nieuws

Minder onderhoud sluisdeur na vlamboogspuiten

bouwbreed Premium

tilburg ­ Na een half jaar werk is het metalliseren van een van de roldeuren van de sluis bij Terneuzen vrijwel gereed. Op het staal van de deur wordt door Brabant Mobiel BV een kathodisch beschermende aluminiumlaag aangebracht door middel van vlamboogspuiten. Niet alles is volgens verwachting gegaan. In de ballasttanks bijvoorbeeld werd het te heet.

Projectleider ing. J.A. de Jong van Bouwdienst Rijkswaterstaat heeft voor de dienstkring Zeeuws­Vlaanderen behalve het maken van het bestek ook de aanbesteding begeleid. Een van de bestekeisen is dat de opgebrachte laag 35 jaar mee moet gaan. Zo’n levensduur maakt volgens hem het vlamboogspuiten van aluminium een aantrekkelijk alternatief voor normale coatings die veel minder lang meegaan. Het project voor het aluminiseren van de roldeur is eind vorig jaar gegund. Brabant Mobiel BV uit Oosterhout doet het samen met onderaannemer NiAL. Het eerstgenoemde bedrijf is gespecialiseerd in het stralen en conserveren op locatie voor onder andere de petrochemische industrie en scheepsnieuwbouw.

Leerpunten

Het feitelijke metalliseren op de sluis is pas in mei/juni dit jaar gestart. Volgende maand zal het werk zijn afgerond. Het is niet helemaal gegaan zoals verwacht. De Jong: “Er zijn leerpunten geweest en er zijn ook meevallers geweest. Het behandelen van kleine hoeken is in de praktijk bijvoorbeeld erg meegevallen. Maar werken in besloten ruimten is niet echt goed gelukt. Bijvoorbeeld in de ballasttanks van de roldeur is het moeilijk een laag te krijgen die dertig tot vijftig jaar meegaat. Het probleem is de warmte die bij het vlamboogspuiten ontstaat. De ruimte wordt ondanks geforceerd ventileren zo heet dat er niet goed meer te werken is. Bovendien is de productie tegengevallen.” Directeur P. Loef van Brabant Mobiel wil niks horen van tegenvallende productie. “De productie die is ingeschat, is door de praktijk achterhaald. De uitgangspunten zijn voor dit eerste project dat op locatie is uitgevoerd niet reëel gebleken. Weer blijkt dat de praktijk uitdagender is dan de theorie.” Uit de praktijk blijkt ook dat aluminiumspuiten in kleine ruimten zoals de compartimenten van de ballasttanks vanwege de werkomstandigheden niet mogelijk is. Een natlaksysteem in combinatie met aluminium anodes is daar volgens hem de oplossing. De zeesluis bij Terneuzen heeft vijf deuren. Twee aan elke kant van de sluiskolk en een in het midden om de sluis te verkleinen. Het zijn roldeuren die weg kunnen schuiven in deurkassen naast de kolk. Die kassen zijn met schotten af te sluiten en droog te zetten. Op de deur waar momenteel aan wordt gewerkt, wordt geen extra coating na het aluminiumspuiten aangebracht zoals in de offshore wel gebeurt. Op de zeesluis wordt na het aluminiumspuiten wel een sealer aangebracht op het gedeelte dat boven water blijft.

Vliegroest

De sealer is doorzichtig en zorgt voor afsluiting van de poreuze laag aluminium. Dat wordt in beginsel alleen gedaan om esthetische redenen. “Om geen vliegroest te krijgen”, zegt De Jong. “Op sommige plaatsen waar zeer lokaal wat minder aluminium terecht is gekomen, kan door roestvorming een bruine verkleuring ontstaan. Die is qua zicht niet prettig. De sealer zelf zie je niet, maar sluit alles wel dampdicht af waardoor geen verkleuring kan ontstaan. De sealer is eigenlijk meer ter geruststelling, want de aluminiumoxiden die ontstaan zorgen er uiteindelijk toch voor dat de opgebrachte laag zijn porositeit verliest.” Mits goed uitgevoerd levert het aluminiumspuiten een goede methode corrosiebescherming van staal op, stelt De Jong. Hechting en laagdikte zijn de belangrijkste bepalende factoren bij de uiteindelijke levensduur van de laag. “Aluminiumspuiten is een digitaal systeem”, laat De Jong weten: “goed of fout is snel te zien.” De voordelen van de methode staan overigens niet ter discussie. Daar is De Jong van overtuigd. Maar aanbrengen moet wel goed gebeuren. Is bijvoorbeeld de ondergrond van te voren niet goed gestraald, dan hecht het aluminium niet. Ook de laagdikte is zo’n belangrijke factor. Daar is gelukkig binnen een week na blootstelling aan de buitenlucht iets van te zeggen. Als er in die periode bruinverkleuring optreedt dan is de laagdikte niet groot genoeg. Dan moet dat stuk weer worden gestraald en moet er een nieuwe laag worden aangebracht. Het pilotproject in Terneuzen is volgens hem een goede opstap naar meer toepassingen van het aluminiumspuiten. De voordelen zijn volgens de deskundige van Bouwdienst Rijkswaterstaat duidelijk, maar het is uiteindelijk aan de opdrachtgevers om de methode bij hun objecten te laten toepassen.

Poreuze huid van aluminiumdruppels op staal

Bij de sluisdeur in Terneuzen wordt een aluminiumlaag op schoongemaakt staal gebracht volgens de methode van het elektrisch vlamboogspuiten: metalliseren genoemd. Twee aluminiumdraden worden in een spuitpistool als elektroden gebruikt. Door spanning op de draden te zetten ontstaat een vlamboog. De hitte is zo groot (6000 graden Celsius) dat de draden smelten. De gesmolten aluminiumdeeltjes worden door middel van perslucht op de ondergrond geblazen. De hoge temperatuur en de kinetische energie van de deeltjes zorgt voor een goede hechting. De draden waartussen de vlamboog ontstaat kunnen overigens ook verschillend zijn. Daardoor ontstaat dan een samengestelde laag. Elektrisch vlamboogspuiten heeft het voordeel boven verhitting in een gasvlam, zoals bij autogeen aluminiumspuiten, omdat het een hogere productiesnelheid heeft. De aluminiumdruppels vormen op het staal een aluminiumhuid die in eerste instantie poreus is. Het staal wordt daarmee kathodisch beschermd, maar niet geheel afgesloten. De levensduurverwachting van een laag is afhankelijk van de laagdikte, de afname bedraagt enkele micrometers per jaar. Een minimum laag van 180 micrometer gaat dertig jaar mee, een laagdikte van 300 micrometer zal de beschermende werking vijftig jaar volhouden. Gezien de variatie in laagdikte bij het aanbrengen wordt bij voorkeur een laagdikte van 300 micrometer voorgeschreven.

Reageer op dit artikel