nieuws

Getijden kunnen nadelen Deltawerken opheffen

bouwbreed

den haag ­ De Deltawerken zijn een toonbeeld van technisch vernuft. Helaas worden vijftien jaar na afronding toch nadelen duidelijk: blauwalgenbloei, gebrek aan zuurstof in diep water en zandhonger. Opheffen van deze nadelen zal lang duren en ingrijpend zijn. Herstel van estuariene dynamiek staat centraal in de beleidsvisie die de komende dertig jaar richting kan geven aan het werken aan de Delta.

Met afronden van de Deltawerken door ingebruikname van de stormvloedkering Oosterschelde in 1987, is Zeeland veilig verklaard. Thans worden tekortkomingen van het plan duidelijk. Het bereiken van veiligheid is gepaard gegaan met creëren van afzonderlijke en van elkaar gescheiden waterbekkens met vast peil. Dat heeft ecologisch gezien niet altijd goed uitgepakt. Zoals het zoete water in het Volkerak­Zoommeer wordt geteisterd door blauwalgenbloei. Dat heeft zwemverboden tot gevolg. Het Veerse Meer heeft bijvoorbeeld last van algenbloei, overmatige groei van zeesla en gebrek aan zuurstof in de diepere delen. De Oosterschelde lijdt onder ‘zandhonger’. Veel zand verdwijnt in geulen die vroeger in stand werden gehouden door getijdenstromen en zandtransport die ongehinderd de monding konden passeren. De zuurstofloosheid in het Grevelingenmeer is gedeeltelijk al opgelost met de aanleg van een doorlaatmiddel in de Brouwersdam. Duidelijk zal zijn dat het verdwijnen van het estuarine karakter in grote delen van de Delta zijn schaduwkanten heeft. Niet alle tekortkomingen die nu duidelijk worden, komen voor rekening van de Deltawerken zoals ze zijn uitgevoerd. Ook klimaatveranderingen zijn in de periode van 1953 tot 1987 minder ernstig ingeschat dan ze zich nu lijken voor te doen. Extremere regenval maakt rivierafvoeren grilliger; hoge afvoeren worden afgewisseld met perioden van lage afvoer. Ook het in de hand houden van instroom van nutriënten vanuit de landbouw in de zoetwatergebieden van het Deltagebied is tegengevallen; met de algenbloei als gevolg. Al met al redenen genoeg voor beheerders en betrokkenen om nu na te denken over maatregelen die de nadelen die de Deltawerken hebben gebracht, kunnen opheffen zonder de voordelen verloren te laten gaan. Zij willen komen tot een visie voor de Deltawateren die recht doet aan duurzaamheid, het unieke karakter van het gebied, de Europese dimensie, natuurlijkheid, en schoon en voldoende rivierwater. Problemen mogen niet op anderen worden afgewenteld. Het resultaat van discussies, inspraak en veel inspanning is de integrale visie op de Deltawerken ‘De Delta in Zicht’ met zoekrichtingen voor het opheffen van gevolgen van klimaatveranderingen, toenemende metropoolvorming rond het gebied, ecologische schaduwkanten van de werken.

Overgangsgebied

De visie die in ‘De Delta in Zicht’ wordt geformuleerd is, dat de negatieve ontwikkelingen die nu op het Deltagebied afkomen, te pareren zijn door het minder hard maken van de grenzen tussen de verschillende Deltawateren en die tussen de Deltawateren en hun omgeving. Het Deltagebied moet weer een overgangsgebied worden tussen rivieren en de Noordzee, een estuarium waar de tweezijdige werking van de getijden vanuit zee in combinatie optreedt met de eenzijdige afvoer van rivierwater. Daarmee kunnen processen die thuis horen in een estuarium worden hersteld. Een dergelijke aanpak biedt bovendien kansen voor diverse gebruiksfuncties: recreatie, wonen, visserij en scheepvaart. Wellicht biedt hij zelfs mogelijkheden voor getijdecentrales in de waterkeringen. Uiteraard zal ook de veiligheid van de bewoners in het gebied zijn gewaarborgd. Wel moet ervoor worden gewaakt dat herstel van estuariene dynamiek andere met problemen opzadelt ­ zoals bijvoorbeeld West­Brabant ­ met hun afwatering en de zoetwatervoorziening voor de landbouw.

Kosten

Uitvoering van werken in het kader van ‘De Delta in Zicht’ kan beginnen als de Provinciale Staten van de drie betrokken provincies de integrale visie hebben vastgesteld. Volledig realiseren van het Deltagebied als estuarium zal verschrikkelijk veel geld kosten. Er moeten doorlaatwerken komen en bestaande kunstwerken moeten worden aangepast. Of dergelijke werken ook moeten worden uitgevoerd, is nu nog niet te overzien. Het gaat er wel om een geleidelijke aanpak te volgen. Stap voor stap in de gewezen richting, met de mogelijkheid zo nodig pas op de plaats te maken teneinde een afwijking van de ingeslagen richting te overwegen. Bij het afwegen van de definitief te kiezen oplossingen, zijn pilotprojecten belangrijk. Bijvoorbeeld de zoetwatervoorziening voor de landbouw op St. Philipsland en het herstel van de verbinding Rammegors met de Oosterschelde. Om alles in goede banen te leiden is een projectorganisatie nodig. De huidige organisatie die de integrale beleidsvisie tot stand heeft gebracht, stelt voor zichzelf in stand te houden. Voornaamste taak zal zijn het huidige uitvoeringsprogramma nader uit te werken, zodat personele en financiële inzet kan worden gekwantificeerd.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels