nieuws

Bouw moet kans grijpen voor fundamentele vernieuwing

bouwbreed

“De bevindingen en de aanbevelingen van de parlementaire enquêtecommissie bouwnijverheid zullen de bouwsector niet fundamenteel verbeteren.” Zo luidt de eensgezinde mening van Hennes de Ridder en Ruben Vrijhoef. “Dat is ook haar taak niet.” Volgens hen moet de overheid aard en omvang van de misstanden blootleggen en aanwijzingen geven om ze in het vervolg tegen te gaan. Wellicht zal dat een aanzet geven om het geschonden vertrouwen te herstellen. Belangrijker is dat de sector dit moment kan aangrijpen om de bouw echt op een hoger plan te brengen. Daar zou zij zichzelf en de maatschappij als geheel een grote dienst mee bewijzen.

De conclusies van de parlementaire enquêtecommissie bouwnijverheid zijn op zich niet opzienbarend. Er is vastgesteld dat er schade is geleden door onregelmatigheden, zoals prijsafspraken, omkoping en valsheid in geschrifte en schade door benadeling en marktinefficiënties: er is onvoldoende marktwerking. De NMa schat de omvang van de schade op circa 1 miljard euro op jaarbasis. Wat ook duidelijk is geworden dat dit jarenlang heeft plaatsgevonden zonder dat iemand zich er werkelijk over heeft druk gemaakt. Er waren een klokkenluider, een parlementaire enquête, openbare verhoren en justitieel onderzoek voor nodig om dit aan het licht te brengen. Door het werk van de commissie is de zaak nu op scherp gesteld. Het directe gevolg daarvan is dat het vertrouwen tussen de opdrachtgevende en aanbiedende partijen in de gehele bouw ernstig is geschaad.

Vraagtekens

De commissie heeft haar aanbevelingen gericht op het bestrijden en het in het in de toekomst voorkomen van de geconstateerde onregelmatigheden. Er zijn daarvoor voorstellen gedaan voor zelfregulering, betere handhaving van bestaande regelgeving en aanvullende regelgeving. Hoewel vraagtekens kunnen worden gezet bij de effectiviteit van sommige voorstellen, mag zeker worden gezegd dat de commissie haar werk goed heeft gedaan en een aantal aanbevelingen tot verbetering zal kunnen bijdragen. Wellicht kan het vertrouwen met het doorvoeren van de voorstellen worden hersteld, maar of de marktwerking en efficiëntie in de bouwsector worden verbeterd is maar de vraag. De verbeteringen moeten op draagvlak kunnen rekenen bij alle belanghebbenden, en werkelijk ingebed worden in de sector om effectief te zijn. Het zou niet verbazen als de bouwsector na het overdrijven van de bui weer zou doorgaan op de oude voet. In een dergelijk scenario hoopt men op het pakken van enkele boosdoeners door de Nederlandse Mededingingsautoriteit (NMa) en het heengaan van enkele topfiguren uit betrokken bedrijven. Daarmee zijn dan zogenaamd de rotte plekken verdwenen en kan een nieuwe start worden gemaakt. Het tegendeel is echter dat het in essentie niet om enkele rotte plekken gaat, en dus feitelijk ook niet over de schuldvraag, maar over het ‘systeem’ van de bouw. En dat schakel je niet zomaar uit, en is ook niet door één partij, op één manier, op één moment te verbeteren. Er is een cultuuromslag voor nodig en een fundamenteel andere manier van werken en organiseren, een nieuw model voor het bouwen in Nederland: een toekomstbeeld. Het realiseren van dit beeld vraagt om een inspanning op lange termijn van alle betrokken partijen om het anders te gaan doen, gezamenlijk te willen vernieuwen.

