nieuws

‘Vitale architectuur zonder gebruiksaanwijzing’

bouwbreed Premium

rotterdam ­ Dubo heeft een nieuw imago nodig. Te vaak nog staat het voor duur bouwen en beperking van de ontwerpvrijheid. In een pamflet pleit de Bond daarom voor Nederlandse Architecten (BNA) voor ‘vitale architectuur’.

Het pamflet werd tijdens de dubodag gisteren aangeboden aan staatssecretaris Van Geel van VROM. Die gaf aan te streven naar een andere systematiek van de Nederlandse bouwregelgeving. Een systeem dat meer naar prestaties van gebouwen kijkt en minder dwingend maatregelen voorschrijft. Daarmee kwam hij tegemoet aan een van de wensen van BNA­voorzitter Kees van der Hoeven die zijn beklag deed over het verstikkende karakter van de Nationale Pakketten Duurzaam Bouwen. Maar met het pamflet vitale architectuur richtte de BNA zich bepaald niet alleen op dit stelsel van vrijwillige maatregelen dat duurzaam bouwen zou moeten stimuleren. De BNA wil dat opdrachtgevers en ontwerpers zich vooral richten op het neerzetten van gebouwen die tijdens hun leven moeiteloos van functie kunnen wisselen. Daarvoor moeten ze niet alleen mooi zijn, zodat mensen erin willen wonen en werken, ze moeten ook overmaat en een overgedimensioneerde constructie hebben, die toekomstige aanpassingen mogelijk maken. En diezelfde eis zou eigenlijk aan wijken gesteld moeten worden. Ook die moeten anticiperen op ander gebruik in de toekomst. Van der Hoeven maakt zich nog steeds boos over de wantoestanden in Den Haag waar de Zwarte Madonna maar ook twee ministeriegebouwen moeten wijken voor nieuwbouw. De laatste zouden volgens Van der Hoeven probleemloos kunnen worden opgekalefaterd.

Aanpassing

Volgens de BNA begint alles met de vraag òf er überhaupt wel moet worden gebouwd. Vaak kunnen bestaande gebouwen gemakkelijk worden aangepast. Een recente bureaupresentatie van de Britse toparchitect Norman Foster geeft daar volgens Van der Hoeven een treffend voorbeeld van. Temidden van de gerealiseerde projecten, het een nog mooier dan het ander, bevindt zich een blanco pagina. Daar adviseerde de architect namelijk helemaal niet te bouwen, maar het bestaande pand slimmer te gebruiken. Het leverde geen wervelend nieuw ontwerp op, maar spaarde wel het milieu. Verder vereist vitale architectuur dat installateurs en andere adviseurs veel eerder bij een project worden betrokken, om te komen tot een integraal ontwerp met aandacht voor binnenklimaat, energiegebruik en andere milieufactoren. De architect zou binnen dat team de regie moeten voeren, maar hij kan het niet alleen. Daarvoor is het ontwerpen van duurzame gebouwen te complex geworden.

Boek

Zo’n integrale aanpak vereist goed onderwijs en het is Van der Hoeven dan ook een doorn in het oog dat de leerstoel milieutechnisch ontwerpen aan de bouwkundefaculteit van de TU Delft verdwijnt. Daardoor missen toekomstige architecten de noodzakelijke basiskennis om leiding te kunnen geven aan zo’n interdisciplinair ontwerpteam. Professor Jon Kristinsson die die leerstoel tot voor kort invulde, presenteerde gisteren zijn nieuwe boek dat luistert naar de titel: Vitale architectuur. Volgens Van der Hoeven is dat toevallig en wisten ze het niet van elkaar, maar het geeft wel aan hoe treffend de term is. Opvallend is tot slot de gebruiksaanwijzing voor gebouwen waarvoor de BNA een lans breekt. De BNA­voorman erkent dat het ideaalbeeld is, dat gebouwen zichzelf zouden laten lezen en net als slim ontworpen elektronica geen handleiding nodig hebben. Maar de praktijk is, net als bij diezelfde elektronica, dat zo’n handleiding bitter hard nodig is. Van der Hoeven: “Het is toch onvoorstelbaar dat gebruikers zelf maar moeten uitvogelen hoe ze optimaal gebruik maken van de ventilatiemogelijkheden, daglichttoetreding en energiebeheersmaatregelen waarmee de steeds complexere gebouwen zijn uitgerust?”

Reageer op dit artikel