nieuws

Wonen in een waterbekken precisiewerk

bouwbreed Premium

den haag ­ Dragen drijvende wijken bij aan de beslissing om polders weer onder water te zetten? MBA­student Tjaart Vos onderzocht dit en verwerkte zijn analyses en conclusies in zijn afstudeerscriptie, die gistermiddag werd gepresenteerd. Hij vlecht de noodzaak tot waterberging, de woningnood en het ruimtetekort in elkaar.

Vos belicht vooral de planologische en juridische kant van een drijvende wijk en ondervroeg managers die belast zijn met ruimtelijke ordening en waterbeheer. Hij concludeert dat juist bij het waterwonen alle partijen in een vroeg stadium betrokken moeten zijn, omdat ze anders het risico lopen ergens onderweg te struikelen. Daarnaast zijn vijfhonderd woonconsumenten ondervraagd, een pluriform gezelschap dta één ding gemeen heeft: de wens op het water te wonen. De woonconcument weet exact wat hij wil. Hij wil geen marathon naar de wal lopen, maar prefereert een afstand van ten hoogste 50 meter. Een drijvend terras is een pre, een tuin hoeft niet per se. Hij wil niet bij de buren op schoot. Hoe verder weg, hoe beter. De afstand tot de overburen moet ten minste 15 meter zijn. Als een stedenbouwkundige een woonwijk in een jachthaven ambieert, moet hij zich nog eens achter zijn oor krabben. Ruim 40 procent geeft in het onderzoek aan dat zeker niet te willen, 7 procent wil graag en de rest weifelt. Vooralsnog komt het zelden voor dat iemand een waterkavel bezit. De meeste ruimte op het water is gemeentelijk eigendom en de gemeente wil de grip hierop niet verliezen. Anders wordt dit als het om een ‘drijvende Vinex­wijk’ gaat, concludeert Vos, omdat zowel gemeenten als waterschappen dan een kostendrager hebben.

Auto

De stedenbouwkundige moet rekening houden met het autobezit van de potentiële waterwoningkoper. Op een enkeling na heeft iedere ondervraagde een auto, 40 procent bezit er zelfd twee. De waterwoning is in opmars en de consument heeft er geld voor over. Uit het onderzoek van Vos blijkt dat 35 procent niet terugdeinst voor een koopsom van 350.000 euro, 30 procent wil 250.000 euro uitgeven en slechts een klein percentage wenst voor een dubbeltje op de eerste rang te zitten. Wonen in waterbergingsgebieden kan, concludeert Vos, maar het vergt uiterst precisiewerk.

Reageer op dit artikel