Hervorming

Het zou goed zijn als de bouwsector op het dieptepunt waarop hij is beland ­ het vertrouwen is zoek ­ aanpakt voor een drastische hervorming. Daarmee kan niet alleen de marktwerking worden hersteld, maar zou ook de klanttevredenheid en het rendement van aanbieders significant kunnen worden verbeterd. Dat is niet alleen hoog nodig maar levert maatschappelijk gezien nog veel meer op dan slechts het wegnemen van onregelmatigheden. Een drastische hervorming zou mogelijk zijn door het aanpakken van de voornaamste oorzaken van het ontstaan van de huidige situatie. Dat zijn er drie. De eerste is de diepgewortelde fragmentatie van spelers en processen. Dat is typerend voor de bouw en is dus niet specifiek Nederlands. In Engeland en Duitsland is het bijvoorbeeld niet minder erg dan hier. De fragmentatie maakt het moeilijk om het “systeem” te hervormen. Individuele partijen die anders willen kunnen zich er niet van los maken. De tweede is het in onze genen opgesloten poldermodel. Het op korte termijn ‘lief zijn voor elkaar’, het hoe dan ook willen aansturen op een compromis en het zoeken van een gemeenschappelijke vijand ­ dit is vaak de opdrachtgever ­ wint het van een gezonde zakelijk opstelling en concurrentie op lange termijn. Dit heeft het stelselmatige verdelen van werk in de hand gewerkt waardoor de ‘zwakke broeders’ de hand boven het hoofd werd gehouden, met als direct gevolg dat er geen prikkel tot vernieuwing of innovatie is. De derde is de eveneens in onze genen opgeslagen handelsgeest, die voorschrijft dat je inkoopt en afknijpt op de laagste prijs. Dat is natuurlijk leuk voor grondstoffen en producten, waarmee het ‘oude’ bouwen enigszins geassocieerd kon worden, maar dat gaat niet op voor steeds complexer wordende bouwprocessen, waar het moderne bouwen toe gerekend kan worden. Er kan gesteld worden dat het traditionele inkoopmodel niet geschikt is voor een moderne bouwproces. Het inkopen op de laagste prijs heeft het vooroverleg mogelijk gemaakt omdat het simpelweg een onderling eenvoudig communiceerbaar getal is voor aanbieders en met een dergelijk criterium de uitslag van een aanbesteding dus voorspelbaar is. Daardoor kunnen eenvoudig ‘opzetjes’ worden gemaakt. Het is vooral de combinatie van deze drie oorzaken die de bouw bij onveranderd beleid op termijn de das om doet. Het wegnemen van de fragmentatie is op zich voldoende omdat dan de andere twee oorzaken vanzelf verdwijnen.

Het nieuw bouwen

Het is van belang een begin te maken met het stoppen van het gescheiden houden van de vragende partijen in de bouwketen, zoals eigenaars, aandeelhouders, gebruikers, financiers, belanghebbenden, omwonenden en de maatschappij als geheel. Een integrale georganiseerde participatie van de vragers bespaart veel specificatiekosten. Bovendien gaat bij een dergelijke participatieve aanpak niet slechts om kosten, maar vooral om waarde. Gebruikswaarde, belevingswaarde, economische waarde en toekomstwaarde zijn sleutelbegrippen die voor de alle belanghebbenden tellen, en als totaal dienen te worden vergroot. Het gaat dan ook niet meer enkel om het bouwwerk alleen, maar ook om de omgeving van dat bouwwerk en het sociaal­economische nut van het bouwwerk. Vervolgens moeten de aanbiedende partijen in de bouwketen ook minder gefragmenteerd werken. De muren tussen de aanbiedende partijen ­ die op hun beurt ook vragers in de keten zijn ­ zoals adviseurs, architecten, ingenieursbureaus, aannemers, onderaannemers en leveranciers dienen te worden geslecht. Die muren worden in stand gehouden door de inkoopmentaliteit met het ‘vaste laagste prijs vooraf principe’, dat boterzacht blijkt te zijn zodra er iets onverwachts gebeurt. Er worden zeer veel kosten gemaakt voor de aanbiedingen en de transacties omdat een vaste prijs alleen gegeven kan worden als alles inclusief de risico’s gekwantificeerd is. De keten van aanbieders moet zich concentreren op het toevoegen van waarde en proberen daarmee gezamenlijk in te spelen op de wensen van de vragende partijen. Daarmee wordt gekomen op de belangrijkste fragmentatie. Dat is het gescheiden behandelen van de spelers aan de vraagkant en de spelers aan de aanbodkant in de bouwsector. De bouw zal pas echt professioneel worden als er een betere onderlinge afstemming van de vragende partijen met de aanbiedende partijen wordt gerealiseerd. Essentieel omdat de vragers moeilijk kenbaar kunnen maken wat ze willen zonder te weten wat er mogelijk is. Bovendien zijn de wensen van de verschillende vragers per definitie verschillend.

