nieuws

Het is vallen en opstaan met pps

bouwbreed

Het is vallen en opstaan met pps

Het ministerie van Verkeer en Waterstaat (V en W) heeft inmiddels een aantal jaren ervaring met het van de grond krijgen van publiek­private samenwerking (pps). Risicoverdeling en risicomanagement vormen de basis van nieuwe contractvormen. In de parallelsessie ‘Innovatieve contractvormen’ tijdens het Nederlands Wegencongres gisteren in Rotterdam gaf Maarten van Eeghen aan dat het met de nieuwe rollen vallen en opstaan is. Standaardrecepten zijn er dan ook nog niet.

Voor het Rijk staat het belang van de burgers centraal. publiek­private samenwerking (pps) is voor het Rijk een middel om voor de burgers meerwaarde te kunnen realiseren. De nagestreefde meerwaarde van pps kan tot uitdrukking komen in een minimalisatie van de totale lifecyclekosten van een project en daarmee een effectievere inzet van het belastinggeld. Of het vergroten van het investeringsvolume door bijvoorbeeld tolheffing, waardoor een hogere kwaliteit van de mobiliteit tegen betaling aan de burgers kan worden geboden.

Professioneel

Verkeer en Waterstaat heeft inmiddels over de verschillende sectoren pps toegepast. Ervaringen zijn daarbij voornamelijk opgedaan met pps ­concessies (infraproviderconstructies zoals bij de HSL, A59). Daarnaast zijn eerste ervaringen opgedaan met pps in de vorm van conceptontwikkeling zoals bij het project Sijtwende, waarbij private partijen een infrastructuurplan met verdiept tracé hebben uitgewerkt en uitgevoerd, deels terugverdiend met huizenbouw er vlak naast. Met name voor het intern opereren van V en W zijn meevallers te constateren. Daarbij gaat het om: meer zicht op lifecyclekosten van een project; inzichten in waardering van risico’s en bijdragen aan professioneel opdrachtgeverschap. Daarmee staat V en W veel beter gesteld voor de maatschappelijke eisen die aan de organisatie gesteld worden. Daarnaast kan V en W door pps ­ samen met andere partijen ­ betere oplossingen voor problemen realiseren (bijvoorbeeld pps bij gebiedsontwikkeling zoals bij Sijtwende). Maar wij zijn er nog niet. De meerwaarde van pps bij de concrete projecten is tot nu toe beperkt. De kunst van pps is het in elkaars verlengde brengen van verschillende belangen. Waar het Rijk met pps het belang van de burgers wil dienen, is pps voor private partijen een middel om winst te maken. Dat vergt van de overheid meer zakelijk denken. Het gaat hierbij onder meer om het outputgericht formuleren van eisen en het formuleren van een pain/gain betalingsmechanisme waarbij niet de volledige voorfinancieringslast op private schouders wordt gelegd. Daarnaast is een vroege inschakeling van private partijen vereist. Ervaringen bij de A59 tonen namelijk aan dat de innovatiewinst na het tracébesluit beperkt is. Private partijen, aan de andere kant, moeten nog wennen aan het managen van extra risico’s in een pps ­contract. Ook moeten zij risico’s durven nemen en deze niet terug proberen te leggen bij de overheid.

Dilemma’s

Een vroegtijdige inschakeling van private partijen (voor het tracébesluit) is gewenst om de innovatiemogelijkheden van private partijen te kunnen gebruiken. Dit kan op gespannen voet staan met de aanbestedingsregelingen die in acht genomen moeten worden. Uit het oogpunt van publieke verantwoordelijkheid en een verantwoorde besteding van publieke middelen dient een opdracht voor de ontwikkeling van een publiek project immers in concurrentie te worden aanbesteed. Getracht wordt in eerste instantie bij toekomstige pps ­conceptontwikkelingsprojecten een knip te leggen tussen conceptontwikkeling en uitvoering van het project. Dit is vergelijkbaar met de Engelse ervaringen bij de Croydon Tramlink. Pps­concessies ­ al dan niet met exploitatiemogelijkheden van private partijen, bijvoorbeeld via tolheffing ­ zijn langlopende contracten met de overheid. De beleidsvrijheid van de overheid wordt daarmee beperkt. Zo kunnen bijvoorbeeld verdere uitbreidingen van de weg, toepassingen van benuttingsmaatregelen op de weg of wijzigingen van de toltarief, alleen tegen extra kosten mogelijk zijn als daar in het contract met de private partij onvoldoende rekening mee is gehouden. De pps ­concessie wordt daarom in eerste instantie beperkt tot vijftien jaar, ervan uitgaande dat de gekozen infrastructurele oplossing toekomstvast is. Politiek ‘commitment’ is daarbij vereist voor het heffen van tol.

Inzet

Voor alle duidelijkheid: V en W gaat door met pps. Bij diverse projecten wordt gestreefd naar vroegtijdige inschakeling van private partijen voor tracébesluit. Voorbeelden zijn de Zuiderzeelijn, de A2­passage Maastricht, en de A4 Delft­Schiedam (indien politiek commitment voor dit project wordt bereikt). V en W gaat ook door met pps ­concessies zoals bij de N31 (DBM of DBFM). En V en W zet in op tolheffing om het investeringsvolume te kunnen vergroten en zal op korte termijn een proef met tolheffing doen.

M.M.D. van Eeghen Directoraat­Generaal Personenvervoer, ministerie van Verkeer en Waterstaat

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels