nieuws

Zuiderzeelijn als PPS in kiem gesmoord?

bouwbreed

Zuiderzeelijn als PPS in kiem gesmoord?

Vandaag zou in een gesprek tussen leden van het kabinet en noordelijke bestuurders een besluit worden genomen over de samenwerkingsconvenant voor de Zuiderzeelijn. Dit gesprek is wederom uitgesteld waardoor het plan om de Zuiderzeelijn als een echte PPS te ontwikkelen op steeds lossere schroeven komt te staan. Het lijkt erop dat het demissionaire kabinet het op de lange baan wil schuiven. Dat zou een verkeerde beslissing zijn op een verkeerd moment. De afgelopen jaren is er hard gewerkt om deze lijn als een volwaardige PPS te ontwikkelen en is het gereedschap om de daarvoor benodigde private partners door middel van een prijsvraag te selecteren, vormgegeven. Verschillende publieke en private belanghebbenden zijn geïnteresseerd en staan in de startblokken. Volkomen onverwacht werd op de onlangs gehouden PPS conferentie in Noordwijk in een van de speeches door het ministerie van Verkeer en Waterstaat de indruk gewekt dat dit project wat minder prioriteit heeft. Op grond daarvan is de kans niet denkbeeldig dat het kabinet de zaak wegens de financiële toestand van het land op de lange baan schuift. Dat zou ernstig zijn omdat het projectplan Zuiderzeelijn nu eindelijk eens een PPS infrastructuur volgens het boekje is. Dat is niet zo maar iets, omdat er de laatste 10 jaar weliswaar veel over PPS infrastructuur is gepraat en zeer veel aan is gespendeerd, maar ­ behoudens het project Sijtwende ­ niets tot stand gekomen is. Met dit project zou het onbehaaglijke gevoel over de Wijkertunnel wel eens plaats kunnen maken voor een goed gevoel over PPS infrastructuur.

Het project is begonnen met het Langman­akkoord om de economie van het noorden stimuleren. De keuze voor PPS was vervolgens een logische en de aanpak was volgens het boekje: eerst is de publieke waarde bepaald van een openbaarvervoersverbinding van de Randstad met het ‘Noorden’. Dit vond plaats door een maatschappelijke kosten en baten analyse. Op grond daarvan is een publieke bijdrage van de centrale overheid bepaald. Daarnaast hebben de regio’s aangegeven wat zij willen bijdragen op grond van de waarde die zij van de lijn ontvangen. Aldus is er een publiek financieel kader gecreëerd waarvoor een publieke waarde kan worden gerealiseerd dat beschreven is met een functioneel programma van eisen. Met dit financiële kader en het pakket aan functionele eisen worden marktpartijen uitgenodigd om commerciële waarde in, op, naast, onder of in de omgeving van de lijn te creëren. Die waarde kan zowel vervoerswaarde (sneller, luxer, frequenter of betrouwbaarder, dan een gewone trein of iets zonder blaadjes op de rails) als omgevingswaarde (wonen, werken, parkeren, minder lawaai) zijn. Het is uiteraard de bedoeling dat die commerciële waarde opbrengsten genereert. De private partij die in deze opzet de meeste waarde genereert wint de prijsvraag en mag samen met de overheid op basis van gelijkwaardigheid het project verder ontwikkelen. Het belangrijkste win­criterium is natuurlijk dat het project haalbaar is. Haalbaar betekent dat het plan met de daarbij behorende risico’s financierbaar is. De rol van de publieke partij is helder. Zij bepaalt wat noodzakelijk is met het functioneel programma van eisen en wat daarbij is toegestaan. Zij verzorgt en bewaakt dus de planprocedures. De rol van de private partij is de procesgang met betrekking tot alles wat er gedurende de contracttijd op, onder en boven de lijn plaats gaat vinden en natuurlijk het financieren van de kosten voor de commerciële waarde. De private partij is dus ook verantwoordelijk voor het ontwerp, de realisatie en de exploitatie. De publiek private procesgang wordt gezamenlijk ingezet en voorzien van een aantal go/no go beslispunten. Daar hebben we zo langzamerhand wel behoefte aan na de steeds frequenter optredende meldingen van overschrijdingen van de grote infrastructurele projecten. Indien heldere en rechtvaardige afspraken worden gemaakt omtrent de risico’s ten aanzien van inpassingen en passagiersaantallen en de publieke bijdrage met betrekking tot deze aspecten dus risicodragend zal zijn dan is er hier sprake van een goed doordachte procesgang.

Bovenbeschreven beeld van een volledige en transparante PPS wordt al geruime tijd gecommuniceerd met mogelijke private partners. Het publiek­publieke convenant is in principe rond met het recentelijk aan boord stappen van Almere. De reserveringen voor de publieke bijdrage zijn gedaan. Kortom, het wachten is op het startschot voor het PPS­proces. In een tijd waarin de rol van de overheid wordt besproken in termen van betrouwbaarheid en zorgvuldigheid is het afblazen van een dergelijk groot project door een demissionair kabinet dus niet verantwoord.

Prof. dr. ir. H.A.J. de Ridder Hoogleraar Methodisch en Integraal Ontwerpen aan de Technische Universiteit Delft, Faculteit Civiele Techniek en Geowetenschappen

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels