van Heusden meer ruimte gereserveerd voor dergelijke voorzieningen. In Nederland wordt daarentegen om elke vierkante meter gevochten. De snelste liften in Nederland leggen zo’n 6 meter per seconde af omdat rapper geen zin heeft. Mitsibishi bouwt daarvan enkele voor het WTC in Amsterdam. Kone leverde soortgelijke liften voor de tegenover gelegen toren van ABN AMRO.

Actuators

De installatie voor supersnelle liften moet temeer groter uitvallen om trillingen en resonanties te kunnen elimineren en om de extra technieken te kunnen behuizen. Bij snelheden vanaf 5 meter per seconde compenseert Mitsubishi ongewenste bewegingen met actieve dwangrollen die over geharde stalen banen lopen. Een versnellingsmeter detecteert de trillingen die een kooi ontwikkelt, waarna actuators via een optisch geregelde elektromagnetische kracht de vibraties opheffen. Sensoren besturen de rollen en drukken via actuators de geleiders aan. Het systeem compenseert ook verschuivende zwaartepunten door mensen die in de kooi heen en weer lopen. Ook dit systeem vergt een hogere schachtkop en een diepere put.

De opgebouwde tijdwinst valt weg tegen een langere remweg

Reageer op dit artikel