nieuws

Marktverdeling blijft een probleem

bouwbreed

groenekan ­ Welk aanbestedingsmodel er ook wordt gekozen, zolang aannemers de markt willen verdelen, blijft er een probleem. Het is overigens geen uniek Nederlands probleem. Daarom zal Europees een oplossing moeten worden gevonden.

Zorg voor een transparante informatieuitwisseling tijdens de aanbesteding. Daarmee zouden risicovolle interacties tussen vraagspecificatie, mogelijke technische oplossingsrichtingen en omgevingsfactoren in een veel eerder stadium in beeld kunnen worden gebracht. Aannemers zouden dan in hun aanbiedingen zelf voorstellen voor een risicoverdeling moeten kunnen doen. Opdrachtgevers zouden dat in hun beoordeling mee kunnen nemen. Dat is in essentie het aanbestedingsmodel van mr.dr. C.E.C. Jansen. In het model bestaan de aanbiedingen voor een deel uit een vaste prijs en deels uit een variabele prijs met een plafond. Verder zitten er prikkels in voor de aannemer om zowel tijdens de aanbestedingsfase als tijdens de contractfase scherp te blijven. Dit alles moet de aanbesteder tevens de prikkel ontnemen om prijsafspraken te maken, zo zei Jansen tijdens het aanbestedingscongres van Cobouw. Tot zijn eigen vreugde heeft hij tijdens de verhoren van de parlementaire enquêtecommissie onderdelen van zijn model horen noemen als concrete voorstellen. Maar of het meehelpt marktverdelingsafspraken te maken, betwijfelt hij. “De aannemers hebben zich bij het maken van afspraken vooral laten leiden door de wens de markt te verdelen. Ik betwijfel ten zeerste of dat motief van tafel is zodra de geïntegreerde aanbesteding van infrastructuurprojecten plaatsvindt op basis van het hierboven beschreven model. Dat is ook de kritiek die ik heb op de bouwbranche, die het voor doet komen alsof de verschillende verbeteringen die zijn voorgesteld, tot een oplossing van de ‘bouwfraude’ zouden leiden. De praktijk van het maken van afspraken teneinde de markt te kunnen verdelen, is met het invoeren van die oplossingen bepaald niet uitgebannen”, hield Jansen zijn gehoor voor.

Voorbehoud

In een nieuw aanbestedingssysteem hoort volgens de universitair hoofddocent bouwrecht ook dat aanbieders een voorbehoud moeten kunnen maken voor moeilijk in te schatten of moeilijk te beheersen risico’s. Bovendien moeten aanbesteders bereid zijn binnen bepaalde randvoorwaarden het laagste prijscriterium los te laten. Gebeurt dat niet, dan dreigt volgens Jansen een terugkeer naar de traditionele manier van aanbesteden, die voeding geeft aan het maken van verboden afspraken. Hij vindt verder dat de problemen rond aanbesteden “niet lijken op te houden te bestaan bij het passeren van onze landsgrenzen”. Het zoeken naar oplossingen zou dan ook moeten plaatsvinden in samenspraak met de Europese Commissie. “De bouwsector bewijst er zichzelf geen dienst mee door te doen voorkomen dat het hier over een louter Nederlands probleem gaat”, aldus Jansen.

Investeren

Ook op andere punten ziet hij nog veel mogelijke verbeteringen. Zo zouden opdrachtgevers en bouwsector gezamenlijk moeten investeren in het beschikbaar krijgen van kengetallen voor risico’s bij de realisatie van infrastructurele werken. Verder moet er zowel centraal als decentraal coördinatie van projecten komen om te voorkomen dat er te veel projecten op hetzelfde moment in de markt worden gezet. Het gelijktijdig op de markt gooien van Betuweroute en HSL­Zuid bijvoorbeeld heeft een opwaartse druk op de prijzen gegeven. Het allerbelangrijkste is echter dat overheid en bouwsector “ogenblikkelijk weer met elkaar aan tafel gaan zitten om tot een gezamenlijke aanpak van de problemen over te gaan. De enige weg is de weg van dialoog en samenwerking”, besloot Jansen zijn bijdrage aan het congres ‘Aanbesteden in de toekomst’.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels