nieuws

Hedendaagse fundering voor negentiende­eeuwse hofstede uit Echteld

bouwbreed

BENEDEN­LEEUWEN ­ Niet een restauratiebedrijf, niet een openluchtmuseum, niet een monumentendienst, maar een particulier schenkt een tweede leven aan de tweehonderd jaar oude boerderij Groot Meer’ uit Echteld. De negentiende­eeuwse hofstede, die weg moest om plaats te maken voor de Betuweroute, krijgt nu een eenentwintigste eeuwse fundering in Beneden­Leeuwen, even verderop.

Bennie den Biezen, een 47­jarige restauratiemetselaar, was al zijn leven lang verliefd op de boerderij in Echteld toen hij hoorde van sloopplannen. Hij besloot in de bres te springen voor het pand. Hoewel de projectorganisatie Betuweroute hem eerst voor een actievoerder aanzag, drong het na verschillende brieven bij de organisatie door dat hij het pand steen voor steen wilde afbreken om het elders weer op te bouwen. Den Biezen kreeg de boerderij cadeau. Inmiddels vijf jaar geleden trok de restauratiemetselaar er zeven maanden voor uit om de onderdelen van de herenboerderij ­ keurig geordend en genummerd ­ op pallets en in dozen op te slaan. ‘Boven kozijn A hoort straks het rijtje strekken uit doos A’, zegt hij alsof het herbouwen van een boerderij een eenvoudige rekensom is. Maar als het allemaal zo simpel was gegaan, was de herenboerderij nu bijna weer in originele staat opgebouwd. Het vinden van een goede plek kostte Den Biezen echter vijf jaar. Een stuk eigen grond in woonplaats Boven­Leeuwen kwam niet in aanmerking en een lap grond van Den Biezens broer kon niet worden bebouwd vanwege ‘Ruimte voor de Rivier’. Uiteindelijk bleek een hoger gelegen kavel langs de dijk in Beneden­Leeuwen wel een passende plek voor Groot Meer. Den Biezen kreeg een woningcontingent van de provincie en ook toestemming van de gemeente voor het inrichten van de nieuwe standplaats voor zijn ‘hofstad’.

Terp

Nadat Den Biezen zelf een afrit vanaf de dijk had aangelegd en er stroom en water in de grond waren gelegd, kon eindelijk aan de herbouw van de herenboerderij worden begonnen. In een kersvers aangelegde terp wordt met 35 heipalen en beton een hedendaagse fundering gelegd voor de oude boerderij. ‘Anders had ik de dubbelsteens fundering zelf 2,25 meter op moeten metselen, terwijl de meerkosten voor heien laag waren’, vertelt Den Biezen. Als de betonnen contouren voor de boerderij er liggen, kan de echte puzzel beginnen. De bouwtekeningen uit de negentiende eeuw zijn verloren of onvindbaar, maar een bevriende tekenaar uit de restauratiewereld heeft de boerderij ingemeten en helemaal op tekening gezet. De stenen werden onderverdeeld in drie soorten en gesorteerd opgeslagen: harde buitenstenen, zachtere binnenstenen en roetstenen waarmee hij straks de schoorsteen weer terugbouwt. Den Biezen heeft met driehonderd foto’s een compleet beeld hoe de boerderij in elkaar stak en wil het liefst elk detail nabouwen, tot en met de twee bedsteden met de originele maten. Modern isolatiemateriaal zoals de laatste bewoner had aangebracht, komt er bij Den Biezen dan ook niet in: ‘Met binnenluiken en dikke gordijnen komen we ook een heel eind en de betonnen fundering houdt optrekkend vocht tegen.’ Een bijzonder onderdeel van Groot Meer is volgens Den Biezen de houten dakconstructie. Ook aan de ouderwetse spanten die middels een pen­gatverbinding met toognaalden aan elkaar waren verbonden, wil Den Biezen geen moderne concessies doen. ‘Daar heb ik dus restauratietimmerlieden voor nodig’, verzucht hij. Bij het afbreken heeft Den Biezen bijna alles bewaard. ‘Ik heb zo vaak gezien dat bij de sloop van oude panden juist de mooiste spullen werden weggegooid, dat is zonde. De typische oude bouwmaterialen worden schaars en duur.’

Specie

Geen steen gaat dan ook verloren. Den Biezen tikt van alle exemplaren de bikmortel af. Die zeeft hij later om nieuwe specie mee te maken. ‘Dat is heel fijn spul, geen nieuwe specie krijg je zo fijn’, weet hij. De stenen zelf zaagt hij recht, waarna hij met een paar voorzichtige tikjes van de hamer de steen weer een oud ruw uiterlijk geeft. Stenen heeft Den Biezen overigens voldoende, omdat de oude kelder van de boerderij op de nieuwe plaats niet mag worden teruggebouwd. In een loods naast zijn tijdelijke woning bewaart Den Biezen alle elementen zoals gietijzeren raamwerk, muurankers, luiken en deuren. Ook deze onderdelen worden als het even kan opgeknapt in plaats van vervangen. ‘Kapotte deurdelen repareer ik met hout uit deuren of luiken van andere gesloopte panden die anders weg zouden gaan.’ Zelfs het riet voor het dak dat straks op de boerderij komt, zal voor een kwart afkomstig zijn uit de eerste versie van Groot Meer. Den Biezen weet niet precies hoe lang hij nog zal moeten bouwen aan zijn levenswerk, maar hij hoopt over vijf jaar klaar te zijn. Voor een deel hangt het af van de hulp die hij krijgt. Zijn werkgever, restauratiebedrijf Jurrëns uit Utrecht, is in elk geval hulpvaardig met adviezen. Als de boerderij klaar is, zijn alleen de fundering, de stoep, het rondhout, het meeste riet en de panlatten nieuw. Volgens het bestemmingsplan voor de grond van Den Biezen, moet hij rond zijn huis straks agrarische activiteiten ontplooien. Om daaraan te voldoen, wil de restauratiemetselaar met sierteelt beginnen van bomen en struiken die vroeger rond boerderijen stonden, maar nu helemaal verdwenen zijn. ‘Bijvoorbeeld de kweepeer, de hoogstamgoudreinet, de buxus en sommige rozensoorten. Wie weet kan ik dat combineren met een eigen bureautje voor restauratieadvies.’ Boven kozijn A hoort het rijtje strekken uit doos A

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels