nieuws

Plan tegen verpaupering gevang

bouwbreed

veenhuizen ­ De vele monumentale panden in het gevangenisdorp Veenhuizen dreigen te verpauperen. Reden is dat het ministerie van Justitie zich er langzamerhand terugtrekt. Om verkoop en sloop van de unieke bebouwing te voorkomen, werkt de gemeente Noordenveld samen met de Rijksgebouwendienst en de provincie Drenthe aan een reddingsplan.

  Flink en Vlug. Verdraagzaamheid. Vrede en Recht. Levenslust. Bitter en Zoet. Helpt Elkander. Deze en andere termen staan er op een aantal van de tientallen Justitie­woningen en ­gebouwen. De kreten herinneren aan het ontstaan van het nu negenhonderd inwoners tellende Drentse dorpje zo rond 1820. Arme mensen kregen er toen van de overheid een huisje met stal en een stukje grond toegewezen. In ruil daarvoor moesten ze op het land aan het werk. Deze vorm van bestrijding van armoede door arbeid noemde men ‘Maatschappij van Weldadigheid’. De armoewoninkjes maken na verloop van tijd plaats voor drie gestichten (Esserheem, Norgerhaven en Bankenbosch) voor (kleine) criminelen, als Veenhuizen in 1875 officieel Justitie­dorp wordt. Daarbij streeft Justitie naar autarkie: alle economische, sociale en recreatieve activiteiten vinden binnen de omheining van de gestichten plaats. De staatsbemoeienis ging heel ver. Buitenstaanders komen het dorp niet binnen en het leven van de eigen medewerkers is van wieg tot graf bepaald. 

Uniek

Vader en zoon J.C. en W.C. Metzelaar ontwerpen als bouwmeesters in die tijd woningen en gebouwen voor het Justitie­personeel en het gevangeniswerk. Het gaat om twee kerken, middenhuisboerderijen waarvan er nog drie overeind staan, twee scholen, een verenigingsgebouw, een fabriek, een hospitaal en 130 dienstwoningen in zeven types. De dienstwoningen variëren in omvang van klein (rijtjeshuis) tot groot (riant directiehuis), afhankelijk van de functie van het personeelslid. De architectuur is sober, neogotisch. Na ruim honderd jaar resteren nog veel van deze bouwwerken. Het hele dorp ademt nog de typische gevangenissfeer. Verpaupering dreigt echter door leegstand. Justitie heeft de oude gestichten vervangen door nieuwbouw en het personeel woont allang niet meer alleen in Veenhuizen. Sinds 1992 wordt er al gesproken over alternatieve functies voor de overbodige panden. Tot nu toe echter zonder resultaat. Omdat Rijksgebouwendienst noodgedwongen panden begon te verkopen, trok onder meer de gemeente Noordenveld aan de bel. “Veenhuizen als gevangenisdorp is uniek en de typerende bebouwing moet bewaard blijven”, zegt burgemeester J.H. van der Laan van Noordenveld.

Bedrijvigheid

Het vergt echter miljoenen om de meer dan honderd monumentale panden op te knappen en geschikt te maken voor alternatief gebruik. ‘Vandaar dat we samen met de Rijksgebouwendienst en de provincie Drenthe de handen ineen hebben geslagen.” De samenwerking tussen de drie partijen heeft al tot een aantal concrete zaken geleid. De verkoop van de voormalige dienstwoningen is gestaakt en er is een visie gemaakt waarin is samengevat in welke richting Veenhuizen zich in de toekomst zou moeten ontwikkelen. Van der Laan: “Het is niet onze bedoeling er een statisch museumdorp van te maken. Bedrijvigheid is nodig. We mikken op niet­industriële ondernemers die de panden volgens onze richtlijnen willen gebruiken. Ik denk aan kunstenaars, architecten, advocaten, notarissen, zorginstellingen en noem maar op. Een verzekeraar zou hier een zorgdorp kunnen realiseren. Ruimte is er genoeg, als je de stedenbouwkundige opzet van Veenhuizen maar respecteert. Er zijn ook contacten met de LU Wageningen om hier een kenniscentrum voor duurzame landbouw te vestigen. In de leegstaande houtfabriek zou een centrum voor duurzaam bouwen passen en in de oude inrichting Esserheem komt het Nationaal Gevangenismuseum. En zo hebben we nog veel meer ideeën.”

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels