nieuws

Het maatwerk van de grote bouwprojecten

bouwbreed

Het maatwerk van de grote bouwprojecten

De Tweede Kamer heeft geschrokken gereageerd op de reservering van 1 miljard euro aan extra kosten die volgens minister De Boer van Verkeer en Waterstaat vrijwel zeker verbonden zijn aan de risico’s van de HSL­Zuid en de Betuwelijn. Bij toekomstige projecten wil de minister deze risico’s op de marktpartijen afwentelen.

De grote bouwprojecten zijn maatwerk en worden gekenmerkt door financiële tegenvallers. Hiervoor wordt zoals gebruikelijk een post onvoorzien opgenomen. Desondanks zijn er aanzienlijke kostenoverschrijdingen waarvoor verschillende oorzaken zijn aan te wijzen. Zo blijkt bij de HSL­Zuid de planning en beheersing van de afstemming tussen de onder­ en bovenbouw tegen te vallen en is er een te optimistische inschatting geweest van het effect van op grote schaal toepassen van externe kwaliteitsborging. Een andere belangrijke oorzaak van kostenoverschrijding is gelegen in de extra eisen die de overheid stelt tijdens de realisatie van de projecten, onder meer als gevolg van gewijzigde (Europese) wet­ en regelgeving of als gevolg van extra eisen van lagere overheden met betrekking tot de vormgeving van het project of veiligheid.

Overschrijding

Bij ‘kleinere’ projecten is de situatie niet veel anders. Zo vindt er bij het project geluidisolatieprogramma Schiphol fase II een kostenoverschrijding plaats van 154 miljoen euro op een oorspronkelijk budget van 255,5 miljoen euro. Een budgetoverschrijding van maar liefst 62%. Volgens ingewijden wordt deze kostenoverschrijding mede veroorzaakt door de hoge isolatie­ en veiligheidseisen die de overheid stelt. Marktpartijen zien zich daardoor niet alleen genoodzaakt om duurdere uitvoeringsmethoden toe te passen, maar ook om aanzienlijke posten onvoorzien in te calculeren. Kennelijk is het project moeilijk beheersbaar, aangezien de kostenoverschrijdingen ook na kamervragen en intensieve monitoring van de uitvoering blijven voortgaan. Bij toekomstige complexe projecten wil de minister dat markt en overheid de risico’s gezamenlijk delen. Een alliantiecontract leent zich daar goed voor. Deze contracten kenmerken zich namelijk door een gedeeld opdrachtgeverschap van overheid en marktpartijen. Marktpartijen treden daarbij niet alleen op als medeopdrachtgever van het werk, maar tevens als aannemer van dat werk. Daardoor zijn partijen in staat grip te houden op belangrijke risico’s die leiden tot kostenoverschrijdingen, zoals afstemming tussen ontwerp en uitvoering en procesbewaking. Bovendien wordt de traditionele prikkel voor de aannemer om het bestek restrictief te interpreteren en meerwerk te claimen doorbroken. Het meerwerk dat de aannemer in rekening brengt, dient hij immers zelf als medeopdrachtgever te betalen. Een bijkomend voordeel bij alliantiecontracten is dat de opdrachtgever bij de realisatiefase van het project betrokken blijft. Opgedane kennis uit de voorbereidingsfase blijft op die manier behouden waardoor onnodige discussies worden voorkomen. Van essentieel belang is ten slotte dat beide partijen geld storten in een gezamenlijk fonds voor bepaalde risico’s. Besparingen vloeien terug naar dit fonds. Het uiteindelijke surplus vloeit vervolgens via een afgesproken verdeelsleutel naar partijen terug.

Winst

De eerste ervaringen in Nederland zijn hoopgevend. Zo heeft de Waardse Alliantie via de media laten weten dat zij ­ overigens als enige ­ een deeltraject bij de Betuwelijn realiseert waar winst wordt gemaakt. Bij de Zuiderzeelijn heeft de minister aangekondigd nog een stap verder te gaan in de risicoverdeling. De centrale overheid draagt maximaal 2,73 miljard euro bij, terwijl de regionale overheden 1 miljard euro bijdragen. Marktpartijen dienen eventuele tegenvallers te dragen. Zij zullen hiertoe alleen bereid zijn als zij voldoende inzicht krijgen in de risico’s die zich tijdens de uitvoering en de langdurige exploitatiefase zullen voordoen. De oorzaak van de huidige kostenoverschrijdingen is immers juist vaak gelegen in het onvoldoende in kaart brengen en beheersen van deze risico’s. Voor het inzichtelijk maken van deze risico’s zal de overheid eerst de hand in eigen boezem moeten steken. Het Rijk zal heldere afspraken met lagere overheden moeten maken, waardoor voorkomen wordt dat deze lagere overheden na de aanbesteding kostenverhogende eisen stellen. Daarbij dienen de planprocessen onderling nog beter te worden afgestemd en de invloed daarop van administratieve procedures nog beter te worden gecoördineerd. Daarmee worden vertragingsrisico’s geminimaliseerd. Voorts zal de overheid voldoende deskundig ervaren personeel moeten aantrekken dat ­ vooral bij complexe projecten ­ in een vroegtijdig stadium marktpartijen consulteert in het kader van bezuinigingen en innovatieve oplossingen. De overheid dient er daarbij voor te waken dat zij in deze pré­aanbestedingsfase alle marktpartijen gelijk behandelt. Ten slotte geldt voor beide partijen dat traditionele cultuurverschillen overbrugd dienen te worden en het poldermodel zal dienen te worden verlaten. Vernieuwing gaat veelal gepaard met gewijzigd leiderschap.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels