nieuws

Grondbank Nederland wil zandmarkt professionaliseren

bouwbreed Premium

utrecht ­ De markt voor hergebruik van zand wordt in Nederland bepaald door kleine lokale bedrijven. Onmisbare kennis van het bouwstoffenbesluit is hierdoor niet altijd aanwezig. “Daarvoor is een bepaalde schaalgrootte vereist”, stelt directeur Hans Coppus van Grondbank Nederland. Hij wil met zijn onderneming de markt naar een landelijk en professioneler niveau tillen.

Een dik jaar geleden zette Coppus zijn eerste stappen in de Nederlandse zandwereld. “Ik verbaasde me direct over de versnippering van de markt en het grote aantal relatief kleine bedrijven dat zich met hergebruiksgrond bezighoudt.” Een jong en onontgonnen speelveld, concludeerde de Limburger, en hij besloot om met een compacte organisatie van tien mensen de grondmarkt te bestormen. Sinds de introductie van het bouwstoffenbesluit in 1995 moet hergebruikt zand aan strenge criteria voldoen. Als de grond later niet aan de eisen blijkt te voldoen, kan dit grote gevolgen hebben. Een goed voorbeeld is de aanleg van de HSL­Zuid. Bij Breda ligt onder het tracé van de hogesnelheidslijn 300.000 ton vervuild zand. Om de schade te beperken pleit het projectbureau voor afdekken met folie. Deskundigen geven het advies het zand af te graven. Volgens Coppus voorkomt een degelijke kennis van het bouwstoffenbesluit de problemen waarmee de gemeente Breda bij de HSL worstelt.

Gezag

Naast de wet is afstemming tussen de verschillende instanties die bij een bouwproject zijn betrokken van cruciaal belang. Vooral de milieudiensten van provincie en gemeente en ‘het bevoegd gezag’, zoals Coppus de lokale overheid noemt, moeten goed geïnformeerd worden. Volgens de ondernemer is dat een van de belangrijkste taken van de zandhandelaar. Het halletje dat de kantoorruimtes van Grondbank Nederland met elkaar verbindt, verraadt de oorsprong van het bedrijf. Voor wachtende bezoekers staan twee met rode ribstof beklede banken opgesteld uit een oude eerste klas­rokerscoupé. NS Vastgoed, het bedrijf dat het grondbezit van de Nederlandse Spoorwegen beheert, is voor eenderde aandeelhouder van de in 1998 opgerichte onderneming. De rest van het aandelenbezit is in gelijke porties verdeeld over het bouwbedrijf Heijmans en de Rotterdamse afvalverwerker AVR.

Besparing

Het is daarom niet toevallig dat Coppus onlangs voor NS Vastgoed een virtuele grondbank opzette. In de databank worden projecten geregistreerd van NS Vastgoed en Stichting Bodemsanering NS (SBNS) waar zand vrijkomt en waar zand nodig is. Beide organisaties vullen de databank via internet zelf aan. Zodra er een match mogelijk is tussen twee locaties, trekt Coppus aan de bel en wordt het gat gevuld met de grond die afkomstig is van een locatie vlak in de buurt. De database levert zo een aanzienlijke besparing op in de transport­ en opslagkosten. Met het systeem is Grondbank Nederland op bescheiden schaal ook landelijk actief. Wanneer Coppus bij klanten op bezoek gaat, probeert hij naast een zanddeal ook afspraken los te krijgen over de virtuele grondbank. Hoe meer partijen hun gegevens via internet bij de databank aanmelden, hoe beter Coppus zijn klanten van dienst kan zijn. De omvang van het bestand houdt hij liever geheim. De omzet van Grondbank Nederland steeg van 2001 op 2002 met zo’n 20 procent. Of het bedrijf die groei ook vast gaat houden, durft Coppus niet te zeggen. “Er zijn te weinig gegevens om de grootte van de markt vast te kunnen stellen”, omschrijft de directeur het terra incognita waarin hij werkt. ‘De database kan leiden tot flink lagere transport­ en opslagkosten’

Reageer op dit artikel