nieuws

Waterwijken kunnen tekort aan huizen maar beperkt verminderen

bouwbreed Premium

den haag ­ Polders weer onder water zetten en er een woonwijk op bouwen. Een illusie of een goede oplossing voor het waterbergingsprobleem en de woningnood. Vorige week belichtte deze krant hoe consumenten staan tegenover wonen op het water. In dit artikel komen de beleidsmakers van waterschappen en overheden aan het woord

Na de vele droogleggingen van de afgelopen decennia staat Nederland op het punt de boel weer onder water te zetten. Dat kan in conflict komen met de enorme behoefte aan bouwgrond, tenzij die twee grootheden hand in hand gaan. MBA­student Tjaart Vos van de Kingston University in Londen bestudeerde dit verschijnsel voor zijn afstudeerscriptie. In zijn onderzoek ondervroeg Vos vertegenwoordigers van alle gemeenten (ruimtelijk ordeningsmanagers) en waterschappen (watermanagers) boven het Noordzeekanaal en de provincie Noord­Holland. Hij baseert zijn conclusies op een bruikbare respons van 46 procent. Uit zijn onderzoek blijkt dat als woonwijken in open bergingswater kansrijk zijn, de waterkavels in erfpacht moeten worden uitgegeven. Dat vinden zowel de ruimtelijk ordeningsmanagers als de watermanagers. Slechts 10 procent is voor verkoop van de kavels. Een aparte specialistische afdeling voor de combinatie water en ruimtelijke ordening bestaat nog niet bij de overheden. Dat komt wellicht doordat de ambtenaren de echte noodzaak tot het creëren van meer open waterberging pas over twee tot vijf jaar zien aankomen, terwijl een meerderheid van de waterschappen dit al binnen twee jaar verwacht. Daarentegen zijn beide partijen wel eensgezind waar het gaat om de vraag welk type open waterberging het meest kansrijk is. Ze reageren eensluidend op de combinatie van berging van polderwater in de polder zelf en de berging van boezemwater. Niemand verkiest een verdere ophoging van de boezemdijken.

Bestuurlijk

Voor het bouwen van een waterwijk in de polder zelf is men huiverig. Nieuwbouw in het bestaande boezemwatersysteem, inclusief de meren, scoort hoger. Dat wil zeggen bij de ruimtelijke ordeningmanagers, de watermanagers zijn hierover veel voorzichtiger. Opmerkelijk genoeg vindt een ruime meerderheid van beide partijen dat drijvende woonwijken niet substantieel bijdragen tot de oplossing van het woningbouwprobleem, vooral de ruimtelijk ordeningmanagers hebben hier om uiteenlopende redenen geen vertrouwen in. Waterwijken zijn klein van opzet, de huizen hebben veel ruimte nodig en de huizenprijzen in Vinex­waterwijken liggen gemiddeld hoger dan de woningen in de Vinex­wijken op het land. Drijvend wonen in open waterberging is bestuurlijk haalbaar, vinden bijna alle ondervraagde watermanagers, tegenover de helft van hun ruimtelijke­ordeningbroers die zich veel terughoudender opstellen. Dat gaat ook op voor de bereidheid tot een financiële bijdrage. De watermanagers schatten die bijdrage door hun organisatie veel hoger in dan de ambtenaren. Tot slot konden beide partijen zich uitspreken over de verwachte knelpunten bij het drijvend wonen. Van alle opties wordt de politiek als het grootste knelpunt genoemd en de technologische problemen als het geringste.

Reageer op dit artikel