nieuws

Bouwfraude als uitdaging

bouwbreed Premium

Bouwfraude als uitdaging

Half december komt de parlementaire enquêtecommissie bouwfraude met haar eindrapport. Dan ontstaat misschien meer duidelijkheid over de grote vraag die na de verhoren is blijven hangen: is dit nu een probleem van de bouwers (vooroverleg over aanbesteding) of van de overheid (plooibare ambtenaren)?

Duidelijk is wel dat de mate waarin bouwers over de verdeling van het werk onderlinge afspraken blijken te maken, vriend en vijand heeft verrast. Voorlopig is nog geen bewijs geleverd voor de beschuldiging dat de belastingbetaler hierdoor voor aanzienlijke bedragen is getild.

Maar ook los daarvan is deze manier van de markt verdelen niet in de haak, al is het maar omdat daardoor nieuwkomers geen kans krijgen en een ‘bevroren bedrijfstak’ ontstaat. Hoe is dit op te lossen? De overheid komt met steeds meer regelgeving om de aanbesteding van bouwprojecten zo eerlijk mogelijk te laten verlopen, ook in Europees verband. Open prijsvorming wordt dan als summum gezien.

De praktijk is echter dat bouwprojecten steeds complexer worden, waarbij ook meerdere deskundigheden in het spel zijn. In de meeste projecten gaat het allang niet meer alleen om bouwen, maar ook om een bijpassende infrastructuur, om lange­termijnbeheer en om de inpassing in het landschap.

Bij de regelgeving rondom aanbesteding gaat de overheid nog altijd uit van een simpel model alsof het gaat om een niet­meedenkende bouwwereld. Het is echter belangrijk de bouwers er juist wél vroegtijdig bij te betrekken. Een vruchtbare interactie tussen plannenmakers en bouwers komt de kwaliteit van het planproces ten goede. Niet voor niets ontstaan steeds vaker publiek­private samenwerkingsverbanden. Daarbij kan het publieke ook een orgaan zijn op afstand van de overheid, bijvoorbeeld woningcorporaties, waterschappen of Schiphol. In dit soort samenwerkingen komt het tot creatieve synergie: dat mensen uit verschillende werelden over elkaars schutting kijken. Zo erkende vertrekkend secretaris­generaal Pans van Verkeer en Waterstaat in deze krant dat voorgekauwde werkwijzen en gedetailleerde bestekken hoogstens nog bij simpele bouwprojecten een optie zijn. Overal elders geldt dat juist een optimaal samenspel tussen bouwers en opdrachtgevers van belang is om tot innovatieve contracten te komen.

De steeds integralere bouwopgaven maken dus ideeëninbreng vanuit het veld noodzakelijk. Dan kan het niet anders dat verwevenheid ontstaat. Nederland wordt steeds voller, dus er is vaker dit soort vroegtijdig overleg nodig om tot een goede inpassing van bouwopgaven te komen. In dat licht is de prijsvormingsmethodiek verouderd. Alle informatie ligt trouwens al op straat, want bouwers, adviseurs en ambtenaren hebben allang samen beraadslaagd over de inrichting van een bouwplan waarbij de prijzen ook al een criterium waren: doen we het zus of zo, wat hangen daar voor prijskaartjes aan.

Daarom moeten we op een andere manier met dat spel leren omgaan. Bouwers en andere instanties móeten in het voortraject kunnen meedenken gezien de complexiteit van de bouwopgaven. En het zou huichelarij zijn om daar dan weer zo’n open aanbesteding aan te koppelen. Het is wel degelijk zo dat de huidige verdeling van de markt niet goed te praten valt. Maar het probleem is dat vrije aanbesteding wordt geëist op een systeem dat daar steeds minder op past.

Eveneens in deze krant stelde HBG­topman Reigersman voor naar het Engelse model te kijken. Daar is een systeem van benchmarking opgezet, waarbij bedrijven bij selectie een beoordeling krijgen op diverse aspecten van de bedrijfsvoering. Voor de bedrijven zelf is dat een prikkel om tot hogere scores te komen, voor de opdrachtgevers geeft het inzicht in de kwaliteit van de prestaties van bouwbedrijven, zodat niet alleen de laagste prijs de doorslag hoeft te geven.

Ook dit is een wijze van regelvorming, maar dan op basis van meerdere kwaliteiten. In deze richting kan verder worden gedacht.

Reageer op dit artikel