Nut

Het goed afstemmen van vraag en aanbod in de geïntegreerde keten van vragers en aanbieders is eigenlijk een zoekproces naar zoveel mogelijk nut per stapje, dat dan automatisch leidt tot een maximaal totaal nut. Nut is het verschil tussen de waarde en de kosten. Als dat zo groot mogelijk is dan wordt er een prijs gevonden waarmee een vrager en aanbieder tevreden mee zijn. Het totale nut van bouwwerken is in het huidig bouwproces niet zo groot. Niet alleen omdat er vaak ook negatieve waarde (vooral voor de omgeving) wordt gecreëerd maar ook omdat er door de fixatie op vaste prijs vooraf zeer veel kosten moeten worden gemaakt om de vraag te specificeren, de risico’s te kwantificeren en de contracten op te maken. Dat geldt voor zowat elk stapje in de keten. Dit verklaart het lage rendement van aanbieders en de klantontevredenheid bij vragers. Het ‘vaste prijs vooraf principe’ zal moeten wijzigen naar een ‘maximaal nut achteraf’ principe. In plaats van de niet te kwantificeren risico’s proberen te beprijzen zal de energie zich moeten richten op het maken van een harde afspraak hoe met ongewenste gebeurtenissen om te gaan. Ongewenste gebeurtenissen zijn in de bouw nu eenmaal onvermijdelijk. Een bouwproject is niet te vergelijken met het produceren van een auto, schip of vliegtuig. Er dienen op deze manier dynamische ketens te worden gevormd die kunnen inspelen op veranderende omstandigheden en die werken met contracten die gebaseerd zijn op een te meten en te sturen waarde­prijs koppeling. Uiteraard is er een beginpunt dat vastligt met een initieel concept met een raming van de prijs. Zonder dat kan uiteraard niet begonnen worden. Maar het is onzinnig om dit concept en de raming met alle risico’s te contracteren. Dat kost veel te veel geld. Met het boven beschreven beter afstemmen van vraag en aanbod verdwijnt automatisch een andere fragmentatie. Doordat naast kosten ook op waarde gelet gaat worden zal de nogal rigide scheiding tussen de fasen in de levenscyclus van bouwwerken, zoals ontwerp, uitvoering, exploitatie, renovatie en sloop verdwijnen. Als het om waarde gaat dient immers de gehele levenscyclus te worden beschouwd. Het aardige is dat wie goed kijkt naar de levenscyclus onmiddellijk ziet dat de bouwkosten ­ waar de hele bouw zich momenteel op concentreert ­ er helemaal niet zoveel toe doen. Opbrengsten, exploitatiekosten en een slimme fasering zijn veel belangrijker zaken.

Goedgelovigheid

Met het hier geschetste beeld zal de bouw fundamenteel veranderen. In plaats van een ‘gesloten begin met open einde’ regeling, krijgen projecten een ‘open begin en een gesloten einde’. Het wordt zakelijker en harder. Bovendien zal worden beseft dat een bouwproject met al zijn onzekerheden niet bij de prille start kan worden vastgelegd en voor een vaste prijs kan worden gecontracteerd. En de goedgelovigheid zal verdwijnen. De hier geschetste verandering van het Nederlandse bouwen gaat dan ook verder dan de bijvoorbeeld in Engeland op gang gekomen verandering. Immers, ook in het nieuwe Engelse model wordt alles aan het begin van een project, op een moment dat de onzekerheden het grootst zijn, vastgelegd. Partijen komen dan een bonus/malus regeling overeen om op een richtprijs uit te komen. Niemand is in dat model echter in staat om tijdens een proces aanzienlijk meer waarde te creëren voor weinig extra kosten of bijvoorbeeld iets minder waarde te creëren voor aanzienlijk minder kosten. En dat is nu juist de kern van een gezond proces. Dergelijke dynamische processturingen gebeurt in ons land wel al in andere branches. Het is dus veel beter om naar andere branches te kijken en de goede dingen daar te vertalen voor de bouw dan kortweg kopiëren van ‘goede voorbeelden’ uit andere landen.

Als geroepen

Het opheffen van de fragmentatie zal er uiteindelijk voor zorgen dat de ‘zwakke broeders’ en daarmee de overcapaciteit zullen verdwijnen, de marktwerking wordt hersteld, de eindgebruikers krijgen meer waar voor minder geld en de aanbieders halen meer rendement. De parlementaire enquêtecommissie bouwnijverheid ­ en misschien zelfs klokkenluider Bos ­ kwamen misschien toch als geroepen door de ‘vertrouwenspuinhopen’ te creëren waarop vanaf nu iets moois gebouwd zal kunnen gaan worden.

Prof.dr.ir. H.A.J. de Ridder en ir. R. Vrijhoef, TNO Bouw, Delft Het vertrouwen tussen opdrachtgevende en aanbiedende partijen is nu geschaad

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels