nieuws

West­Suriname krijgt eindelijk tweede kans

bouwbreed

apoera ­ Met de grootste investering in de Surinaamse geschiedenis gaan de bauxietmaatschappijen Billiton en Alcoa het westen van de vroegere kolonie de komende jaren tot ontwikkeling brengen. Of opnieuw tot ontwikkeling brengen, want in de jaren zeventig trok Nederland al eens ruim honderd miljoen euro uit om onder meer een spoorlijn en wegen aan te leggen en honderden huizen te bouwen.

De verwachte ontwikkeling bleef destijds echter uit. Maar nu de bauxietvoorraden in de kuststreek vrijwel zijn uitgeput, hebben de multinationals er miljarden euro’s voor over om hun activiteiten naar het westen te verplaatsen. Aannemers wrijven zich nu al in de handen. De locomotief op de kade van het indianendorp Apoera langs de rivier de Corantijn die Suriname van buurland Guyana scheidt, staat er nog redelijk bij. Opmerkelijk, want sinds de circa honderd kilometer lange spoorlijn van hier naar het Bakhuisgebergte eind jaren zeventig werd voltooid is hij, op enkele sporadische ritten in het begin na, nooit in beweging gekomen. De locomotief staat symbool voor wat het grootste fiasco in de geschiedenis van de Nederlandse ontwikkelingshulp wordt genoemd. Een stille getuige van de toen heersende cultuur in Nederland dat politici de rest van de wereld wilde verbeteren, ook al zat die wereld daar niet op te wachten.

Fiasco

Eind jaren zestig maakten de Surinaamse bestuurders, aangemoedigd door Nederland, afspraken met een bauxietconsortium, waar ook Billiton Maatschappij Suriname (BMS) deel van uitmaakte, dat toen nog in Nederlandse handen was. Het westen van Suriname rondom Apoera moest naast Paramaribo het tweede centrum van het land worden. Op zich geen rare gedachte, want in het nabijgelegen Bakhuisgebergte ligt naar schatting minimaal 72 miljoen ton bauxiet, waar aluminium van wordt gemaakt, te wachten. De laatste schattingen spreken zelfs over 500 miljoen ton. Suriname verplichtte zich een spoorlijn en een stuwmeer in het zuidelijker gelegen Kabalebo­gebied aan te leggen en het dorpje Apoera uit te bouwen tot een heuse stad. Suriname kon rekenen op financiële steun uit Nederland. Uit de Verdragsmiddelen, de bij de onafhankelijkheid van 1975 gesloten ontwikkelingsovereenkomst met Nederland, werd ruim honderd miljoen euro vrijgemaakt. Ondanks de kritiek van deskundigen dat het project bij voorbaat kansloos was en alleen grote aannemers veel geld zou opleveren. Wat er allemaal met het geld is gebeurd, is tot op de dag van vandaag nog onduidelijk. Dat er veel aan de strijkstok bleef hangen, staat echter wel onomstotelijk vast.

Wereldmarkt

Toen honderden huizen in Apoera waren gebouwd en opgeknapt, de spoorlijn gereed was en de overige infrastructuur was aangepakt, trokken de bauxietmaatschappijen zich terug. De dalende prijzen voor bauxiet op de wereldmarkt maakten volgens hen winstgevende exploitatie en verwerking onmogelijk. Het stuwmeer en de bijbehorende stuwdam werden nooit aangelegd, de woningen in Apoera werden door Indianen ingenomen en Apoera raakte in de vergetelheid. Maar nu de bauxietvoorraden in de nabijheid van Paramaribo rond 2006 volledig uitgeput raken, hebben de bauxietmaatschappijen plots weer belangstelling gekregen voor West­Suriname. In de afgelopen maanden hebben Billiton (inmiddels in Zuid­Afrikaanse handen) en Suralco, de Surinaamse dochteronderneming van multinational Alcoa, alles in het werk gesteld om de concessie binnen te halen. De Surinaamse regering heeft recentelijk besloten dat beide maatschappijen maar samen aan de slag moeten gaan.

Infrastructuur

Billiton en Suralco zullen enkele miljarden euro’s gaan investeren om het Bakhuisgebergte gereed te maken om de eerste bauxiet te kunnen ontginnen en voor verbetering van de infrastructuur. Zo wordt gedacht aan het aanleggen van een nieuwe, ruim driehonderd kilometer lange spoorlijn van West­Suriname naar de verwerkingsfabriek van Suralco bij Paranam, 40 kilometer van Paramaribo. Euro’s die al op korte termijn zullen worden uitgegeven. Begonnen zal moeten worden met de zwaar verwaarloosde bosontsluitingsweg die vanachter de luchthaven Zanderij naar Apoera loopt. Tientallen bruggen moeten worden hersteld of vervangen om het verwachte zware verkeer aan te kunnen, Apoera zal opnieuw een facelift krijgen om de vele honderden arbeiders van de bauxietmaatschappijen een behoorlijk onderdak te kunnen bieden. Bovendien is het plan voor de aanleg van een stuwmeer weer uit de ijskast gehaald. Daar heeft Suralco al ervaring mee, want het enige stuwmeer dat Suriname nu kent, het Van Blommensteinmeer, is zo’n 40 jaar geleden onder verantwoordelijkheid van deze maatschappij aangelegd. “Het verplaatsen van de bauxietwinning zal Suriname een enorme economische impuls geven”, verwacht Michael Doorson, een kleine lokale aannemer.

Hoofdaannemer

“Het levert duizenden arbeidsplaatsen op, en de aannemers in het land handenvol werk”, aldus Doorson. “Ik verwacht niet dat er buitenlandse aannemers zullen worden binnengehaald. Misschien wel een hoofdaannemer, maar het werk zal uiteindelijk door plaatselijke aannemers moeten worden uitgevoerd. Die hebben immers ervaring met het werken in het regenwoud en weten op welke problemen ze daarbij kunnen stuiten.” Wat Doorson betreft mogen de knopen vandaag worden doorgehakt, want de aannemers zitten in Suriname te springen om werk. “Liever vandaag dan morgen. We hebben momenteel nauwelijks projecten onder handen. Laat iedere erkende aannemer een aandeel in de ontwikkeling van West­Suriname krijgen, zodat je ook geen scheve gezichten krijgt. Gelukkig kunnen we zaken doen met serieuze buitenlandse multinationals en hoeven we niet in zee te gaan met de Surinaamse overheid. Want dan zouden heel veel aannemers buiten de boot vallen, omdat ze niet de juiste politieke kleur hebben of niet over voldoende contacten beschikken.” ‘Bauxietbedrijven zullen aannemers veel werk geven’ ‘Stilstaande loc herinnert aan mislukt project’

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels