nieuws

Projectinrichters vinden Raad van Arbitrage een farce

bouwbreed

rotterdam ­ ‘Tevreden’ is het laatste woord dat M. Jongste in één adem met de Raad van Arbitrage voor de bouw zal noemen. Twee jaar geleden had hij genoeg van de ondeskundige arbiters van het instituut en richtte voor zijn branche de Stichting Arbitrage Projectinrichting (SAP) op. Voor vloer­ en raamspecialisten die in de problemen komen, houdt de organisatie een lijst bij van twintig stofferingsdeskundigen.

“Je houdt een onbevredigd gevoel over aan zo’n uitspraak.” Jongste voelt zich niet serieus genomen door de Raad van Arbitrage. Niet omdat hij twijfelt aan de onafhankelijkheid aan het instituut, maar vooral omdat de arbiters niets begrijpen van zijn vak. Een groot probleem voor goede arbitrage, zo weet de stofferingsspecialist uit ervaring. Zo legde Jongste ooit 2000 vierkante meter tapijt voor een aannemer. In één kamer ging het mis. In de vloerbedekking, een stukje van 40 vierkante meter, zat een kleurverschil en de aannemer nam daar geen genoegen mee. Heel de verdieping moest opnieuw gelegd worden, terwijl Jongste aanbood de kamer opnieuw te stofferen. Een kostenpost van 20.000 euro schatte de opdrachtgever van Jongste en hield het bedrag op de rekening in.

Getouwtrek

Na een jaar juridisch getouwtrek belandde de zaak bij de Raad van Arbitrage. Het instituut deed er vervolgens anderhalf jaar over om een bezoek te brengen aan de gewraakte kamer. Tot zijn verbazing moest Jongste constateren dat de gepensioneerde architect die het probleem behandelde helemaal niets van het leggen van tapijten wist. Vervolgens had de raad zes maanden nodig om een rapport te maken waarin werd geoordeeld dat de vloerbedekking in de kamer voor 1500 euro vervangen moest worden. Maasmond, het bedrijf van Jongste, kreeg gelijk. Maar veel heeft het niet geholpen. Een maand na de uitspraak ging het bouwbedrijf failliet. “Op die manier is de Raad van Arbitrage een farce”, sluit Jongste zijn verhaal af. “Architecten zijn creatieve mensen. Die hebben geen verstand van tapijt leggen en weten ook niet hoe problemen opgelost moeten worden”, moppert Jongste. Daarnaast vindt hij de tijd die nodig is om tot een uitspraak te komen, in zijn geval twee jaar, absurd lang. “Het zou mooi zijn wanneer bij ons een procedure niet langer dan vier maanden duurt.”

Stoffeerders

Stichting Arbitrage Projectinrichting (SAP) maakt voor stoffeerders een eind aan de ondeskundige en langdurige arbitrage. Het instituut, waarvan Jongste voorzitter is en dat werd opgezet door de de Werkgeversvereniging voor het Vloer­ en Raambedrijf (WVVR), houdt een lijst bij van twintig arbiters. Ondernemers, fabrikanten en opdrachtgevers zijn in gelijke aantallen vertegenwoordigd. Het Nederlands Arbitrage Instituut (NAI) beoordeelt kandidaten die door de SAP worden voorgedragen, levert de juristen die de arbiters assisteren en organiseert de procedure. Wanneer het conflict op een arbitrageprocedure uitloopt, dient de lijst om ter zake kundige geschillenrechters aan te stellen. Na zijn ervaringen met de Raad van Arbitrage hecht Jongste aan deskundigheid. Daarom staat er voor ieder vloertype een gespecialiseerde arbiter op de lijst. Wanneer nodig, breidt hij de lijst verder uit. “Ik ga binnenkort met iemand praten die in de parketvloeren zit. Daar hebben we nog geen arbiter voor.” Het gebrek aan deskundigheid vindt Jongste het grootste probleem bij de Raad van Arbitrage. “Ze zouden zich alleen met bouwtechnische zaken bezig moeten houden”, schat hij de mogelijkheden van het instituut in. Uitbreiding van de arbiterlijst met een groot aantal deskundigen is volgens Jongste ook mogelijk. “Een arbiter moet zich in een ander kunnen verplaatsen. Dat lukt alleen met de juiste deskundigheid.” ‘Architecten hebben geen verstand van tapijt’

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels